Oefentoets Biologie: Ecologie - abiotisch/biotisch 1 | VWO 4/VWO 5/VWO 6

Deze oefentoets bevat 13 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

13

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ecologie

Baltische Zee.

De Baltische Zee is brak: er komt zout water binnen vanuit de Noordzee en zoet water vanuit rivieren. De vermenging van zout en zoet water gaat in de diepere lagen langzamer dan aan het oppervlak.
In de zomer is de waterkolom in lagen verdeeld. In de afbeelding hiernaast zie je een diepteprofiel voor O2 (mg/L), H2 S (mg/L), zoutgehalte (PSU) en temperatuur (°Celsius) van de waterkolom.

Zet de letters in de rechter kolom bij de juiste parameters in de linker kolom.

  • C

  • D

  • B

  • A

  • O2 -concentratie (mg/L)

  • H2 S-concentratie (mg/L)

  • zoutgehalte (PSU)

  • temperatuur (°Celsius)

Ecologie

Marien gebied.

Het mariene gebied wordt gewoonlijk in twee zones verdeeld: de bovenlaag, waar netto primaire productie plaatsvindt en de onderlaag, waarin dat niet gebeurt.

Welke kritische factor ligt aan de basis van dit verschil?

Ecologie

Kiezelwieren.
Zie figuur A 1159 van de bijlage.

De grafiek hiernaast toont de seizoensgebonden fluctuaties in het aantal kiezelwieren en in sommige abiotische factoren in de bovenlaag van een gedeelte van de Atlantische oceaan in de Noordelijke gematigde zone.

Welke interpretatie van deze grafiek is juist?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/2 Diapauze bij vlinders.

Noem op grond van de informatie bij de vorige opgave, een kenmerk van het klimaat waarin een grote variatie in genotypen met betrekking tot de start van de diapauze een selectievoordeel is.

Ecologie

Eikelmuis.
Zie figuur B 5224 van de bijlage.

De eikelmuis is in de Rode Lijst van 2006 als ernstig bedreigd opgenomen. Er is op zeer korte termijn actie noodzakelijk om de eikelmuizen voor uitsterven in Nederland te behoeden.
Wetenschappers pleiten voor het behoud en uitbreiding van kleine landschapselementen. Dat zijn o.a. boomgaarden, volkstuintjes en soortenrijke bosranden. De eikelmuizen worden door hun leefwijze in deze landschapselementen ook wel 'fruitdiefjes' genoemd. Eikelmuizen zijn kwetsbaar door het feit dat de dieren zeven maanden per jaar grotendeels slapend doorbrengen. Naast de effecten van de grootschalige ruilverkaveling vanaf 1979 zijn ook de zachte winters een oorzaak van het bijna uitsterven van de eikelmuis in Zuid-Limburg.
Over de zachte winters als oorzaak van het bijna uitsterven van de eikelmuis in Nederland worden vier uitspraken gedaan.

Welke uitspraak is juist?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Weerribben.
Zie figuur B 7144 van de bijlage.

In de tabel hieronder zijn gemiddelde waarden gegeven van een aantal kenmerken van de Weerribben, een natuurgebied in Nederland. Gegevens zijn uitgedrukt op de zogenoemde Ellenberg-schaal volgens welke planten worden ingedeeld als indicatorplanten voor bepaalde milieufactoren.
afbeeldingafbeelding

Op deze schaal krijgen sterk zuurminnende planten de waarde 1, sterk basisch minnende planten de waarde 9 en daartussen liggen de waarden voor steeds minder zuur en meer basisch.
Op deze schaal krijgen sterk droogte minnende planten de waarde 1, onderwaterplanten de waarde 12 en daartussen liggen de waarden voor steeds minder droge bodem.
Op de schaal krijgen planten die groeien op zeer stikstofarme bodem de waarde 1, planten die groeien op een zeer stikstofrijke bodem de waarde 9 en daartussen liggen de waarden voor steeds meer stikstof in de bodem.
De gegevens met betrekking tot de stikstofgehaltes in de tabel hieronder en die hiernaast komen niet overeen. Mogelijke verklaringen daarvoor zijn:
1. De tabel hiernaast bevat cijfers van metingen aan planten in het laboratorium, de tabel hieronder bevat gemiddelde waarden in de natuur.
2. De stikstofgehaltes in oude en jonge bladeren zijn in de tabel hiernaast gescheiden weergegeven en in de tabel hieronder niet.

