Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Twee beweringen over processen in het lichaam van een dier zijn:
I. het vrijmaken van energie uit glucose is een verteringsproces. II. het omzetten van verteerde plantaardige eiwitten in dierlijke eiwitten is een verbrandingsproces.
Spijsvertering
Enzymen in spijsverteringssappen.
Enkele stoffen in het voedsel van de mens zijn:
1. glucose, 2. vetten, 3. zetmeel, 4. zouten.
Welke van deze stoffen worden verteerd door enzymen in spijsverteringssappen?
Spijsvertering
Spijsvertering.
Klieren in het lichaam van de mens produceren onder andere alvleessap, gal en insuline.
Welke van deze stoffen is of welke zijn werkzaam in het spijsverteringskanaal?
Spijsvertering
Het spijsverteringsstelsel. Zie figuur B 1919 van de bijlage.
De afbeelding geeft schematisch het spijsverteringsstelsel van de mens weer.
In welk van de organen 3, 4 en 6 zijn bacteriën actief die cellulose verteren? In welke van de aangegeven organen worden voedingsbestanddelen door peristaltische bewegingen verplaatst?
afbeelding
afbeelding
Spijsvertering
Experiment met spijsverteringssappen.
Vier reageerbuizen worden gedeeltelijk gevuld met een spijsverteringssap:
- buis 1 met 5 mL alvleessap. - buis 2 met 5 mL gal. - buis 3 met 5 mL maagsap. - buis 4 met 5 mL speeksel.
Aan elke buis worden fijngemalen bonen toegevoegd. De buizen worden bewaard bij een temperatuur van 30°C.
In welke buis zal geen vertering plaatsvinden van een of meerdere bestanddelen uit deze bonen?
Spijsvertering
Spijsverteringssappen.
Een stukje versgebakken patat friet wordt gebracht in een oplossing van speeksel en gal en bij kamertemperatuur weggezet. Amylase blijft werken in aanwezigheid van gal.
Kan zetmeel verteren in deze oplossing? En de vetten in deze oplossing?
afbeelding
Spijsvertering
Experiment met verteringssappen.
afbeelding
Vier reageerbuisjes worden gedeeltelijk gevuld met een spijsverteringssap:
buisje 1 met 5 mL alvleessap, buisje 2 met 5 mL gal, buisje 3 met 5 mL maagsap, buisje 4 met 5 mL speeksel.
Aan elk buisje wordt gebakken biefstuk toegevoegd. De buisjes worden bewaard bij een temperatuur van 30°C.
In welk buisje of in welke buisjes zal geen vertering plaatsvinden van een of meer bestanddelen uit deze gebakken biefstuk?
-
Spijsvertering
Stofwisseling.
Twee beweringen over processen in het lichaam van een dier zijn:
I. het vrijmaken van energie uit glucose is een verteringsproces. II. bij het verteren van plantaardige eiwitten komen brandstoffen vrij.
Spijsvertering
Spijsvertering.
Hieronder volgen drie gegevens over de wand van bepaalde delen van het menselijk darmkanaal.
1. de wand bevat spieren. 2. de wand bevat darmvlokken. 3. de wand bevat klieren die spijsverteringssappen produceren.
Welk gegeven is of welke gegevens zijn van toepassing, zowel op de slokdarm als op de dunne darm?
Spijsvertering
Spijsvertering.
Enkele stoffen in het voedsel van een mens zijn: vetten, water en zetmeel.
Welke van deze stoffen wordt of welke worden verteerd door enzymen in spijsverteringssappen?
Spijsvertering
Spijsvertering.
Welke klieren van de mens produceren spijsverteringssappen met koolhydraatverterende enzymen?
Spijsvertering
Alvleesklier.
Bij een patiënt is de afvoerbuis van de alvleesklier afgesloten.
Kan er in het spijsverteringskanaal nog vertering van eiwitten plaatsvinden? Kan insuline de spieren nog bereiken?
afbeelding
Spijsvertering
Spijsvertering.
In een voedselbrok bevinden zich:
1. glucose, 2. eiwitten, 3. zouten.
Welke van deze stoffen wordt of welke worden in het darmkanaal van de mens verteerd?
Spijsvertering
Experiment zetmeelvertering.
Een zetmeeloplossing wordt over twee reageerbuizen verdeeld. Aan beide buizen wordt speeksel toegevoegd. Aan buis 2 wordt bovendien geconcentreerd zoutzuur toegevoegd. Na enige tijd wordt aan beide buizen een jodiumoplossing toegevoegd. De inhoud van buis 1 kleurt bruin en die van buis 2 donkerblauw.
Welke van onderstaande beweringen naar aanleiding van deze proef is juist?
Spijsvertering
Experiment zetmeelvertering. Zie figuur B 734 van de bijlage.
Een petrischaal is gevuld met een zetmeelbevattende voedingsbodem. P en Q zijn openingen in deze voedingsbodem (zie figuur 1). P wordt gevuld met gekookt en daarna afgekoeld speeksel. Q wordt gevuld met gewoon speeksel. Na een half uur wordt de schaal overgoten met een laagje jodiumoplossing. Kleuring treedt op zoals in figuur 2 is aangegeven.
Welke van onderstaande beweringen uit deze proef is juist?
afbeelding
Spijsvertering
Experiment zetmeelvertering.
Een reageerbuis bevat een mengsel van zetmeel, water en speeksel. Het geheel staat enige tijd bij een temperatuur van 35°C. Daarna worden enkele druppels jodium toegevoegd. De inhoud van de buis krijgt een geel-bruine kleur.
Wat kan hiervoor de verklaring zijn?
Spijsvertering
Zetmeelvertering.
Een zetmeelbevattende voedingsbodem in een petrischaal is met een jodiumoplossing blauw gekleurd. Op deze voedingsbodem bevindt zich:
- op plaats 1 een druppel speeksel van een mens, - op plaats 2 een stukje speekselklier van een varken, - op plaats 3 een stukje maagwand van een varken, - op plaats 4 een stukje alvleesklier van een varken.
Op drie van de vier plaatsen verdwijnt de blauwe kleur.
Op welke plaats zal de blauwe kleur zichtbaar blijven?
Spijsvertering
Experiment met zetmeeloplossing.
In een reageerbuisje bevindt zich een zetmeeloplossing. Hieraan worden enkele druppels jodiumoplossing toegevoegd. De oplossing krijgt een blauwe kleur. Daarna wordt er speeksel door de oplossing geroerd, waarna de kleur opnieuw verandert.
Wat is de oorzaak van deze laatste kleurverandering? Wordt de kleur donkerder blauw?
Spijsvertering
Spijsvertering. Zie figuur B 1883 van de bijlage.
In de afbeelding zijn vier reageerbuizen getekend. In iedere buis bevinden zich 2 mL speeksel van een mens, 2 mL jodiumoplossing en 2 mL zetmeeloplossing. Bij het begin van de proef is de inhoud van alle buizen blauw. De buizen staan bij verschillende temperaturen (zie de afbeelding).
In welke buis zal de blauwe kleur het eerst verdwijnen?
afbeelding
Spijsvertering
Experiment vertering brood.
Men zet vier reageerbuizen (1 t/m 4) in een rekje en voert daarna onderstaande proeven uit:
afbeelding
Met behulp van bovenstaande proeven kan men onder andere aantonen: