Celleer
Celeigenschappen.
Plantaardige cellen bevatten meer vocht dan dierlijke cellen, omdat
Deze oefentoets bevat 73 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
73
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
Celeigenschappen.
Plantaardige cellen bevatten meer vocht dan dierlijke cellen, omdat
Plantaardige cel.
Zie figuur B 3378 van de bijlage.
In de afbeelding is een plantaardige cel schematisch getekend.
Hoe heet het onderdeel dat is aangegeven met nummer 1?
En hoe heet het onderdeel dat is aangegeven met nummer 2?
afbeelding
afbeelding
Celeigenschappen.
I. Cellen uit het slijmvlies van je wangen bevatten bladgroenkorrels.
II. Uienrokvliescellen hebben een celmembraan.
Celeigenschappen.
Een beschrijving die zowel op plantaardige als dierlijke cellen van toepassing is, luidt:
I. Een celwand met daarbinnen een hoeveelheid cytoplasma met een kern.
II. Een celmembraan met daarbinnen een hoeveelheid cytoplasma.
Celeigenschappen.
I. Bij een plantaardige cel komen altijd bladgroenkorrels voor.
II. Als een cel bladgroenkorrels heeft is het nooit een dierlijke cel.
Celeigenschappen.
Zie figuur B 1896 van de bijlage.
De afbeelding geeft twee cellen van verschillende organismen weer.
Welke van onderstaande beweringen over de herkomst van deze cellen is juist?
afbeelding
Een microscopisch preparaat.
Zie figuur B 1962 van de bijlage.
Tijdens een practicum bekijkt een leerlinge een preparaat door een microscoop bij 200x vergroting. Ze ziet wat op de foto in de afbeelding is weergegeven.
Is dit preparaat gemaakt van dierlijk of plantaardig weefsel?
Zijn in dit type weefsel behalve celwanden, ook celmembranen aanwezig?
afbeelding
afbeelding
Microscopisch preparaat.
Zie figuur B 2089 van de bijlage.
In de afbeelding is een microscopisch preparaat getekend.
Stelt de afbeelding een bacterie voor, een deel van een dier of een deel van een plant?
afbeelding
Cellen vergelijken.
Een cel van een schimmel en een cel van een tulpenblad worden met elkaar vergeleken.
Welke eigenschap hebben ze alle twee?
Cellen.
Zie figuur A 380 van de bijlage.
In de afbeelding is een foto weergegeven van een microscopisch preparaat met enkele volgroeide cellen.
Drie leerlingen zeggen waarom cel P in het microscopische preparaat geen plantaardige cel is.
Leerling 1: "Deze cel is niet plantaardig want ze heeft een celmembraan."
Leerling 2: "Deze cel is niet plantaardig want er ontbreekt een celwand."
Leerling 3: "Deze cel is niet plantaardig want ze is ongeveer rond."
Welke van deze leerlingen geeft het beste argument?
afbeelding
Groei plantencel.
Bij deling en groei van een plantencel kunnen de volgende processen worden onderscheiden: celdeling, celstrekking en plasmagroei.
In welke volgorde beginnen deze processen?
Celdeling.
Zie figuur B 3060 van de bijlage.
In de afbeelding zijn schematisch een celdeling en de groei van een plantencel weergegeven.
In cel P bevinden zich 12 chromosomen.
In welke van de weergegeven cellen Q, R, S, T en U bevinden zich ook 12 chromosomen?
afbeelding
Zenuwcel.
Zie figuur B 1861 van de bijlage.
De tekening stelt een zenuwcel voor.
Op welke van de aangegeven plaatsen bevinden zich chromosomen?
afbeelding
Celtypen mens.
In het lichaam van een man komen onder andere voor: spermacellen, spiercellen en zenuwcellen.
Welke hiervan bezitten twee geslachtschromosomen per kern?
Chromosomen.
Van enkele spiercellen van een man wordt nagegaan welke geslachtschromosomen er in de kernen voorkomen.
Welk geslachtschromosoom komt of welke geslachtschromosomen komen in zo'n kern voor?
Chromosomen.
