Oefentoets Biologie: Voortplanting - mens_anticonceptie | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 1

Deze oefentoets bevat 13 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

13

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voortplanting

2/2 Steriliseren.
Zie figuur B 3836 van de bijlage.

Uit klier Q komt vocht in het sperma.

Welke letter geeft een andere klier aan waaruit vocht in het sperma komt?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

1/3 De anticonceptiepleister.
Zie figuur B 4432 van de bijlage.

De anticonceptiepleister of de 'plakpil' is een voorbehoedmiddel. In de pleister bevinden zich bepaalde hormonen die via de huid in het bloed worden opgenomen. Deze hormonen beïnvloeden de werking van de eierstokken.

In de afbeelding zijn onder andere vrouwelijke voortplantingsorganen weergegeven.

Welke letter geeft een eierstok aan?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/3 De anticonceptiepleister.

De hormonen in de anticonceptiepleister beïnvloeden de werking van de eierstokken.

Welke andere hormonen beïnvloeden vooral de werking van de eierstokken?

Voortplanting

3/3 De anticonceptiepleister.

De hormonen uit de pleister worden via de huid in het bloed opgenomen.

Waar in de huid bevinden zich bloedvaten?

Voortplanting

1/2 Sterilisatie.
Zie figuur B 4492 van de bijlage.

Bij sterilisatie van een man worden de zaadleiders onderbroken.
In de afbeelding zijn enkele organen van een man schematisch weergegeven.

Welke letter in de afbeelding geeft een zaadleider aan?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/2 Sterilisatie.

Een gesteriliseerde man hoeft geen condooms te gebruiken als voorbehoedmiddel. Toch gebruikt zo'n man wel eens condooms.

Noem een andere functie van een condoom bij geslachtsgemeenschap dan het voorkomen van een zwangerschap.

Voortplanting

Implanon.
Zie figuur B 4576 van de bijlage.

In een artikel staat het volgende: Implanon is een voorbehoedmiddel. Het heeft de vorm van een staafje dat zo groot is als een lucifer. Dit staafje wordt door een dokter bij een vrouw onder de huid van een bovenarm geplaatst. Daar geeft het hormonen af die de ovulatie remmen. Als het staafje wordt verwijderd, is de vrouw na een maand weer vruchtbaar.

Drie andere voorbehoedmiddelen zijn: de pil, het condoom en het spiraaltje.

Met de werking van welk voorbehoedmiddel komt de beschreven werking van Implanon overeen?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting van de mens

1/3 Voorbehoedmiddelen.
Zie figuur B 4656 van de bijlage.

Het pessarium is een voorbehoedmiddel. Het is een rond, rubberen kapje dat de ingang van de baarmoeder afsluit.
Het pessarium wordt vóór de geslachtsgemeenschap ingebracht.
De vrouw doet dat via het orgaan dat is aangegeven met de letter P (zie de afbeelding).

Geef de naam van het orgaan dat in de afbeelding is aangegeven met de letter P.

De/het [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Voortplanting van de mens

2/3 Voorbehoedmiddelen.

Condooms worden veel vaker gebruikt dan een pessarium. Een condoom heeft een voordeel voor de gezondheid dat een pessarium niet heeft.

Welk voordeel voor de gezondheid heeft het gebruik van een condoom tijdens geslachtsgemeenschap?

Voortplanting van de mens

3/3 Voorbehoedmiddelen.

Een ander voorbehoedmiddel is het spiraaltje. Dit wordt door een arts in een voortplantingsorgaan van een vrouw geplaatst. Het verhindert de innesteling van een bevruchte eicel in dat orgaan.

Welk orgaan wordt hier bedoeld?