Oefentoets Biologie: Kringlopen | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 1

Ontdek de digitale toets over de rol van organismen in ecosystemen, inclusief de koolstof- en stikstofkringloop, gericht op leerlingen in het voortgezet onderwijs. Test je kennis over producenten, consumenten en reducenten aan de hand van interactieve vragen en schema's. - 68 vragen

Aantal vragen

68

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Leven op de eik: Organismen en hun rollen

Leven op de eik.

Op de stam van een eik groeien algen. Onder deze eik groeit een paddestoel op de afgevallen eikenbladeren. Op de levende bladeren aan de boom leven bladluizen. Een lieveheersbeestje zit op een tak een bladluis te eten.

Welk organismen is een reducent ?
Welke is of zijn producenten ?
Welke is of zijn consumenten ?

afbeeldingafbeelding

Voedingsstoffen van Schimmels en Organismen

Schimmels.

Schimmels zijn voor het verkrijgen van voedingsstoffen afhankelijk van andere organismen.

Kunnen schimmels stoffen opnemen die afkomstig zijn van consumenten ?
En stoffen die afkomstig zijn van producenten ?

Voedselrelaties in schema's

Voedselrelaties.
Zie figuur B 1209 van de bijlage.

In de schema's P, Q, R, en S zijn de relaties tussen producenten, consumenten en reducenten weergegeven.

Welke schema geeft deze relaties juist weer?

afbeeldingafbeelding

Zelfreinigend vermogen van waterorganismen

Zelfreinigend vermogen.

Door zijn zelfreinigend vermogen raakt het water van een meer niet vervuild door de resten van dode organismen.

Welke van de volgende groepen organismen in het water zorgt vooral voor dit zelfreinigend vermogen ?

Rol van bodembacteriën in weidegebieden

Leven in de wei.

Op aarde komen verschillende soorten gebieden of landschappen voor. Een weidegebied is een voorbeeld van zo'n landschap.
In een weidegebied komen onder andere de volgende organismen voor:

- bodembacteriën
- buizerds
- gras
- schapen
- vossen
- konijnen
- sprinkhanen
- paardenbloemen
- veldmuizen

Wat is de rol van de bodembacteriën in dit weidegebied ?

Voedselweb: Consumenten en hun rol

Zie figuur A 261 van de bijlage.

De afbeelding geeft een voedselweb/net weer.

Twee beweringen over dit voedselnet zijn:

I. De muizen zijn consumenten.
II. De vossen zijn consumenten.

afbeeldingafbeelding

Voedingsstoffen en schimmels

Schimmels.

Schimmels zijn voor het verkrijgen van voedingsstoffen afhankelijk van andere organismen.

Kunnen schimmels stoffen opnemen die afkomstig zijn van consumenten ?
En stoffen die afkomstig zijn van producenten ?

Rangschikking van de koolstofkringloop

De koolstofkringloop.

Hieronder staan negen gebeurtenissen die deel uitmaken van de koolstofkringloop. Rangschik ze in de juiste volgorde.

1. Een plant neemt koolstofdioxide op uit de lucht.
2. Een dier sterft.
3. Bacteriën en schimmels geven koolstofdioxide af aan de lucht.
4. Glucose wordt omgezet in allerlei plantaardige organische stoffen.
5. Bacteriën en schimmels verbruiken organische stoffen bij de verbranding.
6. Plantaardige organische stoffen worden omgezet in dierlijke organische stoffen.
7. Bij de fotosynthese wordt koolstofdioxide verbruikt en ontstaat glucose.
8. Dierlijke organische stoffen worden door bacteriën en schimmels opgenomen.
9. Een plant wordt gegeten door een dier.

De juiste volgorde is: 1 - [invulveld] - [invulveld] - [invulveld] - [invulveld] - [invulveld] - [invulveld] - [invulveld] - [invulveld]

Organismen in de koolstofkringloop

De koolstofkringloop.
Zie figuur B 3463 van de bijlage.

In de afbeelding is de koolstofkringloop schematisch weergegeven.

Welke twee groepen organismen worden aangegeven met A?

afbeeldingafbeelding

Energiebron van de kringloop

Energiebron.

Wat is de energiebron die de kringloop in stand houdt?

Deze energiebron is [invulveld]

Kringlopen in een Boomecosysteem

Een boom.

1. Zie figuur B 3478 van de bijlage.

In de afbeelding is een boom getekend. Van deze boom vallen takken en bladeren af. Verder zijn paddestoelen getekend. Met pijlen is een kringloop schematisch weergegeven.

In de afbeelding kunnen de pijlen de kringloop van glucose weergeven. [invulveld]

2. In de afbeelding kunnen de pijlen de kringloop van koolstof weergeven. [invulveld]

3. In de afbeelding kunnen de pijlen de kringloop van mineralen (zouten) weergeven. [invulveld]

4. In de afbeelding is ten minste één producent zichtbaar getekend. [invulveld]

5. In de afbeelding is ten minste één reducent zichtbaar getekend. [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Kringloop van stoffen in een boom

1/2 Een boom.
Zie figuur B 3478 van de bijlage.