Vier cellen in het lichaam van een mens zijn:
1. een cel in de iris,
2. een cel in de kiemlaag van de huid,
3. een spermacel,
4. een spiercel.
Welke cel bevat of welke cellen bevatten 2n chromosomen?
Celstrekking.
Het langer worden van plantencellen is onder andere het gevolg van celstrekking.
Wat is de oorzaak van deze celstrekking?
Celstrekking.
Drie beweringen over celstrekking zijn:
1. celstrekking vindt plaats in plantencellen,
2. tijdens de celstrekking neemt de hoeveelheid water in de cel toe,
3. tijdens de celstrekking wordt de vacuole kleiner.
Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?
Ontwikkeling plantencel.
Zie figuur B 796 van de bijlage.
De tekeningen stellen opeenvolgende stadia van de ontwikkeling van cellen voor.
Tussen welke stadia heeft celstrekking plaatsgevonden?
afbeelding
Ontwikkeling plantencel.
Zie figuur B 719 van de bijlage.
Het schema geeft opeenvolgende fasen weer van celdeling en celgroei.
Elk hokje stelt een cel voor.
Tussen welke fasen vindt celstrekking plaats?
afbeelding
Plantencel.
Zie figuur B 1930 van de bijlage.
De afbeelding geeft schematisch een plantencel weer.
In welk van de aangegeven delen komt cellulose voor?
afbeelding
Celwand plantencel.
Twee leerlingen doen een uitspraak over celwanden van plantencellen.
Arie zegt: 'Celwanden bestaan uit dood materiaal.'
Leonie zegt: 'Celwanden behoren niet tot de cel, maar zijn tussencelstof.'
Wie heeft gelijk?
Kern.
Hoe zou men het beste kunnen aantonen dat een kern noodzakelijk zijn voor het leven van een cel?
Een plantencel.
Zie figuur B 1564 van de bijlage.
Vier leerlingen krijgen de opdracht een schematische tekening te maken van een doorsnede van een plantencel met bijbehorende celwand. De doorsnede moet door het midden van de cel zijn. De leerlingen moeten de volgende delen met letters aangeven:
b = bladgroenkorrels;
v = vacuole;
k = kern;
cw = celwand.
De tekeningen zijn weergegeven in de afbeelding.
Welke tekening geeft de doorsnede juist weer?
afbeelding
Van kleur veranderen.
Als een rozenbottel rijp wordt, verandert de kleur van groen naar rood.
Welke verandering in de plastiden is hiervan de oorzaak?
Dierlijke cel.
Zie figuur B 1356 van de bijlage.
In de afbeelding is een dierlijke cel schematisch getekend.
Noteer de namen van de genummerde onderdelen.
afbeelding
Onbekende cellen.
Kees bekijkt door een microscoop cellen afkomstig van een organisme. Hij kent het organisme niet. In sommige delende cellen neemt hij drie paren chromosomen waar. Op grond van deze waarneming vermoedt hij dat de cellen afkomstig zijn van een dier en niet van een plant.
Is deze waarneming van Kees voldoende om met zekerheid te kunnen zeggen dat het organisme een dier is? Leg je antwoord uit.
Plantencel.
Zie figuur B 1145 van de bijlage.
In de afbeelding staat een plantencel afgebeeld.
Noteer de namen van de delen 1 t/m 4.
afbeelding
Plantencel.
Zie figuur B 1145 van de bijlage.
In de afbeelding staat een plantencel afgebeeld.
Geef de functies van de delen 1 t/m 4.
afbeelding
Microscopisch preparaat.
Kees bekijkt door een microscoop cellen afkomstig van een organisme. Hij kent het organisme niet. In sommige delende cellen neemt hij drie paren chromosomen waar. Op grond van deze waarneming vermoedt hij dat de cellen afkomstig zijn van een plant en niet van een dier.
Is deze waarneming van Kees voldoende om met zekerheid te kunnen zeggen dat het organisme een plant is? Leg je antwoord uit.
Celdeling.
Zie figuur B 3060 van de bijlage.
In de afbeelding zijn schematisch een celdeling en de groei van een plantencel weergegeven.
In cel P bevinden zich 12 chromosomen.
In welke van de weergegeven cellen Q, R, S, T en U bevinden zich ook 12 chromosomen?
afbeelding
Cellen tekenen.
Zie figuur B 311 van de bijlage.
Vier leerlingen krijgen de opdracht een schematische tekening te maken van een doorsnede van een plantencel met bijbehorende celwand. De doorsnede moet door het midden van de cel zijn. De leerlingen moeten in de tekening het cytoplasma aangeven.
De tekeningen zijn weergegeven in de afbeelding.
Welke tekening geeft de doorsnede juist weer? tekening [invulveld]
afbeelding
Microscopische foto van een uiencel.
afbeelding
Welke celonderdelen horen bij de nummers?
Celfuncties.
Geef de functies van de volgende celonderdelen:
cytoplasma
celmembraan
celkern (2x)
vochtblaasje
celorgaantjes
Tekening dierlijke cel.
Teken een dierlijke cel met namen.
Tekening plantencel.
Teken een volwassen plantencel met namen.
Verschillen tussen plantencel en dierlijke cel.
Wat zijn drie verschillen tussen een plantencel en een dierlijke cel?
1/20 Beroepsziekten.
INFORMATIE 1 ONDERZOEK NAAR BEROEPSZIEKTEN IN NEDERLAND
Zie figuur B 4545 hieronder.
afbeelding
Een beroepsziekte is een ziekte of aandoening die hoofdzakelijk het gevolg is van arbeid of arbeidsomstandigheden.
Er is in drie bedrijfstakken een onderzoek gedaan naar vier groepen beroepsziekten. Men heeft onderzocht hoe groot het percentage zieke werknemers is dat te maken heeft met een beroepsziekte uit zo'n groep (zie afbeelding).
De tabel hieronder geeft een overzicht van het aantal meldingen van beroepsziekten in enkele bedrijfstakken in het jaar 2000.
afbeelding
Zie volgende scherm
2/20 Beroepsziekten.
INFORMATIE 2 LONGZIEKTEN
Zie figuur B 4546 hieronder.
afbeelding
Als mensen op hun werk veel in aanraking komen met stoffen waarvoor ze overgevoelig zijn, kunnen ze een longziekte oplopen. Zulke stoffen veroorzaken dan een allergische reactie van de bronchiolen (zie de afbeelding hieronder). Bronchiolen zijn de kleinste vertakkingen van de luchtwegen in de longen.
De paprikalong is zo'n beroepsziekte en wordt veroorzaakt door stuifmeel van paprikaplanten. Deze aandoening komt veel voor bij werknemers in de paprikateelt.
In de voedingsmiddelenindustrie wordt veel met enzymen gewerkt. Zo wordt in bakkerijen een bepaald enzym aan het meel toegevoegd. Dit enzym blijkt na inademing bij sommige werknemers ook een allergische reactie van de ademhalingsorganen op te wekken.
Een andere longziekte is tuberculose. Mensen die in de gezondheidszorg werken, lopen het risico besmet te raken met de bacterie die deze ziekte veroorzaakt. Zo'n bacterie kan door hoesten worden overgebracht.
Zie volgende scherm
3/20 Beroepsziekten.
INFORMATIE 3 LEVERZIEKTEN
Zie figuur B 4547 hieronder.
afbeelding
Hepatitis is een verzamelnaam voor verschillende soorten ontstekingen van de lever. Vooral mensen die door hun werk veel in aanraking komen met bloed, lopen het risico besmet te raken met een virus dat hepatitis B veroorzaakt. Sinds 1981 bestaat er een vaccin tegen hepatitis B, waarmee onder andere werknemers in de gezondheidszorg ingeënt worden. In een brochure van de GGD staat weergegeven hoe besmetting met hepatitis B kan plaatsvinden (zie de afbeelding).
