Voortplanting
5/6 Anticonceptie.
Bevinden zich receptoren voor LH in de baarmoeder, in de ovaria of in beide?
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VWO 4, VWO 5, VWO 6
NVON
cc-by-sa-40
5/6 Anticonceptie.
Bevinden zich receptoren voor LH in de baarmoeder, in de ovaria of in beide?
6/6 Anticonceptie.
In het bloed circulerende oestrogeenmoleculen worden in de lever gekoppeld aan glucuronzuur en vervolgens met de gal afgegeven aan de 12-vingerige darm. Over het glucuronzuur-oestrogeencomplex worden twee beweringen gedaan.
1. Dit complex remt de afgifte van oestrogenen.
2. Dit complex wordt niet geresorbeerd vanuit de dunne darm.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
1/4 Hormonale mannenpil.
Voor het eerst sinds tientallen jaren zijn ook Nederlandse mannen betrokken bij medisch onderzoek om de betrouwbaarheid en acceptatie te bestuderen van hormonale anticonceptie voor mannen, de zogenoemde 'mannenpil'. Gezonde mannen in de leeftijd van 18 tot 45 jaar kunnen deelnemen aan de studie die de effecten onderzoekt van twee hormonen op de spermaproductie. Gedurende het onderzoek worden continu progestagenen (aan progesteron verwante hormonen) toegediend via een implantaat in de huid van de bovenarm.
Maximaal drie maanden na inbrengen van het implantaat wordt een depotinjectie met testosteron gegeven. De studie duurt 1½ jaar en is opgezet door twee internationale farmaceutische bedrijven. In totaal nemen 350 mannen deel, verdeeld over 14 onderzoekscentra in Europa. Resultaten van vooronderzoek waren bemoedigend en beide bedrijven streven er nu naar een methode te ontwikkelen die niet alleen betrouwbaar is, maar ook acceptabel voor gebruikers.
Het implantaat met progestagenen wordt subcutaan, tussen de lederhuid en het onderhuids bindweefsel, aangebracht.
Wat maakt deze plaats zo geschikt voor een implantaat?
Geef twee argumenten.
2/4 Hormonale mannenpil.
Al na een half jaar onderzoek is duidelijk dat bij de proefpersonen remming van de spermaproductie optreedt met onvruchtbaarheid als resultaat. Toch loopt het onderzoek nog zeker een aantal jaren, voor het middel vrijgegeven kan worden.
Noteer twee belangrijke gegevens die nog onderzocht moeten worden.
3/4 Hormonale mannenpil.
Zie figuur A 870 van de bijlage.
In de afbeelding is de hormonale regulatie van de spermaproductie in een vereenvoudigd schema weergegeven.
Progesteron remt de vorming van FSH en LH in de hypofyse.
Beschrijf in vier stappen aan de hand van de gegevens in de afbeelding hoe de toediening van progesteron bij mannen tot onvruchtbaarheid leidt. Geef bij elke stap aan welke cellen of organen daarbij betrokken zijn.
afbeelding
4/4 Hormonale mannenpil.
Door de werking van de progestagenen uit het implantaat wordt de spermaproductie geremd.
Er zijn ook andere, ongewenste effecten mogelijk.
Leg uit hoe toediening van progestagenen bij de man tot een bepaald ongewenst effect kan leiden.
1/2 Hormonale mannenpil.
Uit Australië werd een verrassende doorbraak in het onderzoek naar de mannenpil gemeld. Een onderzoeksinstituut had 55 paren onderzocht die alleen de mannenpil als anticonceptie gebruikten. Geen van de vrouwen raakten zwanger. Verder onderzoek wordt verricht naar onder andere de optimale dosering.
Zoals de 'vrouwenpil' de eisprong voorkomt, zo moet de mannenpil de aanmaak van spermacellen verhinderen.
De productie hoeft niet helemaal stopgezet te worden, als er minder dan een miljoen spermacellen per milliliter worden gemaakt, zijn andere anticonceptiemiddelen overbodig.
De spermatogenese wordt vanaf de puberteit aangedreven door de hypothalamus. Dit orgaan produceert GnRH, het hormoon dat de hypofyse aanzet tot het afgeven van gonadotrope hormonen. Deze hormonen zetten op hun beurt de testes aan tot de productie van spermacellen en van testosteron.
Bij de eerste proeven werd de spermatogenese stilgezet door het toedienen van een overdosis testosteron. Maar dat gaf veel bijwerkingen, zoals acn‚ en gewichtstoename. Als alternatief werd progesteron gebruikt dat dezelfde remmende werking op de afgifte van GnRH heeft als testosteron. Dit hormoon werd bij de mannen in de proef als onderhuids implantaat aangebracht. Daarnaast werd nog een geringe dosis testosteron toegediend, vier of vijf injecties per jaar.
Bij de proefpersonen werd progesteron toegediend en niet oestradiol.
Leg uit wat bij deze proef het nadeel van gebruik van oestradiol zou zijn.
2/2 Hormonale mannenpil.
Leg uit waarom, vanwege de werking van progesteron, ook regelmatig een dosis testosteron moest worden toegediend aan de proefpersonen uit de tekst.
1/3 Menstruatiecyclus.
Zie figuur B 2374 van de bijlage.
