Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Men zet vier reageerbuizen (I t/m IV) in een rekje en voert daarna onderstaande proeven uit:
afbeelding
Welke van de onderstaande conclusies over het speekselenzym blijkt alleen op grond van deze proeven waar?
Spijsvertering
Speeksel en zetmeel. Zie figuur C 51 van de bijlage.
Bij de volgende proef is gebruik gemaakt van een jodiumoplossing, een bruine vloeistof die zetmeel blauw kleurt. In een schaal bevindt zich een zetmeelhoudende laag. Een opening in die laag wordt gevuld met speeksel. Na een half uur wordt de hele schaal overgoten met een laagje jodiumoplossing. Na vijf minuten wordt de jodiumoplossing uit de schaal gegoten. De vier mogelijkheden zouden zich kunnen voordoen zijn weergegeven in de figuur als 1 t/m 4.
Na de proef ziet de schaal eruit zoals weergegeven in
afbeelding
Spijsvertering
Spijsvertering.
Na het eten van een zetmeelrijke maaltijd zal het glucosegehalte (suikergehalte) van het bloed aanmerkelijk toenemen in
Spijsvertering
Gegevens van darmkanaal en kiezen van twee soorten zoogdieren.
Hieronder staan enkele gegevens over twee zoogdieren van verschillende soorten:
1. Dier P en Q zijn even groot. 2. Het darmkanaal van dier P is driemaal zo lang als het darmkanaal van dier Q. 3. Dier Q heeft knobbelkiezen.
Wat voor soort kiezen heeft dier P waarschijnlijk en wat voor soort voedsel gebruikt het?
afbeelding
Spijsvertering
Amoebe. Zie figuur B 810 van de bijlage.
De tekeningen geven weer hoe een amoebe een ander eencellig organisme vangt en opneemt.
Met welk cijfer wordt een voedingsvacuole aangegeven?
afbeelding
Spijsvertering
Spijsvertering.
Drie delen van het spijsverteringskanaal van de mens zijn: de slokdarm, de maag en de dunne darm.
In welke van deze delen worden spijsverteringssappen gemaakt?
Spijsvertering
Verteringssap. Zie figuur B 866 van de bijlage.
In een reageerbuis bevindt zich fijn verdeeld voedsel, dat eiwitten en zetmeel bevat. Men heeft de beschikking over speeksel, maagsap, gal en darmsap van de mens. Op een bepaald tijdstip (t) wordt één van deze sappen aan het voedsel toegevoegd. De buis wordt goed geschud en op een temperatuur van 37°C gehouden. Het diagram geeft de hoeveelheden eiwitten en zetmeel in de buis gedurende het experiment weer.
Welk sap wordt op tijdstip t aan het voedsel toegevoegd?
afbeelding
Spijsvertering
Praticum met spijsverteringssappen.
Het overzicht geeft de opzet en de resultaten weer van een practicumproef met spijsverteringssappen.
afbeelding
In welke buizen is er zetmeel verteerd?
-
Spijsvertering
Spijsvertering.
Klieren in het lichaam van de mens produceren onder andere alvleessap, gal en insuline.
Welke van deze stoffen is of welke zijn werkzaam in het spijsverteringskanaal?
Spijsvertering
Spijsvertering. Zie figuur B 1543 van de bijlage.
In de afbeelding is een etiket van een zakje borrelnootjes weergegeven. Op het etiket worden o.a. zetmeel, eiwitten, vet en mineralen genoemd.
Welke van deze voedingsstoffen moeten worden verteerd voor ze in het bloed kunnen worden opgenomen?
afbeelding
Spijsvertering
Voedsel van een olifant. Zie figuur A 87 van de bijlage.
De olifant van de afbeelding heeft twee grote slagtanden. Zij lijken op wapens waarmee de olifant een prooi gemakkelijk zou kunnen doden. Toch eet een olifant vrijwel alleen planten. Een olifant heeft naast deze twee slagtanden alleen vier grote kiezen.
Welk type kiezen bezit een olifant?
afbeelding
Spijsvertering
1/3 Het spijsverteringsstelsel. Zie figuur B 1919 van de bijlage.
De afbeelding geeft schematisch het spijsverteringsstelsel van de mens weer.
In welk van de organen 3, 4 en 6 zijn bacteriën actief die cellulose verteren?
afbeelding
Spijsvertering
2/3 Het spijsverteringsstelsel.
Welk van de organen 2, 5 en 6 kan glycogeen opslaan en tevens afbraakproducten van rode bloedcellen uitscheiden?
afbeelding
Spijsvertering
3/3 Het spijsverteringsstelsel.
In welke van de aangegeven organen worden voedingsbestanddelen door peristaltische bewegingen verplaatst?
afbeelding
Spijsvertering
1/6 Spijsvertering.
Bij de mens vindt de vertering van voedsel plaats in het spijsverteringskanaal. Bij de vertering worden stoffen omgezet met behulp van enzymen.
Welk enzym komt in speeksel van de mens voor?
Spijsvertering
2/6 Spijsvertering.
In welk deel vooral van het spijsverteringskanaal van de mens leven bacteriën die celluloseverterende enzymen vormen?
Spijsvertering
3/6 Spijsvertering.
Drie soorten stoffen die een rol spelen bij de spijsvertering zijn: eiwitverterende enzymen, emulgerende stoffen en vetverterende enzymen.
Welke van deze stoffen komen in gal voor?
Spijsvertering
4/6 Spijsvertering.
Kan cellulose in de dikke darm in het bloed worden opgenomen? En water?
afbeelding
Spijsvertering
5/6 Spijsvertering.
Bevat de wand van de slokdarm cellen die spijsverteringsenzymen produceren? En bevat de wand van de slokdarm spieren?
afbeelding
Spijsvertering
6/6 Spijsvertering.
Bevat de wand van de dikke darm kringspieren? En lengtespieren?