INFORMATIE 4 BESMETTING MET ZIEKTEVERWEKKERS UIT DIEREN
Leptospirosen zijn bacteriën die in het lichaam van verschillende soorten dieren kunnen voorkomen. Soms worden de dieren er ziek van, maar meestal hebben ze er geen last van. Als mensen in contact komen met besmette dieren, kunnen leptospirosen via wondjes het lichaam binnendringen. Ze verspreiden zich met het bloed naar de organen en kunnen ernstige ziekten veroorzaken.
De ziekte van Weil wordt door zo'n bacterie uit ratten veroorzaakt. Mensen die werken aan de riolering of als rattenvanger, lopen het risico ermee besmet te worden.
Koeien kunnen aan mensen bacteriën overdragen die "melkerskoorts" veroorzaken. Werknemers op boerderijen lopen ook de kans om besmet te worden met bacteriën die "modderkoorts" veroorzaken. Deze bacteriën worden onder andere overgebracht door veldmuizen.
Het is niet eenvoudig om aan te tonen welke soort leptospirose zich in het bloed van een besmet persoon bevindt. Om dit vast te stellen wordt bloed in een laboratorium onderzocht.
Zie volgende scherm
4/20 Beroepsziekten.
INFORMATIE 5 RSI
RSI, ook wel "muisarm" of "toetsenbordziekte" genoemd, is de afkorting van Repetitive Strain Injury. Mensen met RSI hebben vaak pijn in de polsen, de nek en de schouders. Bij langdurig werken op een toetsenbord worden door de handen en de vingers steeds dezelfde bewegingen gemaakt. Door wrijving tussen pezen, botten en spieren bij zulke bewegingen kunnen ontstekingen in de vingers en de polsen ontstaan. Als iemand bij dit soort werk in een verkeerde houding zit, zijn de spieren in de nek en de schouders voortdurend aangespannen. Doordat afvalstoffen dan onvoldoende met het bloed worden afgevoerd, ontstaat pijn in deze spieren. Om RSI-problemen bij computergebruik te voorkómen, moet onder andere gelet worden op de werkhouding.
2/2 Een cel.
In welk van de in de afbeelding aangegeven delen bevindt zich de grootste hoeveelheid van de stof cellulose?
afbeelding
1/2 Cel en orgaan.
Hoe noemen we een groep samenwerkende organen, die gezamenlijk een bepaalde functie hebben?
2/2 Cel en orgaan.
Vinden in het lichaam van een 50-jarige man celdelingen plaats? Verklaar.
1/3 Microscopie.
Zie figuur B 2868 van de bijlage.
Kirsten krijgt van haar lerares vier microscooppreparaten. Op elk preparaat zit een etiketje (zie de afbeelding).
Kirsten krijgt de opdracht een preparaat van een weefsel te bekijken.
Welk van deze preparaten moet Kirsten dan bekijken?
afbeelding
2/3 Microscopie.
Zie figuur B 2868 van de bijlage.
In één van de preparaten zijn geen celwanden om de cellen aanwezig.
In welk preparaat is dat?
afbeelding
3/3 Microscopie.
Zie figuur B 2868 van de bijlage.
Vervolgens krijgt Kirsten de opdracht om een cel met bladgroen te bekijken en te tekenen.
Kan zij één van deze preparaten hiervoor gebruiken?
Zo ja, welk?
afbeelding
4/6 Wetenschappelijk onderzoek.
SLECHTE PILSLIKKERS
Het hoge aantal tienermoeders in Groot-Brittannië is niet uitsluitend het gevolg van schaamte om advies in te winnen, zoals lange tijd is gedacht. Uit een onderzoek van de Universiteit van Nottingham is gebleken dat 37,5 procent van de Britse tienermoeders zwanger wordt hoewel ze de pil voorgeschreven hebben gekregen.
Driekwart van de 240 ondervraagden heeft in het jaar voor de zwangerschap aan de huisarts informatie gevraagd over anticonceptie. De helft van hen kreeg vervolgens de pil voorgeschreven, zeggen de onderzoekers.[...]
(Trouw, 19 augustus 2000).
Zie volgende scherm
Strekkende cellen.
Vindt celstrekking plaats in plantaardige of in dierlijke cellen?
Vindt celstrekking plaats direct na de celdeling of na de plasmagroei?
Planten en dieren.