Welk van deze verklaringen kan of welke kunnen juist zijn?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Cyanobacteriën.

In waterecosystemen (zoet en zout water) vinden we in de zones waar nog licht doordringt, cyanobacteriën in de bovenste laag en purper- en groenbacteriën in de onderste laag.

Welke uitspraak geeft de beste verklaring voor deze verticale zonering van fotosynthetiserende bacteriën?

Ecologie

1/2 Helmgras.
Zie de figuren B 5250, B 5251 en B 5252 van de bijlage.

Helmgras of helm (Ammophila arenaria) groeit op zandige duinen dichtbij zee (zie figuur 1). Helm heeft een onderaardse kruipende en sterk vertakte wortelstok, waaruit vertakte wortels ontspringen (zie figuur 2). Zowel de wortelstok als de wortel kan 4-6 meter lang worden. Helm groeit vooral vanuit nieuwe scheuten aan de wortelstok. De bladeren zijn leerachtig, sterk en kunnen zowel kou als droogte weerstaan. In droge omgeving krullen ze op (zie figuur 3). In de winter is de plant niet te zien. Bij overdekking met stuivend zand groeit helm sterk uit en vormt nieuwe bladeren.

- Geef twee voorbeelden van abiotische factoren die het moeilijk maken voor planten om op een duin te groeien. Leg je keuze uit.
- Leg uit waardoor helm deze moeilijkheden overwint. Gebruik figuur 2 en 3.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Ecologie

1/4 Sterfte van zeebaarzen.
Zie de figuur B 5270, B 5271, B 5272 en B 5273 van de bijlage.

Zeebaarzen (afbeelding 1) worden veelvuldig aangetroffen in Amerikaanse rivieren en meren. In kleine meren is er 's zomers soms sprake van massale sterfte onder de vissen.
De bioloog Coutant is op zoek gegaan naar mogelijke oorzaken.
Uit experimenten van Coutant bleek dat zeebaarzen een langdurig verblijf in water met een temperatuur van meer dan 25,0ºC niet kunnen overleven.
In een klein meer, Lake Cherokee genaamd, werd het water gedurende de zomer zo door de zon verwarmd, dat het 25,0ºC-niveau steeds dieper kwam te liggen. Bij het begin van de zomer lag dit niveau net aan het wateroppervlak (zie afbeelding 2a), 80 dagen later had de bovenste 65% van het water een temperatuur van meer dan 25,0ºC (zie figuur 2b).
Coutant ontdekte bovendien dat zeebaarzen alleen kunnen leven in water dat tenminste 2 mg zuurstof per liter water bevat.
Door rotting van gezonken organismen ontwikkelde zich in Lake Cherokee gedurende de zomer vanaf de bodem een steeds dikker wordende laag water met te weinig zuurstof. Bij het begin van de zomer bevatte het water op de bodem nog juist 2 mg O2 /L (zie afbeelding 3a). Maar 80 dagen later was er te weinig zuurstof in de onderste 60% van het water (zie afbeelding 3b).
Neem aan dat beide processen lineair in de tijd verlopen.

Zet op het grafiekpapier in de bijlage het 25,0ºC-niveau en het 2 mg/L-niveau tegen de tijd uit. Het grafiekpapier is ook afgebeeld in afbeelding 4.
Lees af na hoeveel dagen, gerekend vanaf het begin van de zomer, zeebaarzen niet meer in Lake Cherokee konden leven.
Dat is na .. dagen.

[invulveld]

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding