Oefentoets Aardrijkskunde: Economie - multinationale onderneming | HAVO 3/VMBO theoretische leerweg, 4/VWO 2

Ontdek de digitale toets over multinationale ondernemingen (MNO's) die studenten en professionals inzicht biedt in definities, kenmerken, motieven en kritiek op MNO's, ideaal voor iedereen die zijn kennis van internationale bedrijfsvoering wil vergroten. - 15 vragen

Aantal vragen

15

Vak(ken)

Aardrijkskunde

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 38: Geografische basiskennis

Leerniveau(s)

HAVO 3, VMBO theoretische leerweg, 4, VWO 2

Uitgever

ODD

Copyright

cc-by-sa-40

Definitie van multinationale onderneming

1. Wat is volgens de bron de beste omschrijving van een multinationale onderneming (MNO)?

Buitenlandse vestiging van een moedermaatschappij

2. Hoe heet een buitenlandse vestiging die juridisch onder de moedermaatschappij valt?

Kenmerken van transnationale ondernemingen

3. Wat is een kenmerk dat vaak aan een transnationale onderneming wordt toegeschreven t.o.v. een “klassieke” MNO?

Motieven voor buitenlandse vestiging van MNO's

4. Welk motief wordt vaak genoemd voor MNO’s om zich in het buitenland te vestigen?

Kenmerken van een Multinational Onderneming (MNO)

5. Welke situatie beschrijft een MNO het best?

Internationale waardeketen in productieprocessen

6. Hoe heet het verschijnsel dat verschillende stappen in het productieproces over meerdere landen zijn verspreid?

Kritiek op Multinationale Ondernemingen (MNO's)

7. Welke kritiek of zorg wordt in discussies rond MNO’s regelmatig genoemd?

Vroegste multinationale onderneming voorbeeld

8. Welk historisch voorbeeld wordt vaak genoemd als vroege “multinationale” onderneming?

Kenmerken van een Multinational (MNO)

9. Welke kenmerken passen bij een MNO? (Meerdere antwoorden mogelijk)

Motieven voor BDI van MNO's

10. Welke motieven spelen vaak een rol bij BDI van MNO’s? (Meerdere antwoorden mogelijk)

Centrale leiding van een MNO

11. Vul in: De centrale leiding van een MNO bevindt zich doorgaans bij het [invulveld].

Definitie van een MNO

12. Een onderneming die uitsluitend exporteert maar geen buitenlandse vestigingen of structurele activiteiten heeft, is per definitie een MNO.

Operationele autonomie van dochterondernemingen

13. Dochterondernemingen van MNO’s kunnen een zekere operationele autonomie hebben ten opzichte van het hoofdkantoor.

Koppel begrippen aan omschrijvingen

14. Koppel het begrip aan de juiste omschrijving.

  • De centrale onderneming waar de zeggenschap is geconcentreerd

  • Vestiging in het buitenland die onder de moeder valt

  • Investering waarbij duurzaam belang in buitenlandse onderneming wordt genomen

  • Sterk gedecentraliseerde aansturing over meerdere landen

  • Moedermaatschappij

  • Dochteronderneming

  • FDI (BDI)

  • Transnationaal

Stadia van internationalisering in volgorde

15. Zet de volgende stadia van internationalisering in logische volgorde (van minst naar meest internationaal).

  1. Nationale onderneming (alleen binnenland)

  2. Exporterende onderneming (geen buitenlandse vestigingen)

  3. Onderneming met enkele buitenlandse vestigingen/joint ventures

  4. Multinationale onderneming (significante buitenlandse activiteiten)

  5. Transnationale onderneming (sterk gedecentraliseerd)