Deze oefentoets bevat 12 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aantal vragen
12
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
VWO 3, VWO 4, VWO 5
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Gedrag bij dieren
Gordeldier.
Het kogelgordeldier of armadillo (Tolypeutes mataco) neemt soms een merkwaardige positie in, waarbij het dier zich als een bal oprolt. Voeten en neus worden ingetrokken, waardoor de huidplaten van lichaam en kop precies tegen elkaar passen.
In welke situatie vertoont de armadillo dit gedrag?
Gedrag bij dieren
Ethologie in de kunst. Zie figuur B 5323 van de bijlage.
De Duitse kunstenaar Günther Grass maakte deze ets.
Door welk principe uit de ethologie heeft hij zich laten inspireren?
afbeelding
Gedrag bij dieren
Sergeant-majoorvis.
De sergeant-majoorvis (Abudefduf saxatilis L.) is m.b.v. speciale cellen in de huid in staat om zeer snel van kleur te veranderen.
- Hoe heten die speciale cellen? - En wat is de functie van de verandering?
Gedrag bij dieren
Zoöplankton.
Als zoöplankton-organismen de filtratiestroom van mosselen voelen, zwemmen ze razendsnel een andere richting uit. Dit gedrag is erfelijk vastgelegd.
Welke rol speelt de filtratiestroom bij het vluchtgedrag van de zoöplankton-organismen?
Gedrag bij dieren
De sta-reflex van een zeug.
Als een zeug de sta-reflex vertoont, is ze berig. Dat betekent dat de zeug niet meer wegloopt als de beer haar wil bespringen. Bij een zeug kan de sta-reflex optreden als gevolg van verschillende uitwendige prikkels. Zo leidt op de rug uitgeoefende druk in 50% van de gevallen tot de sta-reflex. Druk in combinatie met het geluid van de beer, leidt in 70% van de gevallen tot de sta-reflex. Wordt aan de druk de geur van de beer toegevoegd, dan loopt het percentage op tot 80%. Een combinatie van druk, geur en geluid van de beer zorgt in 100% van de gevallen tot de sta-reflex.
Wat is de oorzaak van de toename in het percentage van de sta-reflex?
Gedrag bij dieren
Pantoffeldiertje. Zie figuur A 1182 van de bijlage.
Indien een zoutkristalletje (C) in een druppel water wordt gebracht, ontstaat er een concentratiegradiënt. De bewegingen van een pantoffeldiertje in deze gradiënt zijn in de afbeelding hiernaast weergegeven.
Hoe noemt men het getekende gedragspatroon? Een [invulveld]
afbeelding
Gedrag bij dieren
Superei.
Broedende zilvermeeuwen rollen eieren die uit het nest zijn gerold, terug in het nest. Stenen die de vorm en de grootte van de eieren hebben, worden niet in het nest gerold. Hebben de stenen hetzelfde kleurpatroon als de eigen eieren, dan worden ze wel in het nest gerold. Naar aanleiding hiervan worden de volgende beweringen gedaan:
1. Het kleurpatroon van het ei is de sleutelprikkel voor het inrolgedrag. 2. Het kleurpatroon van het ei is de supranormale prikkel voor het inrolgedrag. 3. Het kleurpatroon van het ei is een motiverende factor voor het inrolgedrag. 4. Het inrolgedrag berust op inprenting.
Welk van deze beweringen is of welke zijn juist? Kruis het nummer of de nummers van de juiste bewering aan.
Gedrag bij dieren
1/2 Jachtluipaarden.
Jachtluipaarden zijn roofdieren, die op de Afrikaanse savanne leven. Als jonge jachtluipaarden ongeveer één jaar oud zijn, gaan ze voor het eerst zelf op jacht. Bij de jacht rennen zowel volwassen als jonge luipaarden snel achter hun prooi aan. Vooral jonge prooidieren stoppen tijdens zo'n achtervolging nogal eens. Ze gaan stil staan of zelfs liggen. Volwassen jachtluipaarden grijpen deze kans aan om hun prooidier onmiddellijk te doden. Wat opvalt is dat jonge luipaarden, die voor het eerst zelf jagen, niets meer doen als het prooidier stopt met rennen, gaat liggen en zich niet meer beweegt. De jonge jachtluipaarden stoppen met de jacht en lopen wat onwennig rond het prooidier. De jacht wordt onmiddellijk hervat als het prooidier weer probeert te ontsnappen.
Wat is volgens de tekst de sleutelprikkel voor het jachtgedrag van de jonge luipaarden?
Gedrag
Een tropisch regenwoud.
In een regenwoud worden bloemen aangetroffen die een roodbruine kleur hebben en een geur van rottend vlees verspreiden. Bepaalde insecten leggen hun eieren in rottend vlees. Een vrouwelijk insect dat net uit de pop is gekropen en direct daarna gepaard heeft, komt op de geur van zo'n bloem af en loopt erin rond. Zij is op zoek naar rottend vlees om daarin haar eieren te leggen. Zij komt daar uiteraard geen rottend vlees tegen. Wat ze bereikt, is dat ze onder het stuifmeel van de bloem komt te zitten. Uiteindelijk vliegt het insect weg, neemt de geur van een andere bloem van dezelfde soort waar en zoekt daar ook weer tevergeefs naar rottend vlees. Dit kan zich meerdere keren herhalen.
Wat is de prikkel voor het gedrag van het insect en wat is de motiverende factor die het gedrag veroorzaakt?