Oefentoets Biologie: Plantenanatomie - Plantenanatomie | HAVO 4/HAVO 5

Deze oefentoets bevat 31 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

31

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Plantenanatomie

Endodermis.
Zie figuur B 217 van de bijlage.

In de jonge wortels van vaatplanten bevindt zich tussen schors en vaatweefsel een gesloten schede van cellen, de endodermis. De wanden van de endodermiscellen die niet evenwijdig zijn met de omtrek van de wortel (de dwarse en radiale wanden) bevatten een doorlopend kurkbandje (het bandje van Caspari).

Wat is de functie van deze kurkbandjes?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Lengtedoorsnede van worteltop.
Zie figuur A 113 van de bijlage.

Genoemde tekening geeft een lengtedoorsnede van een worteltop van een tuinboon weer. Hierin kan men drie zones onderscheiden, die onder andere gekarakteriseerd worden door verschillende processen.
De drie vergrotingen laten microscopische beelden zien van deze drie zones.

In welke regel worden de processen in deze zones juist omschreven?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Doorsnede jonge wortel.
Zie figuur B 82 van de bijlage.

De schematische tekening stelt een dwarsdoorsnede van een jonge wortel voor.

Waar bevindt zich cambium en waar bevinden zich bastvaten?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Doorsnede jonge esdoornwortel.
Zie figuur B 250 van de bijlage.

De tekening stelt een dwarsdoorsnede voor van een jonge esdoornwortel.

In welk deel bevindt zich de meeste houtstof?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Doorsnede jonge wortel.
Zie figuur B 608 van de bijlage.

De tekening stelt een dwarsdoorsnede van een jonge wortel voor.

Bevindt zich bij 1 vulweefsel (parenchym) of steunweefsel?
Bevindt zich bij 2 delingsweefsel of transportweefsel?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Doorsnede worteltop.
Zie figuur B 348 van de bijlage.

Met een lichtmicroscoop wordt een preparaat van een doorsnede van een worteltop bekeken.
EƩn van de weefsels heeft de volgende eigenschappen:

1. de cellen zijn klein in vergelijking met de cellen van aangrenzende weefsels,
2. in veel cellen zijn duidelijk chromosomen zichtbaar.

Op welke van de aangegeven plaatsen (zie tekening) bevindt zich dit weefsel?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Doorsnede wortel.
Zie figuur B 506 van de bijlage.

In de tekening is een deel van een dwarsdoorsnede van een wortel weergegeven.
Er is cambium aanwezig.

Is het cambium aangegeven met pijl 1 of met pijl 3?
Geeft pijl 2 een deel van het hout of een deel van de bast aan?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Doorsnede wortel.
Zie figuur B 470 van de bijlage.

De afbeelding stelt schematisch een dwarsdoorsnede van een wortel van een jonge boom voor.

In de wortel komt een weefsel voor waarvan de cellen zich na de plasmagroei niet strekken.

Met welk cijfer is dit weefsel aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

1/3 Doorsnede van deel van plant.
Zie figuur B 462 van de bijlage.

De afbeelding stelt een dwarsdoorsnede van een deel van een zaadplant voor.

Is dit een dwarsdoorsnede van een deel van een blad, van een deel van een stengel, of van een deel van een wortel?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

2/3 Doorsnede van deel van plant.
Zie figuur B 462 van de bijlage.

De afbeelding stelt een dwarsdoorsnede van een deel van een zaadplant voor.

In cel Q zijn korreltjes zichtbaar, die zijn opgebouwd uit organische stoffen. De organische grondstoffen voor deze korreltjes zijn via transportweefsel aangevoerd uit andere delen van de plant.

Welk van de met R, S en T aangegeven delen behoort tot het genoemde transportweefsel?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

3/3 Doorsnede van deel van plant.
Zie figuur B 462 van de bijlage.

De afbeelding stelt een dwarsdoorsnede van een deel van een zaadplant voor.

Cel Q verbruikt zuurstof.

Door welk van de met P, R en T aangegeven delen wordt de meeste zuurstof voor cel Q aangevoerd?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Een worteldoorsnede.
Zie figuur B 431 van de bijlage.

De afbeelding stelt een deel van een dwarsdoorsnede van een jonge wortel van een zaadplant voor. Vier delen zijn aangegeven met P, Q, R en S.

Is een parenchymcel aangegeven met P, met Q of met R?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Een worteldoorsnede.
Zie figuur B 1026 van de bijlage.

Getekend is een schematische weergave van een stukje van een wortel.

In welke zone vindt hoofdzakelijk celstrekking plaats?
En in welke zone differentiatie?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Doorsnede van wortel.
Zie figuur B 1180 van de bijlage.

De figuur stelt een dwarsdoorsnede van een wortel voor.

Het weefsel dat met een pijl is aangeduid, zorgt in de plant voor

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Doorsneden van worteltop.
Zie figuur A 313 van de bijlage.

In de afbeelding is links schematisch een lengtedoorsnede van een deel van een wortel van een zaadplant weergegeven.
De foto rechts geeft een deel van een dwarsdoorsnede van een andere worteltop van dezelfde plant weer.
In de tekening is een aantal plaatsen aangegeven met de letters P, Q, R en S:

Is de foto gemaakt van een dwarsdoorsnede van een worteltop van de plant ter hoogte van P, Q, R of S?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Doorsnede van een wortel.
Zie figuur B 194 van de bijlage.

De tekening stelt schematisch een dwarsdoorsnede van een wortel voor.

