Oefentoets Biologie: Ademhaling - Dierlijk | VWO 1/VWO 2

Deze oefentoets bevat 29 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

29

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ademhaling

Zeehonden verdrinken.

Zeehonden moeten in tegenstelling tot vissen regelmatig naar het wateroppervlak kunnen zwemmen. Zij verdrinken als zij onder water verstrikt raken in de netten die vissers gebruiken om vissen te vangen. Hiervan worden per jaar talrijke zeehonden het slachtoffer.

Leg uit waarom het voor zeehonden wel noodzakelijk is naar het wateroppervlak te zwemmen en voor vissen niet.

Ademhaling

Een wesp.
Zie figuur B 1103 van de bijlage.

Een wesp in rust maakt met zijn achterlijf pompende bewegingen als hij op een takje zit. Deze bewegingen zijn
schematisch aangeduid in de afbeelding.

Waarvoor maakt een wesp deze bewegingen?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Kikkers en schildpadden vergelijken.

Er zijn kikkers en schildpadden die een groot deel van hun leven in het water doorbrengen. Deze kikkers gebruiken longen en huid voor de ademhaling. Deze schildpadden gebruiken [invulveld] voor de ademhaling. Kikkers en schildpadden behoren tot de gewervelde dieren. De gewervelde dieren zijn in vijf groepen verdeeld. De kikkers behoren daarbij tot de amfibieën. De schildpadden behoren daarbij tot de [invulveld]

Vul de ontbrekende woorden in.

1. .........
2. .........

Ademhaling

Walvissen.

Walvissen moeten in tegenstelling tot vissen regelmatig naar het wateroppervlak zwemmen.

Leg uit waarom dit voor walvissen noodzakelijk is en voor vissen niet.

Ademhaling

Tracheeën.

Tracheeën zijn organen van

Ademhaling

Gaswisseling.

De gaswisseling in twee typen ademhalingsorganen verloopt als volgt:

in type 1 : Zuurstof gaat van de lucht naar het bloed, kooldioxide gaat van het bloed naar de lucht,
in type 2: Zuurstof gaat van het water naar het bloed, kooldioxide gaat van het bloed naar het water.

Bij welk(e) van de volwassen dieren: de goudvis, het paard en de kikker kan type 1 voorkomen?
En bij welk(e) type 2?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Gaswisseling.

Een volwassen kikker overwintert in de modder op de bodem van een sloot. De temperatuur van deze modder is 4°C. Het dier is niet actief.

Op welke wijze verkrijgt deze kikker de benodigde zuurstof?

Ademhaling

Gaswisseling.

Tijdens de ontwikkeling van kikkervisje tot volwassen kikker vindt de gaswisseling plaats via verschillende organen.

Welk orgaan wordt of welke organen worden in elk stadium gebruikt voor de gaswisseling?

Ademhaling

Verstikking bij zeehonden.

Zeehonden moeten in tegenstelling tot vissen regelmatig naar het wateroppervlak kunnen zwemmen. Zij verdrinken als ze onder water verstrikt raken in de netten die vissers gebruiken om vissen te vangen. Hiervan worden per jaar talrijke zeehonden het slachtoffer.

Waarom moeten zeehonden regelmatig naar het oppervlak zwemmen en waarom is dit voor vissen bijna niet nodig?

Ademhaling

Ademhalingsorganen bij dieren.

In onderstaand schema staan onder andere vier organen die voor de ademhaling gebruikt worden.

In welke regel staan de juiste organismen onder de juiste organen genoemd?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Vissen.

Over de vissen en hun bloedsomloop kan het volgende worden gesteld:

Ademhaling

Gaswisseling.

Via welke organen kan bij een volwassen kikker gaswisseling plaatsvinden?

Ademhaling

Gaswisseling.

Tijdens de ontwikkeling van kikkervisje tot volwassen kikker vindt de gaswisseling plaats via verschillende organen.

Welk orgaan wordt of welke organen worden in elk stadium gebruikt voor de gaswisseling?

Ademhaling

2/4 Ademhaling bij kikkers.

Bij kikkers ontbreekt het middenrif. De ademfunctie van de middenrifspieren wordt bij kikkers overgenomen door andere spieren. Drie spiergroepen zijn bij kikkers betrokken bij de ademhaling:

1. flankspieren;
2. mondbodemspieren;
3. slikspieren.

Welke van deze spiergroepen zijn betrokken bij deze ademfunctie?

Ademhaling

3/4 Ademhaling bij kikkers.
Zie figuur B 3632 van de bijlage.

Kikkers hebben geen ribben, maar wel een borstbeen. Dit borstbeen is verlengd met kraakbeenplaten (zie de afbeelding). Het borstbeen en de kraakbeenplaten hebben geen taak bij de ademhaling maar geven wel stevigheid aan het dier. Daarnaast hebben het borstbeen en de kraakbeenplaten nog een andere taak.

Noem een andere taak die het borstbeen en de kraakbeenplaten vervullen.

