Energieomzetting bij ganzen
2/2 Ganzen.
afbeelding
Hoeveel % van het opgenomen voedsel wordt in de periode van dag 9 tot dag 12 omgezet in biomassa gans? Geef je antwoord afgerond op één decimaal.
Ontdek de digitale toets over energieomzetting en trofische niveaus in ecosystemen, gericht op studenten biologie die inzicht willen krijgen in de efficiëntie van energieoverdracht en de rol van verschillende organismen in hun omgeving. Deze toets behandelt onderwerpen zoals de energieomzetting bij ganzen, de rol van cyanobacteriën en de netto primaire productie in diverse ecosystemen. - 14 vragen
14
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VWO 4, VWO 5, VWO 6
NVON
cc-by-sa-40
2/2 Ganzen.
afbeelding
Hoeveel % van het opgenomen voedsel wordt in de periode van dag 9 tot dag 12 omgezet in biomassa gans? Geef je antwoord afgerond op één decimaal.
Productiviteit.
Zie figuur B 5226 van de bijlage.
In de afbeelding zijn de assimilatie-efficiëntie (A/I) en de productiviteit-efficiëntie (P/A) van twee groepen zoogdieren in een graslandecosysteem schematisch weergegeven.
A = hoeveelheid energie in organische stof die via de darm wordt geresorbeerd en in het bloed opgenomen
F = verlies van energie door ontlasting
I = hoeveelheid energie in organische stof die wordt gegeten
P = productiviteit
R = energieverlies door dissimilatie
Bereken het energieverlies door dissimilatie (R) in kiloJoules voor de groep vleeseters, als de hoeveelheid energie in organische stof die wordt gegeten (I) 250 kiloJoules bedraagt.
afbeelding
Cyanobacteriën.
Cyanobacteriën behoren tot de .
Trofische niveaus.
Zie figuur A 1168 van de bijlage.
In de afbeelding hiernaast worden trofische niveaus aangegeven met nummers.
Zet de nummers in de rechter kolom bij de juiste begrippen in de linker kolom.
afbeelding
Energie omzetten.
Welk gedeelte van de door gras opgeslagen energie wordt omgezet in nieuw weefsel door een groeiende stier?
Dat is tussen .
Trofisch niveau.
In complexe levensgemeenschappen worden organismen die evenveel schakels van de planten af staan, tot hetzelfde trofische niveau gerekend.
Welke van onderstaande beweringen is juist?
Op een onbewoond eiland.
Je strandt op een onbewoond eiland, samen met een koe en heel veel tarwe.
Wat moet je doen om zo lang mogelijk te overleven?
Wieren op Kims Top.
Zie de figuren B 5246 en B 5247 van de bijlage.
Blaaswier en andere grote zeewieren groeien onder andere op rif, zie afbeelding 1 hiernaast.
Men heeft gedurende een aantal jaren onderzocht hoe hoog de bedekkingsgraad met wieren is van het rif Kims Top in het Kattegat. De resultaten staan in afbeelding 2, waarin ook is afgebeeld het verloop van de stikstofuitstroom in het zeemilieu in dezelfde periode.
Leg een verband tussen het verloop van beide grafieken in deze afbeelding.
afbeelding
afbeelding
1/2 Productie.
De figuur hieronder toont de resultaten van productiemetingen in twee ecosystemen, respectievelijk een regenwoud en een akker met eenjarige planten. Alle getallen zijn aangegeven in MJ/m2
/jaar.
afbeelding
- Bereken de netto primaire productie (NPP) in beide systemen.
- Verklaar het verschil.
Energie bij mieren.
De ecologische effectiviteit = Netto Secundaire Productie / Bruto Secundaire Productie.
afbeelding
Bereken de ecologische effectiviteit van mieren in % (afgerond op een geheel getal).
2/2 Piramides van biomassa.
Bij deze piramides is er bij de overdracht van het ene naar het andere trofische niveau sprake van een efficiëntie in de energieoverdracht van precies 10%. Je wilt bij de consumenten van de 3e orde een opbrengst van 2 g C/m2 oogsten.
Wat moet dan de netto primaire productie zijn?
Noteer de berekening.
Plantenafval.
Men vermoedt dat planten hun dunne worteldelen (< 2mm) meerdere malen per jaar vervangen, wat resulteert in een grote hoeveelheid dood materiaal in de bodem.
Een hypothese is dat het grootste deel van de CO2
in de bodem afkomstig is van bacteriën die leven van dit dode plantaardige materiaal.
Tot welk trofisch niveau horen deze bacteriën?
Die behoren tot de .
1/2 Burgers' Bush.
Burgers' Bush is een zogenaamd eco-display, een nabootsing van het ecosysteem tropisch regenwoud.
Voor een tropisch regenwoud werd de netto primaire productie per jaar (NPPPJ) geschat op 2200 g/m2
.
Wat wordt verstaan onder netto primaire productie per jaar?
2/2 Burgers' Bush.
Noem drie factoren die ervoor verantwoordelijk zijn dat de NPPPJ in het Nederlandse eco-display veel lager is dan in het tropische regenwoud.