Gedrag
Oriëntatie-experiment.
Zie figuur A 507 van de bijlage.
In een experiment over de wijze waarop mannelijke stekelbaarsjes zich oriënteren, wordt gebruik gemaakt van een groot rond aquarium dat kan worden gedraaid. Op de bodem van het aquarium is een gradenverdeling getekend. In het midden van het aquarium wordt een schaaltje met zand geplaatst waarin nestmateriaal aanwezig is waarmee een stekelbaarsje een nest kan bouwen. Verder bevinden zich geen voorwerpen in het aquarium. Buiten het aquarium staat alleen een zogenoemd oriëntatiebaken. Dit is een rechtopstaand paaltje.
De opstelling is getekend in de afbeelding.
In dit aquarium laat een onderzoeker een mannelijk driedoornig stekelbaarsje zwemmen. Het stekelbaarsje gaat in het schaaltje een nest bouwen. Vervolgens wordt een vrouwelijk stekelbaarsje bij het mannetje in het aquarium geplaatst. Het vrouwtje legt eitjes in het nest, die door het mannetje worden bevrucht. Vervolgens wordt het vrouwtje weggehaald en het mannetje blijft achter om het legsel te verzorgen. Tot de broedzorg behoort het waaieren. Bij het waaieren staat het mannelijke stekelbaarsje gewoonlijk recht voor de nestopening: daarbij houdt hij zijn lichaam in het verlengde van het nest.
Twee onderzoekers formuleren ieder een hypothese over de vraag hoe een mannelijk stekelbaarsje zich bij het waaieren oriënteert:
- onderzoeker 1 zegt dat de stekelbaars zich bij het waaieren oriënteert op optische prikkels van het nest zelf;
- onderzoeker 2 zegt dat de stekelbaars zich bij het waaieren oriënteert op optische prikkels uit de omgeving van het nest.
Noteer de opzet van een experiment waarmee je met de boven beschreven opstelling kunt onderzoeken of de hypothese van onderzoeker 1 of die van onderzoeker 2 juist is.
Beschrijf een waarneming op grond waarvan je kunt concluderen dat de hypothese van onderzoeker 1 juist is.
En beschrijf een waarneming op grond waarvan je kunt concluderen dat de hypothese van onderzoeker 2 juist is.
afbeelding










