Oefentoets Biologie: Plantenanatomie | HAVO 4/HAVO 5 | variant 8

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Plantenfysiologie

Plantenhormoon.
Zie figuur B 1345 van de bijlage.

In de afbeelding zijn tekeningen te zien van twee takjes van dezelfde hulstplant. Deze takjes zijn afgesneden en op verschillende wijzen behandeld.
Takje 1 heeft in gedestilleerd water gestaan. Takje 2 in een oplossing van 0,05 gram auxine per liter.
Auxine is een plantenhormoon: een stof die de groei reguleert.
Naar aanleiding van de resultaten worden vier beweringen gedaan:

1. Onder invloed van auxine vindt er meer mitose plaats,
2. Onder invloed van auxine vindt er meer meiose plaats,
3. Onder invloed van auxine verandert het genotype.

Welke van deze beweringen is of zijn juist op grond van de resultaten van dit experiment?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Kieming.

Wanneer de kiem die in een boon aanwezig is, gaat uitgroeien, verbruikt deze daarvoor energie.

Waaruit krijgt de kiem deze energie?

Plantenfysiologie

Kieming van zaad.

Als een zaad gaat kiemen, worden in dit zaad eiwitten gevormd.

Uit welke verbindingen?

Plantenfysiologie

Kieming van zaad.

Wanneer een erwt gaat kiemen, begint het kiemplantje uit te groeien.

De energie die voor deze groei van het kiemplantje nodig is, is afkomstig van

Plantenfysiologie

Kiemende sojaboon.

Verbruikt een kiemende sojaboon glucose voor de ontwikkeling van het kiemplantje?
En eiwit?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Zaadlobben en diervraat.

Tijdens de kieming van de pronkboon blijven de zaadlobben onder de grond omgeven door de zaadhuid. Bij de snijboon barst de zaadhuid tijdens de kieming open en komen de zaadlobben boven de grond. In deze zaadlobben ontstaat dan bladgroen. Nadat de eerste gewone bladeren hun normale grootte hebben bereikt, treedt bij beide kiemplanten diervraat op: door muizen worden de zaadlobben van de pronkboon opgegeten; konijnen eten de zaadlobben van de snijboon op.

Welke kiemplant zal of welke kiemplanten zullen nu verder kunnen groeien?

Plantenfysiologie

Kiemingsproef.
Zie figuur A 300 van de bijlage.

Tijdens een experiment worden bonen tot ontkieming gebracht. Er is voldoende zuurstof en water voor de ontkieming en de ontwikkeling van de bonen. Het experiment wordt uitgevoerd in het licht.
Gedurende het experiment wordt op opeenvolgende tijdstippen het drooggewicht van eenzelfde aantal ontkiemde bonen bepaald. Het drooggewicht is het gewicht van de kiemplantjes en de resten van de boon zonder het daarin aanwezige water.



In welke van de in getekende diagrammen in figuur A 300 is het verloop van het drooggewicht in dit experiment juist weergegeven?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Kiemingsproeven.

In een experiment wordt de invloed van koolstofdioxide op de ontkieming en ontwikkeling van bonen onderzocht. De bonen ontkiemen in een afgesloten ruimte. Deze ruimte is groot genoeg voor volwassen bonenplanten.
Vanaf de tweede dag na. het verschijnen van de worteltjes wordt de ruimte voortdurend geventileerd met lucht die geen koolstofdioxide bevat. De verdere omstandigheden zijn optimaal voor de groei en ontwikkeling van de bonenplanten.

Kunnen de bonen zich vanaf dat moment verder ontwikkelen?
Zo ja, tot welk stadium?

Plantenfysiologie

Opslag van vetten bij planten.

Planten kunnen vetten als reserve opslaan.

In welke delen vooral?

Plantenfysiologie

Aantonen van zetmeel.

Bij een plant in de tuin wordt nagegaan hoeveel zetmeel voorkomt in een bastvatcel en in een vulweefselcel in een blad. De metingen worden verricht om 04.00 uur en 16.00 uur op een zomerse dag.

