Oefentoets Biologie: Ecologie | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 1

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ecologie

Het milieu

Twee beweringen over het milieu zijn:

I. Het milieu is de leefomgeving van plant, dier of mens.
II. Het milieu is alleen te vinden in natuurgebieden.

Ecologie

Vervuiling op de Theems.
Zie figuur B 1094 van de bijlage.

Op de rivier de Theems bij Londen vaart soms een bijzondere boot. De boot beschikt over tanks met zuurstof. De zuurstof wordt in het vervuilde water van de rivier geblazen om de visstand op peil te houden. In de Theems leven onder andere voorns (zie de figuur).

Verandert door het inbrengen van zuurstof onmiddellijk een abiotische factor voor de voorns in de Theems?
En verandert onmiddellijk een biotische factor voor de voorns?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Bomen aan de kust.
Zie figuur B 3468 van de bijlage.

In de kuststreek staan rijen scheve bomen, zoals in de afbeelding is weergegeven. Ten gevolge van de overheersende harde westenwinden groeiden de takken aan één kant van de stam minder goed dan aan de andere kant. De kruinen ontwikkelden zich vooral aan de oostzijde.
De bomen gaan daardoor helemaal scheef hangen.

Is het scheef hangen van deze bomen een gevolg van een abiotische factor?
En van een biotische factor?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Biotisch of abiotisch?

Is een harde westenwind een biotische factor of een abiotische factor?
Is een voedselconcurrent een biotische factor of een abiotische factor?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Berberapen.
Zie figuur B 3566 van de bijlage.

Berberapen (zie de afbeelding) leven in groepen in Noord-Afrika, op 1000 tot 2000 meter hoogte waar het in de winter zeer koud is. In de winter krijgen berberapen een dikkere vacht.
Dit is een aanpassing aan de lagere temperatuur.

Is deze aanpassing een gevolg van een abiotische factor?
En van een biotische factor?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Voedselrelaties.
Zie figuur B 3473 van de bijlage.

In de afbeelding zijn voedselrelaties tussen een aantal organismen in zee weergegeven. Als gevolg van lozing van industrieel afvalwater komen er zware metalen in het zeewater voor.

In welk van de genoemde dieren zal per gram lichaamsgewicht de grootste hoeveelheid zware metalen worden aangetroffen?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Abiotische factoren.

Een diersoort in een ecosysteem staat onder invloed van biotische en abiotische factoren.

Hieronder wordt een aantal factoren genoemd:
1. een bacterie;
2. licht;
3. de neerslag;
4. een overstroming;
5. een prooidier;
6. een roofdier;
7. een soortgenoot;
8. de temperatuur.

Welke van deze factoren zijn abiotische factoren?

Ecologie

Bladgroen.

Komt bladgroen voor bij autotrofe organismen?
En bij heterotrofe organismen?

Ecologie

Voeding.

Sommige organismen hebben andere organismen nodig voor hun voedsel.

Geldt dit voor autotrofe organismen?
En voor heterotrofe organismen?

Ecologie

Fotosynthese.

Komt fotosynthese voor bij autotrofe organismen?
En bij heterotrofe organismen?

Ecologie

Het milieu.

Twee beweringen over het milieu zijn:

I. het milieu is de leefomgeving van een organisme;
II. het milieu is alleen te vinden in natuurgebieden.

Ecologie

Milieu-aantasting.

Is het aantal soorten planten in Nederland de laatste eeuw toegenomen?
Is het wegverkeer een van de veroorzakers van zure regen?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Het milieu.

Wordt oppervlaktewater door vermesting voedselarmer?
Bij composteren van afval kan rechtstreeks energie worden teruggewonnen.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Aanpassingen.

In welk milieu kunnen de meeste dieren met een gestroomlijnde lichaamsvorm worden aangetroffen, op het land of in het water?
In welk milieu kunnen bij dieren de meeste aanpassingen worden aangetroffen om een zwaar lichaam te kunnen dragen?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Biologisch evenwicht.

In een bepaald ecosysteem heerst een biologisch evenwicht.

Betekent dit dat elke populatie even groot is als in het voorgaande jaar?
Betekent dit dat geboorte en sterfte even groot zijn?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Onkruiden minder gevoelig voor chemische bestrijding.

Een toenemend aantal onkruiden is niet langer gevoelig voor bepaalde bestrijdingsmiddelen. Onkruiden worden gedood, omdat ze de opbrengst van land- en tuinbouwgewassen verminderen. Sommige onkruiden raken echter "gewend" aan chemische bestrijdingsmiddelen die jaren achtereen op dezelfde plaatsen worden gebruikt. In Nederland zijn op maïsvelden Zwarte nachtschade en Melganzevoet de meest voorkomende onkruiden die niet langer gevoelig zijn voor bepaalde bestrijdingsmiddelen.

In de tekst staat dat planten "gewend" kunnen raken aan bepaalde chemische bestrijdingsmiddelen.
Drie leerlingen geven aan wat "gewend raken" volgens hen eigenlijk betekent.

Leerling 1 zegt: "De planten leren hoe ze de giftige stoffen moeten afbreken en hoe meer giftige stoffen ze krijgen, hoe sneller de planten leren deze stoffen af te breken."
Leerling 2 zegt: "Sommige planten hebben de eerste bestrijding overleefd, omdat ze niet gevoelig waren voor het bestrijdingsmiddel. Alleen deze planten kunnen zich vermeerderen."
Leerling 3 zegt: "De planten leren steeds beter het onderscheid tussen giftige en niet-giftige stoffen. De giftige stoffen nemen ze na verloop van tijd niet meer op."

Wie geeft het beste aan wat "gewend raken" eigenlijk betekent?

Ecologie

Chemische bestrijding.

Een tuinder gebruikt in zijn kas een chemisch bestrijdingsmiddel tegen kevers die radijsjes aantasten. Op een dag merkt hij dat niet alle kevers dood gaan door een bespuiting. In de voorgaande jaren gingen de kevers wel dood. Toch waren de omstandigheden bij de bespuitingen hetzelfde. De tuinder overweegt wat de oorzaak kan zijn:

1. een deel van de populatie kevers in de kas is resistent voor het bestrijdingsmiddel;
2. bij de kevers die overleven laat het pantser het bestrijdingsmiddel niet door;
3. bij de kevers die overleven heeft accumulatie van het bestrijdingsmiddel plaatsgevonden.

Welke oorzaak kan of welke oorzaken kunnen juist zijn?

Ecologie

Energiestromen.
Zie figuur A 145 van de bijlage.

In de afbeelding wordt een deel van de energiestromen in een ecosysteem weergegeven. Elke pijl stelt een energiestroom voor. De organismen in de afbeelding zijn niet op dezelfde schaal getekend.

Welke pijlen geven door verbranding vrijgemaakte warmte weer?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Energiestromen.
Zie figuur A 145 van de bijlage.

In de afbeelding wordt een deel van de energiestromen in een ecosysteem weergegeven. Elke pijl stelt een energiestroom voor. De organismen in de afbeelding zijn niet op dezelfde schaal getekend.

Welke pijl stelt de stroom met de grootste hoeveelheid energie voor?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Voedselketen bij het water.
Zie figuur B 1561 van de bijlage.

In de afbeelding is een voedselketen weergegeven, die uit vijf schakels bestaat. De totale massa energierijke stoffen is niet in alle schakels gelijk. In de afbeelding zijn de aantallen organismen in alle schakels niet juist weergegeven. Ook zijn de organismen niet op dezelfde schaal getekend.

In welke schakel is de totale biomassa van de energierijke stoffen het grootst?

afbeeldingafbeelding