Oefentoets Biologie: Stofwisseling | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 1

Deze digitale toets richt zich op de gevolgen van overmatig alcoholgebruik, stofwisseling bij sport en energiebehoefte, en is bedoeld voor studenten in de gezondheids- en sportwetenschappen. Ontdek belangrijke inzichten over gezondheid en sportprestaties door middel van diverse vragen en scenario's. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Gevolgen van overmatig alcoholgebruik

3/3 Alcohol.

In een boek staat:
Nadat alcohol in het bloed is opgenomen, komt het in het hele lichaam. Zo bereikt alcohol al na 10 minuten de hersenen. Omdat alcohol niet kan worden opgeslagen in ons lichaam, wordt het verbrand. Het verbruik van andere brandstoffen, zoals vetten, wordt daardoor minder. Vet dat zo overblijft, wordt vooral opgeslagen in de buik. Overgewicht in de vorm van een 'bierbuik' is één van de mogelijke gevolgen van overmatig gebruik van alcohol.

Wat zijn twee andere mogelijke gevolgen van overmatig gebruik van alcohol?

Stofwisseling en O2-verbruik bij sport

Stofwisseling bij sport.
Zie figuur A 596 van de bijlage.

In de tabel in de figuur staat het O2 -verbruik van mannen en vrouwen gedurende bepaalde vormen van sport.

Zet de volgende sportvormen zo goed mogelijk op de juiste plaats (maak eerst een kladlijstje):

skiën (afdaling),
ongetraind sporten,
langlaufen 50 km,
wielrennen 10 km,
hardlopen 800-1500 m,
gewichtheffen,
schaatsen 1500 m,
hardlopen 400 m,
skispringen,
hardlopen 3000 m.

afbeeldingafbeelding

Warmteproductie tijdens wielerwedstrijden

1/2 Wielrennen.

Tijdens wielerwedstrijden, zoals de Tour de France, drinken de renners voortdurend water. Wanneer de renners te weinig drinken kunnen ze overtollige warmte niet goed kwijt en lopen hun prestaties sterk terug.

Waar ontstaat bij de renners tijdens de wedstrijd vooral veel extra warmte?

Warmteafvoer bij wielrenners door vochtgebrek

2/2 Wielrennen.

Leg uit waardoor wielrenners hun overtollige warmte niet goed kwijt kunnen als zij te weinig drinken.

Veranderingen in spierlengte bij kogelstoten

1/2 Kogelstoten.
Zie figuur B 905 en figuur B 906 van de bijlage.

In de afbeelding B 905 zijn achtereenvolgende stadia van de lichaamshouding van een kogelstoter getekend tijdens het stoten.

In de afbeelding B 906 zijn het skelet en een aantal spieren getekend van de rechterarm waarmee de kogelstoter de kogel wegstoot.

Welke veranderingen treden op in de lengte van de spieren P en Q tussen stadium 7 en stadium 9 uit afbeelding B 905?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Coördinatie van spierbewegingen bij kogelstoten

2/2 Kogelstoten.

Bij het kogelstoten vindt een aantal opeenvolgende ingewikkelde bewegingen plaats.

Waar vindt de precieze coördinatie van de afzonderlijke spierbewegingen plaats: in de bovenarm, in de kleine hersenen of in het ruggenmerg?

Juist of onjuist: Organismen en stoffen

10 x juist of onjuist.

1. Organismen bestaan uit alleen organische stoffen, niet uit anorganische stoffen.

2. Eiwitten zijn anorganische stoffen.

3. Water is een anorganische stof.

4. "Enzymen werken specifiek" betekent dat één enzym slechts één reactie kan versnellen.

5. Cellulose is een belangrijk bestanddeel van de celwanden van planten.

6. Bij de verbranding in organismen ontstaat water.

7.Bij de verbranding in organismen ontstaan organische stoffen.

Energieverbruik bij triatlononderdelen

1/2 Triatlon.
Zie figuur B 3369 van de bijlage.

Bij een triatlon zijn sporters bezig met zwemmen, fietsen en hardlopen. Het energieverbruik bij deze activiteiten is verschillend. De onderstaande tabel geeft het gemiddelde energieverbruik bij de drie onderdelen van de triatlon weer.

afbeeldingafbeelding

Bij een training voor een triatlon gaat Remco 20 minuten fietsen, 10 minuten hardlopen en 20 minuten zwemmen.

