Oefentoets Biologie: Plantenanatomie | VWO 5/VWO 6 | variant 14

Ontdek de digitale toets over fotosynthese, stofwisseling en de voedingsstrategieën van vleesetende planten, gericht op studenten biologie die hun kennis willen testen en verdiepen. Deze toets bevat diverse vragen en diagrammen om de concepten van plantengroei en -voeding te verkennen. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Fotosynthese en verlichtingssterkte berekenen

Productie.
Zie figuur A 1213 van de bijlage.

In nevenstaand diagram zijn de CO2 -opname en afgifte van een plant bij verschillende verlichtingssterktes weergegeven.
Aangenomen wordt dat de intensiteit van de dissimilatie niet wordt beïnvloed door de verlichtingssterkte.

Bereken bij welke verlichtingssterkte deze plant bij de fotosynthese 30 mmol glucose per uur produceert.

Bij een verlichtingssterkte van __________ mW/cm2.

[invulveld]

afbeeldingafbeelding

Stofwisseling en energietransformatie

1/2 Stofwisseling.
Zie figuur B 5758 van de bijlage.

In het schema hiernaast staan nummers bij de reacties.
Die reacties kunnen zijn:

p. de donkerreactie
q. glycolyse en citroenzuurcyclus
r. lichtreactie
s. ademhalingsketen (oxidatieve fosforylering)

Welke combinatie is juist?

afbeeldingafbeelding

Stofwisseling en variabelen p en q

2/2 Stofwisseling.
Zie figuur B 5758 van de bijlage.

Als q = 24, hoeveel is dan p?
Dan is p .

afbeeldingafbeelding

Vleesetende planten en hun voedingsstrategieën

Bekerplant.
Zie figuur B 5759 van de bijlage.

De bekerplant Nepenthes rajah, die groeit op een voedselarme bodem in Borneo (zie afbeelding) is de grootste vleesetende plant ter wereld. Insecten en spinnen worden aangelokt met heerlijke geuren uit de nectarklieren van de plant.
Eenmaal binnen, komen ze in een met verteringssappen gevulde val terecht.
Charles Clarke onderzocht of er ook kleine zoogdieren het slachtoffer worden. Hij ontdekte dat dit niet het geval is. Een toepaja (boomspitsmuis) blijkt precies op de 'toiletbril' te passen. Om de nectarklieren aan de binnenkant van het deksel met zijn tong te bereiken, moet het diertje zijn achterste boven de mond van de beker manoeuvreren. Tijdens het likken loost hij zijn uitwerpselen in de beker, dat blijkt gunstig voor de plant.
Van een bepaalde stof bevinden zich in die uitwerpselen voorstadia.

Van welke stof? Van .

afbeeldingafbeelding

Groei van Gras en Maanlicht

Groei van gras.

Groeit gras 's nachts door?

Vleesetende Planten en Hun Voeding

Vleesetende planten.

Vleesetende planten zoals de zonnedauw en de tropische bekerplant eten insecten.

Dit is nodig in verband met hun .

Waterbeweging in chloroplasten en mitochondriën

Zonnebloem.

Deze vraag gaat over het sponsparenchym van een blad van een zonnebloem, op een zomerse, onbewolkte dag, om 11 uur 's morgens.

- Gaat er op dat tijdstip water in of uit een chloroplast van een cel van het sponsparenchym?
Er gaat water de chloroplast .

- En gaat er op dat tijdstip water in of uit een mitochondrium van een cel van het sponsparenchym?
Er gaat water het mitochondrium .

Locatie van bladgroenkorrels in bladcellen

Bladgroenkorrels.

In welke bladcellen vindt men bladgroenkorrels?

Cellen zonder chlorofyl in ligusterblad

Liguster.

In het blad van de liguster zijn cellen die geen chlorofyl bevatten.

Welke cellen kunnen dit zijn?

Koolstofassimilatie in Bladonderdelen

Blad.
Zie figuur B 5760 van de bijlage.

Nevenstaande tekening toont een dwarsdoorsnede door een gedeelte van een blad.

Er kan geen koolstofassimilatie optreden in de onderdelen

afbeeldingafbeelding

Effect van zoutoplossingen op kamerplanten

Kruidachtige planten.