In het diagram van de afbeelding is de dikte van het baarmoederslijmvlies van een vrouw van 25 jaar gedurende een bepaalde periode weergegeven.
Omstreeks welke dag was de kans het grootst dat in één van de ovaria een rijpe follikel aanwezig was?
afbeelding
2/3 Menstruatiecyclus.
Zie figuur B 2374 van de bijlage.
Gedurende welke periode was waarschijnlijk in één van de ovaria een actief geel lichaam aanwezig?
afbeelding
3/3 Menstruatiecyclus.
De concentratie van LH van één dag vóór de ovulatie wordt vergeleken met die van één dag na de menstruatie.
Is deze concentratie lager, gelijk of hoger?
1/2 Menstruatiecyclus.
Zie figuur B 3684 van de bijlage.
In de afbeelding is een menstruatiecyclus weergegeven die 28 dagen duurt. De letters M, N, O en P geven bepaalde fasen in deze cyclus aan. In het centrale deel van afbeelding zijn schematisch veranderingen getekend die tijdens de menstruatiecyclus in een bepaald orgaan van een vrouw optreden.
In welke van de fasen M, N, O en P is het in deze cyclus hormoonproducerend geel lichaam aanwezig?
afbeelding
2/2 Menstruatiecyclus.
Welk hormoon wordt door het ovarium in fase M in relatief grote hoeveelheden aan het bloed afgegeven?
afbeelding
1/2 Geslachtsorganen.
Cellen nemen uit het bloed stoffen op die worden gebruikt voor de synthese van celmateriaal. De opname van stoffen (per gram weefsel per maand) door cellen in verschillende organen van het voortplantingsstelsel van een vrouw van twintig jaar wordt vergeleken. De vrouw is niet in verwachting.
Enkele organen (van het voortplantingsstelsel) zijn: baarmoeder, eierstokken, eileiders en vagina.
In welk(e) van deze organen is de opname van stoffen voor de synthese van celmateriaal gemiddeld het grootst?
In de [invulveld]
2/2 Geslachtsorganen.
Zie figuur B 2941 van de bijlage.
De mate van afgifte van geslachtshormonen verandert gedurende het leven van een vrouw. In het diagram van de afbeelding is de totale concentratie van de hormonen FSH + LH per etmaal in de urine van een vrouw weergegeven. Vier perioden in haar leven zijn aangegeven met P, Q, R en S.
Gedurende welke van deze perioden is de concentratie van oestradiol in haar bloed gemiddeld het hoogst?
afbeelding
1/3 Hormonale regulatie.
Zie figuur B 1188 van de bijlage.
In het diagram in de afbeelding is de hoeveelheid oestrogenen weergegeven die een vrouw in de leeftijd van 0 tot 45 jaar gemiddeld per dag via de urine uitscheidt.
De hoeveelheid oestrogenen die na het intreden van de menopauze wordt uitgescheiden, is niet weergegeven. De oorzaak van het optreden van de menopauze is 'burning out' van de ovaria.
Bij het begin van de menopauze bevinden zich nog slechts enkele functionerende follikels in de ovaria. Als ook deze follikels zijn verdwenen is de oestrogeenproductie tot bijna nul gedaald. Door toepassing van nieuwe voortplantingstechnieken is het mogelijk dat een vrouw na de menopauze een kind baart. Men heeft bijvoorbeeld een embryo in de baarmoeder van een 57-jarige vrouw geïmplanteerd. Dit embryo kan zich innestelen en ontwikkelen omdat aan de vrouw van tevoren hormonen waren toegediend.
Welke hormonen waren aan de vrouw toegediend?
afbeelding
2/3 Hormonale regulatie.
Is bij een vrouw in het eerste jaar van de menopauze de secretie van FSH lager dan, gelijk aan of hoger dan die op haar veertigste jaar?
3/3 Hormonale regulatie.
Zie figuur A 668 van de bijlage.
Bij een vrouw wordt de secretie van hormonen door de ovaria volgens het schema in de figuur geregeld.
Storingen in het regelsysteem hypothalamus-hypofyse-ovarium kunnen leiden tot onvruchtbaarheid. In bepaalde gevallen wordt dan aan een vrouw een medicijn, clomifeen, toegediend. Clomifeen remt de binding van oestrogenen aan receptoren in de hypothalamus en de hypofyse. Een bijverschijnsel van het gebruik van clomifeen is dat bij een zwangerschap de kans op meerlingen aanzienlijk toeneemt.
Waardoor wordt deze grotere kans op meerlingen veroorzaakt?
afbeelding
1/3 Hormonen.
Ruim een kwart van de Nederlandse vrouwen in de leeftijd van 16 tot 49 jaar gebruikt een anticonceptiepil, waardoor de ovulatie wordt onderdrukt. Er zijn verschillende typen anticonceptiepillen. De zogenoemde combinatiepil bevat twee stoffen die in werking overeenkomen met twee geslachtshormonen.
Een vrouw die een bepaalde combinatiepil slikt, krijgt elke dag eenzelfde hoeveelheid van deze hormonen binnen.
Met welke twee hormonen komen de stoffen in de combinatiepil overeen?
2/3 Hormonen.
Welke invloed heeft de combinatiepil op de afgifte van de hormonen FSH en LH?