In welke cel zal zetmeel worden aangetroffen?
Op welk tijdstip zal de hoeveelheid zetmeel het grootst zijn?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Bladluizen.

Bladluizen leven dikwijls op bladeren waar zij hun voedsel vinden.

Zij zitten bij voorkeur

Plantenfysiologie

Bremraap.
Zie figuur B 1451 van de bijlage.

In de natuur komen parasitair levende planten voor. In de afbeelding is een dergelijke parasiet getekend: bremraap.
Bremraap heeft geen bladgroen en groeit met zijn wortels in de wortels van de gastheerplant, bijvoorbeeld klaver, zoals in de afbeelding is weergegeven.
Vier stoffen zijn: glucose, water, zetmeel en zouten.

Welke van deze stoffen kunnen onveranderd uit de gastheerplant in een bremraap worden opgenomen?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Ringwondproef.

Men snijdt rondom de stam van een boom een strook tot op het hout weg (z.g. ringwondproef).

Wat zal het directe gevolg van dit ringen zijn?

Plantenfysiologie

Boom met ringwond.
Zie figuur A 97 van de bijlage.

Rondom de stam van een boompje wordt een ring weggesneden tot op het hout (zie tekening). Na twee dagen wordt gekeken wat het effect hiervan is op de bladeren.

Zullen de bladeren aan de tak boven de ringwond dan zijn verwelkt?
En onder de ringwond?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Berk met ringwond.

Van de stam van een berk die in het licht staat, snijdt men een strook bast van 2 centimeter tot op het hout rondom weg.

Welke stoffen kunnen de cellen van de bladeren boven de snede gedurende enige weken blijven vormen?

Plantenfysiologie

Een ringwond.
Zie figuur B 1421 van de bijlage.

In 1933 ontdekte de onderzoeker Kursanov dat de fotosynthese van een tak van een appelboom verminderde, nadat hij een ringvormig deel van de bast van deze tak had verwijderd. Hij had dit ringvormig deel van een centimeter breed in de buurt van de stam verwijderd (zie de afbeelding). De vermindering van de fotosynthese was een gevolg van het feit dat een bepaald transportproces in deze tak werd verhinderd.

Welke invloed heeft het verwijderen van zo'n ringvormig deel van de bast op het transport in een tak?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Boom met ringwond.
Zie figuur B 455 van de bijlage.

Bij één van de vele bebladerde takken van een boom wordt een strook bast rondom de tak tot op het hout verwijderd. De wond wordt steriel afgedekt. Deze situatie (ringwond) is getekend in de afbeelding.

Sterft de tak PQ als gevolg van deze ringwond of blijft deze tak leven?
Wat is daarvoor een verklaring?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Brug-enten.
Zie de figuren B 1999 en A 443 van de bijlage

Een ernstige beschadiging van de bast van een boom, bijvoorbeeld door vraat van zoogdieren, leidt tot het afsterven van zo'n boom. Wanneer het gaat om een kostbare boom, wordt soms geprobeerd de boom te redden door zogenaamde brug-enten aan te brengen. Er worden dan twijgen van een gezonde boom afgesneden en deze worden over de beschadiging aangebracht (zie de afbeelding B 1999).
Na vastgroeien van deze twijgen kunnen de resten van de beschadigde bast worden verwijderd.

De wortels nemen water, zouten en zuurstof op. Hierbij spelen actieve en passieve processen een rol.

Voor welk van deze processen is het aanbrengen van brug-enten het meest direct van belang?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Stevigheid van bladeren op hete dag.

Op het heetst van de dag kunnen de bladeren van een plant slap hangen.
's Avonds kunnen ze weer stevig zijn.

Een verklaring hiervoor is, dat op het heetst van de dag

Plantenfysiologie

Verplanten.

Bij het verplanten van jonge plantjes werden de wortels beschadigd. De planten verlepten en pas na enkele dagen kregen ze hun stevigheid terug.

Dit verleppen had het best verminderd kunnen worden door direct na het verplanten