Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Het vóórkomen van kanker is afhankelijk van verschillende factoren. Wetenschappers onderzochten het verband tussen de opname van de stof seleen en de sterfte aan borstkanker. In het diagram zijn de sterftecijfers aan borstkanker in een aantal landen uitgezet tegen de gemiddelde seleenopname per persoon.
Naar aanleiding van dit diagram worden vier beweringen gedaan:
1. In Groot-Brittannië komt evenveel sterfte aan borstkanker voor als in Canada. 2. Inwoners van Duitsland en Noorwegen nemen evenveel seleen op. 3. Hoe groter de seleenopname, hoe groter de kans op sterfte aan borstkanker. 4. Hoe kleiner de seleenopname, hoe groter de kans op sterfte aan borstkanker.
Welk van deze vier beweringen komt overeen met de bovenstaande gegevens?
afbeelding
Ziekten
Transplantaties.
Elk jaar worden in Nederland organen getransplanteerd.
Wanneer heeft zo'n operatie de meeste kans op succes?
Ziekten
Ziekteverwekkers in donorbloed.
Bij een bloedtransfusie probeert men te voorkomen dat ziekten aan patiënten worden overgedragen. Bloed van donoren wordt daarom onderzocht. Als er ziekteverwekkers in het bloed aanwezig zijn, kan men ze meestal opsporen. Uiteraard kan men ziekteverwekkers die niet met bloed worden verspreid, zo niet opsporen.
Is het zinvol donorbloed op de veroorzaker van aids te onderzoeken? En is het zinvol donorbloed op de veroorzaker van hepatitis te onderzoeken?
Ziekten
Advies van de dokter. Zie figuur B 3203 van de bijlage.
Bekijk de afbeelding:
Welk advies wordt hier uitgebeeld?
afbeelding
Ziekten
1/3 Bescherming. Zie figuur A 951 van de bijlage.
In de afbeelding zijn vier verschillende organen met een letter aangegeven. Deze organen spelen onder andere een rol bij het tegenhouden of onschadelijk maken van ziekteverwekkers.
Wat is de naam van orgaan S?
afbeelding
Ziekten
2/3 Bescherming. Zie figuur A 951 van de bijlage.
Noem een manier waarop ziekteverwekkers worden tegengehouden in orgaan P.
afbeelding
Ziekten
3/3 Bescherming. Zie figuur A 951 van de bijlage.
Waardoor worden ziekteverwekkers onschadelijk gemaakt in orgaan Q?
afbeelding
Ziekten
1/5 Hib-ziekten.
Hib is de afkorting van de naam van een bacterie die bij mensen kan voorkomen in de slijmvliezen van de luchtwegen. Meestal veroorzaakt dit geen ernstige ziekteverschijnselen, omdat witte bloedcellen in de slijmvliezen de bacteriën onschadelijk maken.
Noem een manier waarop witte bloedcellen bacteriën bestrijden.
Ziekten
2/5 Hib-ziekten. Zie figuur B 4408 van de bijlage.
Soms dringt de Hib-bacterie toch verder het lichaam binnen en veroorzaakt een ziekte zoals bloedvergiftiging, hersenvliesontsteking of longontsteking. Ook kunnen ernstige problemen ontstaan met ademhalen door het opzwellen van een ontstoken strotklepje.
Waardoor kan een opgezwollen strotklepje ademhalingsproblemen veroorzaken?
afbeelding
Ziekten
3/5 Hib-ziekten. Zie figuur B 4408 van de bijlage.
Soms dringt de Hib-bacterie toch verder het lichaam binnen en veroorzaakt een ziekte zoals bloedvergiftiging, hersenvliesontsteking of longontsteking. Ook kunnen ernstige problemen ontstaan met ademhalen door het opzwellen van een ontstoken strotklepje.
Welke letter uit de afbeelding geeft het strotklepje aan?
afbeelding
Ziekten
4/5 Hib-ziekten.
Kinderen in Nederland worden ingeënt tegen Hib als ze 2, 3, 4 en 11 maanden oud zijn. Dat gebeurt samen met de zogenaamde DKTP-inenting. Hierdoor wordt tegelijkertijd immuniteit opgebouwd tegen difterie, kinkhoest, tetanus, polio en Hib-ziekten.
Worden bij zo'n DKTP-Hib-vaccinatie antigenen in het lichaam gebracht? Zo ja, hoeveel verschillende soorten?
Ziekten
5/5 Hib-ziekten. Zie figuur B 4344 van de bijlage.
Sinds kinderen worden ingeënt tegen Hib, is het aantal ernstige ziektegevallen als gevolg van zo'n infectie sterk afgenomen (zie de afbeelding).
Leid uit de afbeelding af met hoeveel het aantal gevallen van hersenvliesontsteking gemiddeld per jaar is verminderd in deze groep kinderen.
Er zijn [invulveld] gevallen minder.
afbeelding
Ziekten
1/2 Vakantieleed.
Iemand krijgt op vakantie in Zuid-Amerika een ongeluk. Hij verliest daarbij veel bloed. In een klein ziekenhuis krijgt hij bloed van bloedgroep AB, Rh-
toegediend. Hij heeft zelf bloedgroep O, Rh-
. In zijn lichaam treedt een afweerreactie op.
Welke gevolgen heeft deze afweerreactie voor de rode bloedcellen van het donorbloed?
Ziekten
2/2 Vakantieleed.
Zo'n afweerreactie kan leiden tot hersenbeschadiging.
Waardoor komt dat?
Ziekten
1/4 Het waterpokkenvirus. Zie figuur B 4356 van de bijlage.
Als kleuter wordt bijna iedereen met het waterpokkenvirus besmet. De verschijnselen van waterpokken zijn koorts, blaasjes op de huid en jeuk. De blaasjes ontstaan doordat zich vocht verzamelt tussen twee lagen van de huid (zie de afbeelding).
Geef de namen van de twee lagen van de opperhuid waartussen zich het vocht van zo'n blaasje bevindt.
afbeelding
Ziekten
2/4 Het waterpokkenvirus. Zie figuur B 4357 van de bijlage.
Na besmetting blijft het waterpokkenvirus achter in de zenuwknopen bij het ruggenmerg (zie de afbeelding).
Van welk type zenuwcel bevinden zich cellichamen in de zenuwknopen bij het ruggenmerg?
afbeelding
Ziekten
3/4 Het waterpokkenvirus.
Op latere leeftijd kan het virus gordelroos veroorzaken. De verschijnselen zijn anders dan bij waterpokken. Bijvoorbeeld op de buik treedt een zeurende of stekende pijn op. De aangetaste huid ziet er rood en vlekkerig uit. Net als bij waterpokken vormen zich blaasjes met vocht. Ongeveer tien tot vijftien procent van de patiënten houdt er lang last van en heeft veel pijn. Maar meestal is het virus binnen een maand met succes door het lichaam bestreden en zijn de klachten weer verdwenen.
Geef de naam van de bloeddeeltjes die actief zijn bij het bestrijden van het virus.
Ziekten
4/4 Het waterpokkenvirus.
Sinds 2007 is er een vaccin tegen gordelroos beschikbaar.
Wordt bij toediening van zo'n vaccin het afweersysteem van het lichaam geactiveerd? Leg je antwoord uit.