Zie figuur A 1018 van de bijlage.
Zowel planten als dieren hebben weefsels en organen.
In de afbeelding is een cel uit een plantaardig weefsel schematisch weergegeven.
Enkele delen zijn met letters aangegeven.
Welke twee letters geven delen aan die ook aangetroffen kunnen worden in dierlijk weefsel?
afbeelding
Petunia's.
Zie figuur B 3324 van de bijlage.
Een petunia is een sierplant die vaak in tuinen en op balkons te zien is. Een onderzoekster doet een kruisingsexperiment met petuniaplanten. Ze heeft hierbij planten met normaal groene bladeren tot haar beschikking, maar ook planten met bleekgroene bladeren.
De onderzoekster brengt stuifmeel van een normaal groene plant op stempels van dezelfde plant. Dit wordt zelfbestuiving genoemd. Onder de nakomelingen uit deze kruising komen zowel normaal groene als bleekgroene planten voor.
Het valt de onderzoekster op, dat de normaal groene planten veel beter groeien dan de bleekgroene. Ze bekijkt bladcellen van beide typen planten door een microscoop. Ze ziet dat cellen van de bleekgroene bladeren veel minder bladgroenkorrels bevatten dan die van normaal groene bladeren.
In welk deel van een plantencel bevinden zich de bladgroenkorrels?
afbeelding
Luiaards.
Zie figuur B 4654 van de bijlage.
Luiaards hebben een langer darmkanaal dan even grote vleeseters, omdat plantaardig voedsel moeilijker te verteren is dan vlees.
In de afbeelding is een plantencel weergegeven.
Welke letter geeft het deel aan dat vooral moeilijk te verteren is?
afbeelding
Luiaards.
Zie figuur B 4655 van de bijlage.
In het verteringskanaal van luiaards bevinden zich veel bacteriën die plantencellen goed kunnen afbreken.
De afbeelding toont twee verschillende cellen die aangetroffen worden in het verteringskanaal van een luiaard: een bacterie en een cel van een luiaard.
Welke letter stelt de dierlijke cel voor? Leg uit waaraan je dat kunt zien in de afbeelding.
afbeelding
Vleesetende planten.
Zie figuur B 3326 van de bijlage.
Vleesetende planten komen voor in een omgeving met weinig voedingszouten in de bodem. Zulke planten lokken, vangen, doden en verteren hun 'prooien'. Uit de verteerde prooien nemen ze voedingszouten op, zoals nitraten. In vleesetende planten treedt wèl fotosynthese op. In de afbeelding is een cel uit een blad van een vleesetende plant weergegeven.
Welke letter geeft een deel aan waarin fotosynthese optreedt?
afbeelding
Een grasland.
Zie figuur B 3365 en figuur A 799 van de bijlage.
In de afbeelding zijn enkele cellen weergegeven.
Zie figuur A 799 van de bijlage.
Van welk organisme uit de afbeelding A 799 zijn deze cellen afkomstig?
afbeelding
afbeelding
Ötzi.
Zie figuur B 3683 van de bijlage.
In de Alpen heeft men enkele jaren geleden in een gletsjer een ijsmummie gevonden van 5300 jaar oud. Ötzi, zoals hij genoemd is, wordt bij - 6°C bewaard en tentoongesteld.
Voor onderzoek wordt de mummie gedeeltelijk ontdooid.
In kleine stukjes weefsel onderzoekt men de chromosomen van Ötzi.
Hoe heet het deel van een cel dat dan wordt onderzocht?
afbeelding
Infecties met bacteriën.
Zie figuur B 2559 van de bijlage.
Infecties met bacteriën, zoals roodvonkbacteriën en tuberculosebacteriën, veroorzaakten aan het begin van deze eeuw vaak ernstige epidemieën. Als gevolg van de infecties kregen de mensen soms ook andere ziekten als reuma, afwijkingen aan de hartkleppen en nierstoringen.
Zie figuur B 2559 van de bijlage.
De afbeelding geeft drie tekeningen met elk een cel uit microscopische preparaten weer.
