Ordening
Afdelingen.
Welk rijtje bevat uitsluitend diersoorten die tot verschillende afdelingen moeten worden gerekend?
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
HAVO 4, HAVO 5
NVON
cc-by-sa-40
Afdelingen.
Welk rijtje bevat uitsluitend diersoorten die tot verschillende afdelingen moeten worden gerekend?
Ordening.
I. Een eencellige haalt adem door middel van diffusie.
II. Een kwal is tweeslachtig.
Organisatie.
De juiste volgorde van indelingsgroepen van hoog naar laag, dus waarbij het hoogste niveau de meeste en het laagste niveau de minste diersoorten omvat is
Ordening.
De indeling van de natuur gebeurt met behulp van de volgende eigenschappen:
Ordening.
Welke van deze groepen bevat organismen die onderling het meest verwant zijn?
Een soort.
De meest volledige definitie van een soort is
Ordening.
Welk rijtje bevat uitsluitend diersoorten die tot verschillende afdelingen moeten worden gerekend?
Ordening.
I. Bij de wormen heeft zich een enkelvoudig bloedvaatstelsel ontwikkeld dat zich bij de gewervelden verder ontwikkelt tot een dubbele bloedsomloop.
II. De ontwikkeling van het ademhalingsstelsel bij de vogels en zoogdieren houdt verband met het ontstaan van warmbloedigheid bij deze dieren.
Kreeft en mens.
De skeletten van een kreeft en van een mens worden op de volgende punten met elkaar vergeleken:
1. de functie als aanhechtingsplaats voor spieren.
2. de opbouw uit kalk en organische stoffen.
3. de functie als opslagplaats van reservestoffen.
4. de aanwezigheid van cellen in het skelet.
Welke van bovenstaande eigenschappen en/of functies heeft het skelet van de mens en welke heeft het skelet van de kreeft?
afbeelding
Ordening.
De grootste verschillen kunnen voorkomen tussen de organismen van
Ordening.
Kees bekijkt door een microscoop cellen afkomstig van een veelcellig organisme. Hij kent het organisme niet.
In sommige delende cellen neemt hij drie paren chromosomen waar. Op grond van deze waarneming vermoedt hij dat de cellen afkomstig zijn van een dier en niet van een plant.
Is deze waarneming van Kees voldoende om met zekerheid te kunnen zeggen dat het organisme een dier is?
Axolotl.
Bij de Mexicaanse Axolotl, een salamandersoort, ontwikkelen de individuen zich onder natuurlijke omstandigheden niet verder dan een stadium dat veel lijkt op het larvestadium van andere salamanders.
Welke eigenschap die normaal niet hoort bij het larvestadium, heeft de Axolotl zeker wel?
Ordening.
I. Bacteriën worden gebruikt bij de bereiding van brood.
II. Schimmels worden gebruikt bij de bereiding van alcohol, bepaalde kaas en antibiotica.
Ordening.
Bacteriën en blauwwieren worden tot één plantengroep (de Schizofyceae) gerekend.
Zij verschillen van de overige organismen doordat zij beide
Ordening.
Gegeven de volgende kenmerken:
1. bevatten op een enkele uitzondering na geen chlorofyl;
2. zijn niet in het bezit van een cellulose/pectine celwand;
3. zijn autotroof;
4. vormen geen sporen/cysten;
5. zijn altijd pathogeen;
6. hebben prokaryote cellen.
Voor de meeste bacteriën gelden de kenmerken:
Ordening.
Pathogene bacteriën zijn
Ordening.
I. Bacteriën hebben geen celwand en geen chromosomen.
II. De meeste bacteriën zijn heterotroof.
Ordening.
De zogenaamde 'darmflora' bij de mens is een voorbeeld van
Ordening.
Wij treffen vaak bacteriën aan in water, waarin een overdreven algengroei heeft bestaan.
Dit valt te verklaren omdat
Ordening.
Onder parasitaire bacteriën verstaan wij