Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aantal vragen
20
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
VWO 5, VWO 6
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Plantenfysiologie
Productie. Zie figuur A 1213 van de bijlage.
In nevenstaand diagram zijn de CO2
-opname en afgifte van een plant bij verschillende verlichtingssterktes weergegeven. Aangenomen wordt dat de intensiteit van de dissimilatie niet wordt beïnvloed door de verlichtingssterkte.
Bereken bij welke verlichtingssterkte deze plant bij de fotosynthese 30 mmol glucose per uur produceert.
Bij een verlichtingssterkte van __________ mW/cm2.
[invulveld]
afbeelding
Plantenfysiologie
1/2 Stofwisseling. Zie figuur B 5758 van de bijlage.
In het schema hiernaast staan nummers bij de reacties. Die reacties kunnen zijn:
p. de donkerreactie q. glycolyse en citroenzuurcyclus r. lichtreactie s. ademhalingsketen (oxidatieve fosforylering)
Welke combinatie is juist?
afbeelding
Plantenfysiologie
Groei van gras.
Groeit gras 's nachts door?
Plantenanatomie
Bladgroenkorrels.
In welke bladcellen vindt men bladgroenkorrels?
Plantenanatomie
Blad. Zie figuur B 5760 van de bijlage.
Nevenstaande tekening toont een dwarsdoorsnede door een gedeelte van een blad.
Er kan geen koolstofassimilatie optreden in de onderdelen
afbeelding
Plantenfysiologie
Bemesting. Zie figuur B 5762 van de bijlage.
Bodemzouten zijn onmisbaar voor planten. Nog belangrijker is de onderlinge verhouding van deze zouten. Afhankelijk van de plantensoort kan de ideale verhouding ook nog sterk variëren. Om verspilling tegen te gaan wordt de invloed van de kaliumbemesting onderzocht op de opbrengst van rogge bij twee verschillende fosfaatbemestingen. Bekijk de afbeelding hiernaast.
Wat is de meest ideale verhouding kalium/fosfaat bemesting bij de hoogst mogelijke opbrengst (tegen de laagste kostprijs)?
afbeelding
Plantenfysiologie
Plantenwortel.
Uit het feit dat een plantenwortel bij een temperatuur van slechts enkele graden boven 0°C geen opgeloste anorganische stoffen meer opneemt blijkt dat
Plantenfysiologie
Borium.
In de bodem van een bepaald gebied bedraagt de concentratie borium 0.01 g/L. Plant A blijkt in de houtvaten een boriumconcentratie van 0.001 g/L te hebben, plant B een concentratie van 0.002 g/L.
Wat blijkt hieruit?
Plantenfysiologie
Een takje. Zie figuur B 5763 van de bijlage.
De afbeelding hiernaast geeft schematisch een deel van de dwarsdoorsnede van een takje van een houtige plant weer. In de afbeelding is met de letter P een houtvat aangegeven.
Op een zomerse dag treden de volgende veranderingen op in het milieu van deze plant:
1. de temperatuur stijgt van 15°C naar 25°C 2. de windsnelheid neemt toe. 3. het begint te motregenen.
Welke van deze veranderingen veroorzaakt een daling van de hydrostatische druk in het houtvat?