De cellen zijn niet allemaal met dezelfde vergroting getekend. Tekening 3 is van een preparaat met ziekteverwekkende bacteriën.
Bij welk of bij welke van de drie preparaten kun je een celwand aantreffen?
afbeelding
Ziek van de natuur.
In vossenpoep die onderzocht wordt, vindt men een stukje weefsel. Men vraagt zich af of het een stukje weefsel is van de vos zelf of van een vossenlintworm.
De cellen hebben een celmembraan en een celkern.
Kan dit een stukje weefsel van de vos zelf zijn?
Zo nee, waardoor niet?
Ziekte van Pompe.
De ziekte van Pompe is een erfelijke ziekte. Er wordt onderzoek gedaan naar het gen dat de ziekte veroorzaakt.
In welk deel van een cel bevindt het gen zich?
Celdelingen en groei.
Bij plantencellen kan een celdeling worden gevolgd door plasmagroei en celstrekking.
Bij welk van de genoemde processen vindt de meeste opname van water plaats?
Boomalg.
Zie figuur B 4559 van de bijlage.
Op bomen kom je soms een groenige, vochtige laag tegen. Deze laag bestaat uit boomalgen. Boomalgen zijn eencellige plantjes.
Heeft een boomalg cytoplasma?
En heeft een boomalg een celmembraan?
afbeelding
Het nijlpaard.
Zie figuur B 4589 van de bijlage.
Een nijlpaard eet grasplanten.
Kunnen de afgebeelde cellen afkomstig zijn van een grasplant?
En kunnen deze cellen afkomstig zijn van een nijlpaard?
afbeelding
Een champignon en een krop sla.
Zie figuur A 424 van de bijlage.
In de afbeelding zijn een champignon en een krop sla getekend, met daaronder twee celtypen P en Q.
Kan een cel van type P afkomstig zijn van de champignon?
En van de krop sla?
Kan een cel van type Q afkomstig zijn van de champignon?
En van de krop sla?
afbeelding
afbeelding
De rok van een ui.
Zie figuur B 1962 van de bijlage.
Tijdens een practicum bekijkt een leerlinge een preparaat van de rok van een ui door een microscoop bij 200x vergroting. Ze ziet wat op de foto (zie de afbeelding) is weergegeven.
Wat is aangegeven met P?
afbeelding
Coeliakie.
Bij een onderzoek van het darmslijmvlies van een patiënt worden behalve slijmvliescellen ook cellen van onverteerde plantenresten aangetroffen.
Enkele delen in en om een cel kunnen zijn: celkern, celmembraan en celwand.
Welk van deze delen heeft een plantencel wel, maar een cel uit het darmslijmvlies niet?
Spruw.
Spruw is de Nederlandse naam voor twee verschillende ziekten.
Spruw in de mond is een gevolg van een schimmelinfectie.
Bij spruw in de mond heeft de patiënt witte vlekjes op de tong en op het mondslijmvlies.
Bij een onderzoek wordt bij een patiënt met een spatel wat mondslijmvlies met schimmel weggenomen en door een microscoop bekeken.
Hebben de cellen van het mondslijmvlies een celwand?
En de cellen van schimmels?
Darmflora.
Darmflora is een verzamelnaam voor alle bacteriën in het verteringskanaal.
Heeft een darmbacterie cytoplasma?
En heeft een darmbacterie een celmembraan?
Maagzweer.
Zie figuur B 3310 van de bijlage.
Een maagzweer wordt meestal veroorzaakt door de bacterie Helicobacter pylori.
Tijdens een maagonderzoek wordt bij een patiënt wat weefsel van een maagzweer weggenomen.
In de afbeelding zijn enkele cellen weergegeven die in dit weefsel aangetroffen worden.
Kunnen deze cellen bacteriën zijn?
En kunnen het cellen van de patiënt zijn?
afbeelding
Een darminfectie.
Om vast te stellen of een darminfectie de oorzaak is van diarree wordt wat ontlasting onderzocht. In de ontlasting worden onder andere cellen aangetroffen die een kern hebben, maar geen celwand.
Kunnen zulke cellen bacteriën zijn? Leg je antwoord uit.