Het weefsel dat met W is aangegeven, zorgt voornamelijk voor

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Groei van worteltop.
Zie figuur B 2508 van de bijlage.

Tekening 1 stelt een worteltopje voor. De merktekens P en Q zijn met inkt op de wortel getekend.
Tekening 2 stelt hetzelfde worteltopje een aantal dagen later voor. De zijwortels zijn nu, zoals de tekening laat zien, verder uitgegroeid. De wortelharen en de twee merktekens zijn niet getekend.

Zal de afstand tussen de merktekens P en Q in de tussenliggende dagen groter zijn geworden of ongeveer gelijk zijn gebleven?
Zullen er bij het worteltopje van tekening 2 wortelharen voorkomen beneden de lijn L?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Processen in een wortel.
Zie figuur B 504 van de bijlage.

In een plant vinden onder andere de volgende processen plaats:

1. dissimilatie,
2. transport van stoffen,
3. opslag van stoffen.

De tekening B 504 geeft een dwarsdoorsnede van een ondergrondse wortel van een zaadplant weer.

Welke van de genoemde processen kunnen plaatsvinden in het schorsparenchym van deze wortel?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

1/3 Een doorsnede van een wortel.
Zie figuur B 3057 van de bijlage.

In de afbeelding is links een microscopische foto weergegeven van een gedeelte van een doorsnede van een wortel van een Iris. Rechts is een deel hiervan nog verder vergroot afgebeeld.

Is in de afbeelding met Q een bastvat, een houtvat of een parenchymcel aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

2/3 Een doorsnede van een wortel.
Zie figuur B 3057 van de bijlage.

Wat is de functie van het deel dat met R is aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

3/3 Een doorsnede van een wortel.
Zie figuur B 3057 van de bijlage.

Door de wortel worden water en zouten opgenomen uit de bodem. Deze stoffen worden via vaten naar de bladeren vervoerd. In delen van de wortel die geen wortelharen hebben, worden deze stoffen ook vanuit de vaten naar de cellen buiten laag P (zie de afbeelding) vervoerd.

Gaan bij het transport door laag P zouten door het cytoplasma van cellen van deze laag?
En water?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

1/3 Een wortel.
Zie figuur B 470 van de bijlage.

De afbeelding stelt schematisch een dwarsdoorsnede van een wortel van een jonge boom voor.
In de wortel komt een weefsel voor waarvan de cellen zich na de plasmagroei niet strekken.

Met welk cijfer is dit weefsel aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

2/3 Een wortel.
Zie figuur B 470 van de bijlage.

Vindt transport van zouten door de wortel naar de stengel plaats in het deel dat is aangegeven met 1, met 2 of met 3?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

3/3 Een wortel.

Twee typen transportprocessen zijn actief transport en diffusie.

Door welk of door welke van deze processen komen zouten vanuit het bodemwater in de houtvaten?

Plantenanatomie en -fysiologie

1/3 Een worteldoorsnede.
Zie figuur B 431 van de bijlage.

De afbeelding stelt een deel van een dwarsdoorsnede van een jonge wortel van een zaadplant voor. Vier delen zijn aangegeven met P, Q, R en S.

Is een parenchymcel aangegeven met P, met Q of met R?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

2/3 Een worteldoorsnede.
Zie figuur B 431 van de bijlage.

Wat is de functie van deel S?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

3/3 Een worteldoorsnede.
Zie figuur B 431 van de bijlage.

Drie plaatsen in de wortel zijn:

1. het wortelmutsje,
2. het gebied waar de meeste plasmagroei plaatsvindt,
3. het gebied boven de wortelhaarzone.

Op welke van deze plaatsen zal waarschijnlijk de doorsnede uit de afbeelding zijn gemaakt?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

1/3 Plantendelen.
Zie figuur B 1443 van de bijlage.

In de afbeelding zijn drie dwarsdoorsneden van delen van dezelfde meerjarige plant getekend.

Welke van de tekeningen in de afbeelding geeft de doorsnede van de wortel weer?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

2/3 Plantendelen.
Zie figuur B 1443 van de bijlage.

In de tekening P van de afbeelding bevindt zich een deel dat met cijfer 1 is aangeven.

Welke van de delen 2, 3 en 4 in tekening Q is uit hetzelfde weefsel opgebouwd als deel 1 in tekening P?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

3/3 Plantendelen.
Zie figuur B 1443 van de bijlage.

Zijn de doorsneden van deze delen gemaakt in het eerste of in het tweede levensjaar van de plant of is dat niet te bepalen?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Grazen onder de grond.

Het is druk onder de grond. Onder een vierkante meter grasland leven alleen al miljoenen minuscule aaltjes. Sommige aaltjes leven van bodembacteriƫn, anderen zuigen aan plantenwortels en er bestaan ook 'roofaaltjes' die andere aaltjes eten, of zich te goed doen aan keverlarven of andere kleine bodembeestjes. Naast aaltjes en keverlarven leven er talloze soorten mijten en roofmijten, springstaarten, ritnaalden en andere diertjes in een ingewikkeld ondergronds voedselweb.
Samen vreten de ondergrondse grazers enorme hoeveelheden biomassa, misschien wel de helft van de primaire productie van de planten. Maar uit een onderzoek van ir. Gerlinde De Deyn blijkt, dat de bodemfauna ook een sleutelrol speelt in de ontwikkeling van de plantengroei.

Wat zuigen de aaltjes uit de plantenwortels op?