Tijdens welke activiteit gebruikt hij dan de meeste energie?

afbeeldingafbeelding

Vitamines en hun functie in voeding

2/2 Triatlon.

Sporters die meedoen aan een triatlon letten goed op hun voeding. Zo gebruiken ze bijvoorbeeld vitaminepillen.

Tot welke groep stoffen behoren vitamines?

Functie van de warming-up

1/2 Warming-up.
Zie figuur B 1391 van de bijlage.

In de afbeelding is iemand bezig met een warming-up.

Wat is een functie van de warming-up?

afbeeldingafbeelding

Levenskenmerken van Organismen

2/2 Warming-up.

Welk levenskenmerk wordt hier uitgebeeld?

afbeeldingafbeelding

Gemiddelde energiebehoefte bij mannen van 14-18 jaar

Gemiddelde energiebehoefte.

Wetenschappers hebben onderzoek gedaan naar de gemiddelde energiebehoefte bij mannen van verschillende leeftijden. Een deel van de resultaten is weergegeven in de tabel.

afbeeldingafbeelding

Leg uit waardoor de gemiddelde energiebehoefte bij mannen tussen 14 en 18 jaar het grootst is.

Energiebehoefte bij zwangere vrouwen

Gemiddelde energiebehoefte.

Wetenschappers hebben onderzoek gedaan naar de gemiddelde energiebehoefte bij vrouwen.
Een deel van de resultaten is weergegeven in de tabel.

afbeeldingafbeelding

Leg uit waardoor de gemiddelde energiebehoefte bij zwangere vrouwen het grootst is.

-

Ontbijt en de Schijf van Vijf

1/3 Hardlopen.
Zie figuur B 4592 van de bijlage.

Hardlopen kost veel energie.
Het ontbijt van een bepaalde hardloper bestaat uit:
- één wortel
- twee gefrituurde bananen
- twee boterhammen met aardbeien
- een portie rijst
- sinaasappelsap

Uit welk vak van de Schijf van Vijf ontbreekt er iets bij dit ontbijt?

afbeeldingafbeelding

Vertering van een banaan bij hardlopers

2/3 Hardlopen.

Tijdens een wedstrijd eten sommige hardlopers bananen.
Een banaan wordt verteerd in het spijsverteringsstelsel.
Hierbij passeren vezels van de banaan een aantal organen.

Wat is de juiste volgorde van deze organen?

Nadelen van mondademhaling bij hardlopen

3/3 Hardlopen.

Bepaalde voeding is noodzakelijk om een goede tijd te lopen.
Ook de ademhaling is belangrijk.
Hardlopers ademen door de mond en niet door de neus.
Ademhalen door de mond heeft nadelen.

Noteer twee nadelen van ademen door de mond in plaats van ademen door de neus.

Vetweefselpercentage bij verschillende leeftijden

1/4 Ouder worden.
Zie figuur A 1020 van de bijlage.

De samenstelling van het menselijk lichaam verandert met de leeftijd (zie het diagram).

Hoe groot is het verschil in gemiddeld percentage vetweefsel tussen een 25-jarige en een 70-jarige volgens de gegevens in het diagram? [invulveld] %

afbeeldingafbeelding

Oorzaken van verminderde cariës bij ouderen

2/4 Ouder worden.

In het verleden verloren veel mensen hun tanden en kiezen voordat ze de middelbare leeftijd hadden bereikt. Het gebit was niet versleten, maar aangetast door cariës (tandbederf). Nu komt er minder cariës voor en hebben de meeste mensen tot op hoge leeftijd nog hun eigen gebit.

Noem twee oorzaken waardoor er tegenwoordig minder cariës voorkomt.

Identificatie van de kransslagader

3/4 Ouder worden.
Zie figuur B 4627 van de bijlage.

Bij veel oudere mensen treedt slagaderverharding op. De wanden van de slagaders worden dikker en harder, waardoor de bloedvaten nauwer worden. Als hierdoor een kransslagader afgesloten raakt, is een hartinfarct het gevolg.

In de afbeelding is het hart weergegeven.

Welke letter geeft een kransslagader aan?

afbeeldingafbeelding

Leefstijlveranderingen en hoge bloeddruk

4/4 Ouder worden.

Onder andere door slagaderverharding stijgt de bloeddruk bij het ouder worden vaak te veel. Iemand met een te hoge bloeddruk krijgt het advies zijn eetgewoonten aan te passen.

Noem nog twee andere veranderingen in leefstijl waardoor de kans op een hoge bloeddruk verminderd wordt.