Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aantal vragen
20
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
VWO 4, VWO 5, VWO 6
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Voortplanting
Organen van een man en een preparaat. Zie figuur B 62 van de bijlage.
Tekening 1 geeft de ligging van enkele organen van een man weer. Van één van deze organen is een microscopisch preparaat gemaakt. Tekening 2 geeft een deel van dat preparaat weer.
Van welk orgaan is het preparaat gemaakt?
afbeelding
Voortplanting
De functie van de prostaat.
Een belangrijke functie van de prostaat is
Voortplanting
Voortplantingscellen bij de mens.
In welke van de onderstaande organen worden bij de mens voortplantingscellen gemaakt?
Voortplanting
Waar zijn de zaadcellen? Zie figuur B 2641 van de bijlage.
In de afbeelding is het voortplantingsstelsel van een man schematisch getekend. Deze man is al enige dagen niet seksueel actief geweest.
In welke van de genummerde organen komen dan zaadcellen voor?
afbeelding
Voortplanting
De vorming van een mannelijke zygote.
Bij de vorming van een mannelijke zygote bij de mens leveren de beide ouders niet eenzelfde aantal genen en niet eenzelfde hoeveelheid cytoplasma.
Welke ouder levert de meeste genen? Welke ouder levert het meeste cytoplasma?
afbeelding
Voortplanting
Chromosoomaantallen bij mensen.
Voor het aantal chromosomen van de mens geldt: n = 23. Een ouderpaar heeft een dochter en een zoon. Er wordt berekend hoeveel chromosomen er, in theorie, maximaal identiek kunnen zijn bij deze broer en zuster.
Hoeveel chromosomen kunnen volgens deze berekening maximaal identiek zijn?
Voortplanting
Eén paar chromosomen met elkaar vergeleken.
Aan het begin van een mitose worden de chromosomen van één paar met elkaar vergeleken. Dit chromosomenpaar is afkomstig van een vrouw. Er worden de volgende beweringen gedaan:
1. beide chromosomen bevatten informatie over dezelfde eigenschappen, maar die informatie hoeft niet in beide chromosomen identiek te zijn. 2. beide chromosomen bevatten identieke informatie. 3. de volgorde waarin de informatie over bepaalde eigenschappen in de chromosomen ligt, is gewoonlijk bij beide chromosomen dezelfde. 4. beide chromosomen bestaan uit één overlangse helft (chromatide) afkomstig van de eicel en één overlangse helft (chromatide) afkomstig van de spermacel.
Welke beweringen zijn juist, als mutaties buiten beschouwing gelaten worden?
Voortplanting
Een niet-identieke tweeling.
Bij een niet-identieke tweeling kunnen beide personen van het mannelijke geslacht zijn.
Wat is hiervan de oorzaak?
Voortplanting
Extra chromosomen.
Bij de mens kunnen als afwijking extra geslachtschromosomen voorkomen. Zo is vastgesteld dat er volwassenen zijn met in alle diploïde celkernen twee X-chromosomen en één Y-chromosoom (genotype XXY). Het totale aantal chromosomen per celkern is bij deze mensen dus 47. Ter verklaring van het ontstaan van deze afwijking worden twee mogelijkheden genoemd:
1. tijdens de meiose in de voortplantingsorganen van één van de ouders is er iets fout gegaan bij de verdeling van de chromosomen; 2. bij de bevruchting zijn twee spermacellen gelijktijdig de eicel binnengedrongen.
Is het waarschijnlijk dat mogelijkheid 1 zal leiden tot deze afwijking? En mogelijkheid 2?
afbeelding
Voortplanting
X-chromosomen in een lichaamscel van een vrouw.
Over het paar X-chromosomen in een lichaamscel van een vrouw worden drie beweringen gedaan:
1. bij de mitose treedt tussen deze twee chromosomen frequent crossing-over op; 2. in het ene chromosoom van dit paar bevinden zich loci die overeenkomen met die in het andere chromosoom van dit paar; 3. het ene chromosoom van dit paar is altijd een kopie van een chromosoom van haar grootmoeder van moederskant; het andere chromosoom van dit paar is altijd een kopie van een chromosoom van haar grootmoeder van vaderskant.