Een kamerplant heeft te weinig water gekregen: de bladeren beginnen slap te hangen.
Om de bladeren weer stevig te krijgen zijn er verschillende zoutoplossingen beschikbaar:

1. Een oplossing die hypotonisch is ten opzichte van het sap in een stevig blad,
2. Een oplossing die hypotonisch is ten opzichte van het sap in een slaphangend blad,
3. Een oplossing die isotonisch is ten opzichte van het sap in een stevig blad,
4. Een oplossing die isotonisch is ten opzichte van het sap in een slaphangend blad.

Met welke van deze oplossingen kunnen de bladeren weer stevig worden?
Geef bij elke oplossing aan of dit wel of niet zal lukken.

Met oplossing 1 zal dit lukken.
Met oplossing 2 zal dit lukken.
Met oplossing 3 zal dit lukken.
Met oplossing 4 zal dit lukken.

Ideale verhouding kalium en fosfaatbemesting

Bemesting.
Zie figuur B 5762 van de bijlage.

Bodemzouten zijn onmisbaar voor planten. Nog belangrijker is de onderlinge verhouding van deze zouten. Afhankelijk van de plantensoort kan de ideale verhouding ook nog sterk variëren. Om verspilling tegen te gaan wordt de invloed van de kaliumbemesting onderzocht op de opbrengst van rogge bij twee verschillende fosfaatbemestingen.
Bekijk de afbeelding hiernaast.

Wat is de meest ideale verhouding kalium/fosfaat bemesting bij de hoogst mogelijke opbrengst (tegen de laagste kostprijs)?

afbeeldingafbeelding

Osmose en opname van stoffen door wortels

Plantenwortel.

Uit het feit dat een plantenwortel bij een temperatuur van slechts enkele graden boven 0°C geen opgeloste anorganische stoffen meer opneemt blijkt dat

Stikstofopname en functie in planten

Planten en stikstof.

De stikstof die door planten wordt opgenomen, wordt gebruikt voor de .

Boriumopname door Planten

Borium.

In de bodem van een bepaald gebied bedraagt de concentratie borium 0.01 g/L. Plant A blijkt in de houtvaten een boriumconcentratie van 0.001 g/L te hebben, plant B een concentratie van 0.002 g/L.

Wat blijkt hieruit?

Hydrostatische druk in houtvaten

Een takje.
Zie figuur B 5763 van de bijlage.

De afbeelding hiernaast geeft schematisch een deel van de dwarsdoorsnede van een takje van een houtige plant weer. In de afbeelding is met de letter P een houtvat aangegeven.

Op een zomerse dag treden de volgende veranderingen op in het milieu van deze plant:

1. de temperatuur stijgt van 15°C naar 25°C
2. de windsnelheid neemt toe.
3. het begint te motregenen.

Welke van deze veranderingen veroorzaakt een daling van de hydrostatische druk in het houtvat?

afbeeldingafbeelding

Bewegingen van bladeren aan een spil

Bladeren.
Zie figuur B 5764 van de bijlage.

Twee waterleliebladeren en twee ligusterbladeren werden, precies in balans, bevestigd aan een spil (zie afbeelding hiernaast).

Welke bewegingen zijn na enkele dagen opgetreden?

afbeeldingafbeelding

Capillaire Opstijging van Inktoplossing

Inktoplossing.
Zie figuur B 5765 van de bijlage.

Als men in de hiernaast afgebeelde proefopstelling voor capillaire opstijging een laagje inktoplossing op de bodem giet, dan zal de inktoplossing opstijgen tot in de situatie als aangegeven onder alternatief .

afbeeldingafbeelding

Huidmondjes en hun opening in gematigde zones

Huidmondjes.
Zie figuur A 1214 van de bijlage.

De combinatie van omstandigheden in gematigde zones die het meest geschikt is om in het algemeen de huidmondjes zich te laten openen, wordt in nevenstaand diagram aangeduid met de letter .

afbeeldingafbeelding

Assimilatie en dissimilatie in wateronderzoek

Assimilatie en dissimilatie.

Men vult 's morgens om 8.00 uur een zwart geverfde en een gewone glazen fles op 50 cm diepte in een sloot met water en bepaalt in beide flessen het O2 -gehalte (= C1 ).
Vervolgens worden de flessen op dezelfde 50 cm diepte teruggebracht tot 13.00 uur en opnieuw wordt het O2 -gehalte van de zwarte fles (= C2 ) en van de gewone fles (= C3 ) bepaald.

Als men aanneemt dat in beide flessen de dissimilatie-activiteit dezelfde is geweest, dan worden de dissimilatie-activiteit weergegeven door en de fotosynthese-activiteit door .