Oefentoets Biologie: Plantenanatomie | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 15

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Plantenfysiologie

Verschillende planten.

Een leerling bekijkt vier kamerplanten:

1. een plant met grote bladeren met veel huidmondjes,
2. een plant met kleine bladeren met een dikke waslaag,
3. een plant met bladeren met veel haren op het oppervlak,
4. een plant met bladeren met een dunne opperhuid en zonder waslaag.

Twee van deze planten kennen oorspronkelijk uit een droge omgeving en twee uit een vochtige omgeving.

Welke planten komen uit een droge omgeving?

Plantenfysiologie

Verdamping van geraniumbladeren.
Zie figuur B 899 van de bijlage.

Een onderzoeker doet een experiment met geraniums. Hij bepaalt de verdamping via de bladeren in het licht en in het donker. De resultaten zijn weergegeven in het diagram van de afbeelding. De plant heeft gedurende de gehele onderzoeksperiode de beschikking over voldoende water.

Op welk van de in de afbeelding aangegeven tijdstippen beginnen er waarschijnlijk veel huidmondjes open te gaan?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Droogte en bladverlies.

Sommige bomen reageren op een langdurige periode van droogte met het afstoten van bladeren.

Wat voor gevolg heeft het afstoten van bladeren voor de boom?

Plantenfysiologie

Aardappels en gewichtsverlies.
Zie figuur B 1952 van de bijlage.

Iemand heeft twee aardappels. Hij schilt één aardappel en weegt daarna beide aardappels. Ze blijken dan even zwaar te zijn. Vervolgens bewaart hij beide aardappels in een open bakje in de koelkast en weegt ze gedurende 5 dagen elke dag op dezelfde tijd.
De grafiek in de afbeelding geeft het verloop van het gewicht van beide aardappels weer. Door deze proef wordt aangetoond dat de schil de aardappel beschermt tegen

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Watertransport in plant.

Wortels van planten nemen water op. Het grootste deel van dit water wordt door de bladeren weer afgegeven aan de lucht.

Zo ontstaat in de plant een constante waterstroom naar de bladeren, die benut wordt voor het vervoer van

Plantenfysiologie

Verdamping bij verschillende planten.

Vier planten van verschillende soorten maar met een even groot bladoppervlak werden in dezelfde omgeving geplaatst. De hoeveelheid water die uit de bladeren verdampte, werd gemeten en in onderstaande tabel weergegeven.

afbeeldingafbeelding

Welke plant zal waarschijnlijk de dikste waslaag en de minste huidmondjes hebben?

Plantenfysiologie

Verdamping bij plant.

Is een plant tegen te sterke verdamping het best beschermd door een groot of door een klein bladoppervlak?
En door een waslaag of door het ontbreken van een waslaag?

Plantenfysiologie

Experiment met geraniumblad.
Zie figuur B 1814 van de bijlage.

In de tekening is een proefopstelling weergegeven.

Kan met deze proefopstelling worden aangetoond dat het blad water afgeeft?
Kan met deze opstelling worden aangetoond dat het blad water opneemt?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Een druif snoeien.
Zie figuur B 882 van de bijlage.

Iemand knipt in het voorjaar een tak van een druif af, voordat er bladeren aan de takken zitten. Nog vele dagen daarna blijkt vocht uit het snijvlak P (zie de afbeelding) te voorschijn te komen.

Waardoor wordt het vocht naar buiten geperst?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Doorsnede van een wortel.
Zie figuur B 1026 van de bijlage.

De tekening stelt een lengtedoorsnede van een wortel voor.

Welke functie heeft het met 1 aangegeven deel?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Doorsnede van een wortel.
Zie figuur B 1026 van de bijlage.

De tekening stelt een lengtedoorsnede van een wortel voor.

Welke functie heeft het met 1 aangegeven deel?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Cellen uit een wortel.
Zie figuur B 720 van de bijlage.

In planten komen onder andere plasmagroei, celstrekking en specialisatie voor.
De tekening stelt cellen uit een wortel van een plant voor.

Welk proces heeft of welke processen hebben in deze cellen plaatsgevonden?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Doorsnede van een wortel.
Zie figuur A 174 van de bijlage.

De tekening stelt een lengtedoorsnede voor van een deel van een wortel van een plant.

I. In dit deel van de wortel komen slechts twee typen weefsel voor.
II. In dit deel van de wortel komen gestrekte cellen voor.

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Doorsnede van een wortel.
Zie figuur A 174 van de bijlage.

De tekening stelt een lengtedoorsnede voor van een deel van een wortel van een plant.

I. In P wordt water vervoerd.
II. Van Q naar P kan transport van zouten plaatsvinden.

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Wortelharen.

Drie functies van wortels van planten zijn:

1. opname van water,
2. opname van zouten,
3. opslag van reservestoffen.

Welke van deze functies wordt of worden door wortelharen vervuld?

Plantenfysiologie

Bomen gezond "geploft".

Bomen langs een straat hebben het zwaar te verduren. Bestrating sluit de bodem af. Het samenpersen van de bodem door het gewicht van de bestrating en de auto's is een ramp voor het goed functioneren van het wortelstelsel. Maar daartegen is nu wat te doen. Met een speciaal apparaat kan lucht in de grond worden "geploft'.
Door het "inploffen" van lucht wordt de bodem losgemaakt. Hierdoor krijgen de wortels weer ruimte om zich te ontwikkelen. De lucht die in de grond wordt gebracht bevat koolstofdioxide en zuurstof.

Is het inbrengen van deze gassen van belang voor de boomwortels?
Zo ja, vanwege een van beide gassen of vanwege beide gassen?

Plantenfysiologie

Wortelharen.

Welke stoffen worden door de wortelharen van een plant uit de bodem opgenomen?

Plantenfysiologie

Een proef met zaden.

Een onderzoekster doet een proef met twintig zaden. Zij verdeelt de twintig zaden in twee groepen van tien (groep 1 en groep 2). De zaden van groep 1 wegen evenveel als de zaden van groep 2.
Zij legt de zaden van groep 1 in een droge, doorzichtige glazen bak in het licht.
Zij legt de zaden van groep 2 op vochtige watten, in een glazen bak in het donker.
Tijdens de proef blijven deze watten vochtig.

Na een paar dagen weegt zij beide groepen zaden. Het gewicht van de zaden van groep 1 blijkt maar een klein beetje te zijn afgenomen. Het gewicht van de zaden van groep 2 blijkt te zijn toegenomen.

Leg uit waardoor de zaden van groep 1 nauwelijks in gewicht zijn veranderd en de zaden van groep 2 zwaarder zijn geworden.

Plantenfysiologie

Opname van stof door maïsplant..

Een maïskorrel ontkiemt in de grond. Enkele stoffen zijn: glucose, koolstofdioxide en zuurstof.

Welke van deze stoffen neemt de maïskorrel uit de omgeving op, vóórdat het kiemplantje boven de grond komt?

Dit is [invulveld].

Plantenfysiologie

Bomen verplanten.
Zie figuur C 346 van de bijlage.

Op de bewuste foto is het transport te zien van een plataan die verplant moet worden. In de tekst bij de foto staat vermeld dat de voorbereidingen één jaar van tevoren zijn begonnen.

Welke twee voorbereidingen aan de boom worden bedoeld? Leg van elk afzonderlijk uit waarom die nodig waren.

afbeeldingafbeelding