Plantenfysiologie
Kiemende boon.
Zie figuur B 775 van de bijlage.
Tussen welke stadia treedt celstrekking op?
afbeelding
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
Kiemende boon.
Zie figuur B 775 van de bijlage.
Tussen welke stadia treedt celstrekking op?
afbeelding
Kiemende boon.
Zie figuur B 775 van de bijlage.
De groei van de plant vindt plaats met behulp van stoffen uit de zaadlobben en met behulp van de in de bladeren gevormde stoffen.
Waaruit komen de stoffen voor de groei tussen de stadia 3 en 4?
afbeelding
Celstrekking.
Bij de groei van een jong plantje ontwikkelen zich wortel, stengel en bladeren.
In welk of in welke van deze delen vindt celstrekking plaats?
Kiemplantjes van maïs.
Zie figuur B 1701 van de bijlage.
In de potten 1 en 2 bevinden zich vijf dagen oude kiemplantjes van maïs.
Pot 1 heeft al die tijd in het licht gestaan. Pot 2 stond steeds in het donker.
Welke van onderstaande conclusies uit dit experiment is juist?
afbeelding
Takvorming.
Processen die in planten plaatsvinden, zijn:
1. specialisatie van cellen,
2. celstrekking,
3. plasmagroei.
Welke van deze processen treden op als zich uit een knop aan een plant een nieuwe tak met bladeren ontwikkelt?
1/2 Deling van cambiumcel.
Zie figuur B 888 van de bijlage.
De afbeelding stelt schematisch de deling voor van een cambiumcel in een boom.
Leidt deze deling tot diktegroei?
En tot lengtegroei?
afbeelding
2/2 Deling van cambiumcel.
Zie figuur B 888 van de bijlage.
Welke van de cellen P, Q en R hebben hetzelfde aantal chromosomen?
afbeelding
1/2 Celdeling en groei.
Zie figuur B 1959 van de bijlage.
In de afbeelding zijn schematisch een celdeling en de groei van een plantencel weergegeven.
Tussen welke van de getekende stadia vindt celstrekking plaats?
afbeelding
2/2 Celdeling en groei.
Zie figuur B 1959 van de bijlage.
In cel P bevinden zich 20 chromosomen.
In welke van de weergegeven cellen bevinden zich ook 20 chromosomen?
afbeelding
1/3 Diktegroei.
Zie figuur B 846 van de bijlage.
Tekening P stelt een dwarsdoorsnede voor van een deel van een stam van een den. In foto Q is met een pijl aangegeven van welke plaats uit de stam de doorsnede van tekening P afkomstig is. De den is 10 meter hoog. De doorsnede is gemaakt op 4 meter hoogte.
Bevindt zich tussen laag 1 en laag 2 cambium?
Is laag 2 gevormd in de nazomer?
afbeelding
afbeelding
2/3 Diktegroei.
Bestaan de transportvaten in het hout uit levende cellen?
Bestaan de transportvaten in de bast uit levende cellen?
afbeelding
3/3 Diktegroei.
Zijn de lagen 2 en 3 ontstaan tussen januari en december van hetzelfde jaar?
Bevinden zich vlak bij de grond in de stam evenveel jaarringen als op 4 meter hoogte?
afbeelding
1/3 Een els.
Zie figuur B 2091 van de bijlage.
Een els is een boom die alleen goed groeit als er veel water beschikbaar is.
Een els is in februari 1990 vlak boven de grond afgezaagd. Tegelijk zijn de takken vlak bij de stam van de boom afgezaagd. In de afbeelding zijn een deel van een doorsnede van de stam en een deel van een doorsnede van een tak weergegeven.
In beide doorsneden zijn jaarringen te zien.
Hoe oud was de tak toen deze werd afgezaagd?
afbeelding
2/3 Een els.
De omgezaagde els heeft wel eens last gehad van droogte. Dit is aan de jaarringen van de stomp te zien.
Waaraan is bij een jaarring te zien dat het voor de els een droog jaar was?
afbeelding
3/3 Een els.
In welke zomer heeft de els, op grond van de afbeelding, gebrek aan water gehad?
afbeelding
1/3 De groei van een erwtenplantje.
Zie figuur B 1936 van de bijlage.
In de afbeelding zijn twee stadia uit de groei van een erwtenplantje weergegeven.
Overeenkomstige plaatsen in het worteltje zijn met gelijke getallen aangegeven. Daarnaast zijn twee cellen getekend die in dit worteltje voorkomen.
Kan cel P in het jongste stadium van de kiemende erwt (linker tekening) op plaats X voorkomen?
En kan cel Q op plaats X voorkomen?
afbeelding
2/3 De groei van een erwtenplantje.
Zie figuur B 1936 van de bijlage.
Uit de tekeningen blijkt dat in de wortel lengtegroei heeft plaatsgevonden.
Door welk proces is de wortel het meest in lengte toegenomen?
afbeelding
3/3 De groei van een erwtenplantje.
Zie figuur B 1936 van de bijlage.
Welk proces vindt vooral plaats op plaats X?
afbeelding
2/3 Etheen.
Zie figuur C 172 van de bijlage.
Na 48 uur meet ze de lengte van de stengels. In de tabel hieronder staan de resultaten van haar metingen.
afbeelding
Zet op de bijlage de gemiddelde lengte van de stengels uit in een lijndiagram.
Zet op de juiste plaats bij de assen: verblijftijd in etheen (uren) en gemiddelde stengellengte (cm). Zet ook de juiste getallen bij de assen.
-
afbeelding
3/3 Etheen.
afbeelding
De onderzoeksvraag van de leerling was:
'Welke invloed heeft etheen op de lengtegroei van de stengels van ontkiemende erwten?'
Welke conclusie hoort op grond van de resultaten bij deze onderzoeksvraag?