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

4/4 Ademhaling bij kikkers.

Onder normale omstandigheden drijven kikkers aan het wateroppervlak. Mede dankzij de gaswisseling door de huid kunnen zij ook, na onderduiken, voor langere tijd onder water blijven. Tijdens het onderduiken kan een kikker zijn longvolume aanpassen.

Maakt een kikker het longvolume bij het duiken groter of kleiner? Leg je antwoord uit.

Ademhaling

1/2 Een kikkervisje.
Zie figuur B 427 van de bijlage.

De afbeelding is een tekening van een kikkervisje van de groene kikker. Twee delen zijn aangegeven met de letters P en Q.

Welk van de aangegeven delen heeft of welke hebben een functie bij de gaswisseling van het kikkervisje?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

1/2 Tracheeën en ademhaling.
Zie figuur B 2957 van de bijlage.
Zie figuur B 2958 van de bijlage.

Tracheeën zijn de ademhalingsorganen van een insect. Door stigma's komt buitenlucht in de tracheeën. Door de tracheeën komt de lucht in alle delen van het lichaam (zie de afbeelding).
Een sprinkhaan wordt in een glazen buis gezet. De buis wordt door een stuk rubber in twee kamers A en B verdeeld. Alleen het achterlijf van de sprinkhaan bevindt zich in kamer B. De kamers staan in verbinding met twee erlenmeyers. In de erlenmeyers bevindt zich een stof waarmee koolstofdioxide kan worden aangetoond, een zogenaamde indicator (zie de afbeelding).

Noem een indicator voor koolstofdioxide.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Ademhaling

2/2 Tracheeën en ademhaling.
Zie figuur B 2957 van de bijlage.
Zie figuur B 2958 van de bijlage.

In één van de twee erlenmeyers geeft de indicator het snelst aan dat er koolstofdioxide aanwezig is.

In welk van de twee erlenmeyers neemt de hoeveelheid koolstofdioxide het snelst toe, in erlenmeyer P of in erlenmeyer Q? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Ademhaling

1/3 Ademhaling bij paarden.
Zie figuur B 3307 van de bijlage.

Paarden kunnen niet door hun mond ademen. Ze ademen alleen door hun neus. Het gehemelte is lang en zacht en sluit achter in de mond de luchtwegen af (zie de afbeelding hieronder).

Mensen kunnen wel door de mond ademen, maar ademhalen door de neus heeft een aantal voordelen.

Noem twee voordelen van het ademhalen door de neus.

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

2/3 Ademhaling bij paarden.

Als een paard inademt, gaat de lucht de luchtpijp in. Net als bij de mens vertakt de luchtpijp zich.

Hoe heten de eerste twee vertakkingen van de luchtpijp?

Ademhaling

3/3 Ademhaling bij paarden.

Bij paarden kan een afwijking voorkomen die cornage wordt genoemd. De stembanden werken dan niet meer goed en als de lucht langs de stembanden stroomt, ontstaat een hoog geluid. Cornage ontstaat door een beschadiging van uitlopers van zenuwcellen die impulsen geleiden naar spieren in het strottenhoofd.

Zijn de zenuwcellen die hierboven genoemd worden bewegingszenuwcellen of gevoelszenuwcellen? Leg je antwoord uit.

Ademhaling

1/2 Koude buik geeft energie.

Er zijn mensen die met een grote hap adem meer dan honderd meter onder water kunnen zwemmen. De mannen met de grootste long inhoud houden zo'n duik vier minuten vol. Kinderspel voor de konings- en keizerspinguïns. Die kunnen vis vangen op grote diepten en dat gedurende 7,5 en 15,8 minuten. Er is nu aan het licht gekomen hoe ze zo zuinig met hun zuurstof om kunnen springen, dat ze niet buiten westen raken. Tijdens hun duik koelt de inhoud van hun buik af tot 11 graden.

Leg uit hoe het komt dat afkoelen van de inhoud van de buik zoveel zuurstofbesparing oplevert.

Ademhaling

2/2 Koude buik geeft energie.

Welke lichaamsonderdelen mogen niet zo sterk afkoelen tijdens het duiken?

Ademhaling

Ademhaling.
Zie figuur B 6934 van de bijlage.

Je ziet drie afbeeldingen van dieren in Nederland.

Welke twee dieren hebben hetzelfde type ademhalingsorganen?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Het nijlpaard.
Zie figuur B 6326 van de bijlage.

Overdag zie je vaak alleen maar de ogen en de neusgaten van een nijlpaard boven het water uitsteken.
Af en toe sluit het dier de neusgaten en verdwijnt helemaal onder water.

Geef de naam van de ademhalingsorganen van een nijlpaard.

Dit zijn de [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

De dingo.
Zie figuur B 6847 van de bijlage.

Als een dingo gerend heeft, hijgt hij met de tong uit de bek.
Dit hijgen is een vorm van ademhalen.

Geef de naam van de ademhalingsorganen van een dingo.

afbeeldingafbeelding