Er wordt van uitgegaan dat geen mutaties optreden.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
Voortplanting
Een foto voor van de chromosomen van een mens. Zie figuur B 656 van de bijlage.
De figuur stelt een foto (1000x) voor van de chromosomen van een menselijke cel.
Deze foto is een opname van
afbeelding
Voortplanting
Vorming van een eicel. Zie figuur B 371 van de bijlage.
Drie processen die zich bij de vorming van voortplantingscellen kunnen afspelen, zijn:
1. meiose I; 2. meiose II; 3. mitose.
De linker afbeelding geeft een cel P weer in een follikel in een ovarium van een vrouw. De rechter afbeelding geeft schematisch de chromosomen uit de kern van cel P weer. Cel P zal zich ontwikkelen tot een eicel.
Welk of welke van de genoemde processen zal cel P nog geheel of gedeeltelijk doormaken voordat de vorming tot eicel is voltooid?
afbeelding
Voortplanting
De ontwikkeling van een eicel bij de mens. Zie figuur B 1484 van de bijlage.
In de afbeelding geven de tekeningen schematisch drie opeenvolgende stadia weer van de ontwikkeling van een eicel bij de mens. Een aantal kernen is met de cijfers 1, 2, 3 en 4 aangegeven.
Welke van de aangegeven kernen is of welke zijn haploïd?
afbeelding
Voortplanting
Testis en ovarium.
Een testis van een volwassen man wordt vergeleken met een ovarium van een volwassen vrouw. Beide organen nemen uit het bloed stoffen op die nodig zijn voor de vorming van celkernmateriaal.
Welk van beide organen zal per dag per gram weefsel het meeste van deze stoffen opnemen? Worden deze stoffen gebruikt voor de vorming van celkernen die ontstaan bij meiose? En voor celkernen die ontstaan bij mitose?
Voortplanting
Meiose in voortplantingscellen.
Bij de vorming van voortplantingscellen bij mannen ondergaan de zogenaamde spermamoedercellen meiose. Hierna vindt differentiatie plaats tot spermacellen.
Hoeveel spermacellen ontstaan er uit één spermamoedercel? Verandert bij de differentiatie het aantal chromosomen in de cel?
afbeelding
Voortplanting
De vorming van een eicel. Zie figuur B 510 van de bijlage.
Het schema geeft de vorming van een eicel bij een zoogdier weer. Zes delingsproducten zijn aangegeven met een cijfer.
Welk delingsproduct is of welke delingsproducten zijn haploïd?
afbeelding
Voortplanting
Een twee-eiige tweeling.
Een vrouw (v) bevalt van een twee-eiige tweeling.
Zijn de eicellen waaruit deze tweeling is ontstaan, in dezelfde eierstok tot rijping gekomen of is de ene eicel in de linker en de andere eicel in de rechter eierstok tot rijping gekomen of is het niet te bepalen?
Voortplanting
Spermacellen.
Over de vorming van spermacellen in de testes van een man worden drie beweringen gedaan:
1. aan het begin van de meiose-II bestaat elk chromosoom uit twee chromatiden; 2. de spermamoedercellen ontstaan in de testes door mitotische celdelingen; 3. vermindering van de hoeveelheid cytoplasma en vorming van de staart van een spermacel vinden plaats na afloop van de meiose-II.
Welke van deze beweringen zijn juist?
Voortplanting
SOA's
I. Van alle soa's is aids de enige dodelijke. II. De virale soa's zijn veel moeilijker te bestrijden dan de bacteriële of de schimmel-soa's.
Voortplanting
Welke SOA.
Bij welke SOA komt er slijm en etter uit de penis of vagina? En is er op de lange termijn ook kans op ontstoken eileiders, met als mogelijk gevolg onvruchtbaarheid of een buitenbaarmoederlijke zwangerschap?