In de afbeelding is een boom getekend. Van deze boom vallen takken en bladeren af. Verder zijn paddestoelen getekend. Met pijlen is een kringloop schematisch weergegeven.
Enkele stoffen zijn: glucose, koolstof en mineralen (zouten).

Van welke van de genoemde stoffen kan de kringloop met de pijlen in de afbeelding zijn aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Groepen in de kringloop van stoffen

2/2 Een boom.
Zie figuur B 3559 van de bijlage.

Bij de kringloop van stoffen kunnen consumenten, producenten en reducenten worden onderscheiden.

Van welke van deze groepen is tenminste één individu zichtbaar getekend in de afbeelding?

afbeeldingafbeelding

Koolstofdioxide en producenten in de kringloop

1/2 Een kringloop.
Zie figuur B 2884 van de bijlage.

In de afbeelding is een kringloop weergegeven.
Pijl 1 in de afbeelding geeft aan dat koolstofdioxide wordt opgenomen door producenten.

Bij welk proces verbruiken producenten koolstofdioxide? Welke andere stof wordt bij dit proces ook verbruikt?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Foutieve pijl in de kringloop

2/2 Een kringloop.

Welk van de pijlen 3 t/m 7 in de kringloop van de afbeelding is in de verkeerde richting getekend?

afbeeldingafbeelding

Kringloop van stoffen in de natuur

1/4 Kringloop.
Zie figuur A 429 van de bijlage.

De afbeelding geeft een boom weer. Van deze boom vallen takken en bladeren af. Verder zijn paddestoelen getekend. Met de pijlen is een kringloop schematisch weergegeven. Enkele stoffen zijn: glucose, koolstof en zouten.

Van welke van de genoemde stoffen kan de kringloop met de pijlen in de afbeelding zijn aangegeven ?

afbeeldingafbeelding

Kringloop: Producenten, Consumenten en Reducenten

2/4 Kringloop.

In een kringloop is meestal sprake van producenten, consumenten en reducenten.

Welke van deze groepen is of zijn zichtbaar getekend in de afbeelding ?

afbeeldingafbeelding

Groeiomstandigheden van maïsplanten

3/4 Kringloop.

In Nederland groeien op veel akkers maïsplanten. Zij groeien onder gunstige omstandigheden hard en slaan veel reservevoedsel op in de maïskolven. Daarom zijn zij geschikt voor veevoer. Onder een boom, zoals getekend in de afbeelding, zal maïs minder goed kunnen groeien dan in een akker zonder bomen.

Noem twee redenen voor deze slechtere groei van maïsplanten onder grote bomen.

afbeeldingafbeelding

Transport van wortels naar bladeren bij wind

4/4 Kringloop.

Als er een harde wind opsteekt, zal de verdamping door de boom van de afbeelding sterk toenemen. In de periode vlak na het opsteken van de wind wordt het transport van de wortels naar de bladeren gemeten.

Wat zal er in de boom met het transport van de wortels naar de bladeren gebeuren in deze periode met toegenomen verdamping ?

afbeeldingafbeelding

Groepen van Organismen in een Ecosysteem

1/7 Een kringloop.

In een bepaald ecosysteem op de Veluwe komen onder andere de volgende organismen voor:

- graanplanten,
- haviken,
- konijnen,
- paardenbloemen,
- teken (kleine dieren die van zoogdierbloed leven),
- veldmuizen.

Aan de rand van dit ecosysteem op de Veluwe leven veel konijnen. Zij eten gras en andere planten. Soms wordt een konijn opgegeten door een roofvogel. Afgevallen bladeren en uitwerpselen van konijnen en roofvogels zijn voedsel voor kevers en wormen. Schimmels en bacteriën leven onder andere van uitwerpselen, bladafval en dode konijnen.

Organismen kunnen ingedeeld worden in consumenten, producenten en reducenten.

Tot welke groep behoren de konijnen ?

Kiezen van een konijn

2/7 Een kringloop.

Heeft een konijn knipkiezen of knobbelkiezen of plooikiezen ?

Ecosystemen en energierijke stoffen

3/7 Een kringloop.

Aan de rand van dit ecosysteem op de Veluwe leven veel konijnen. Zij eten gras en andere planten. Soms wordt een konijn opgegeten door een roofvogel. Afgevallen bladeren en uitwerpselen van konijnen en roofvogels zijn voedsel voor kevers en wormen. Schimmels en bacteriën leven onder andere van uitwerpselen, bladafval en dode konijnen.

In de tekst komen achtereenvolgens vijf groepen organismen voor. De organismen bevatten energierijke stoffen.

In welke groep bevatten alle organismen bij elkaar geteld de grootste hoeveelheid energierijke stoffen ?

Schimmels: juiste beweringen van leerlingen

4/7 Een kringloop.

Twee leerlingen beweren iets over schimmels.

Leerling 1 beweert: "Schimmels kunnen leven van stoffen die door planten zijn geproduceerd."
Leerling 2 beweert: "Schimmels kunnen mensen ziek maken."

Welke leerling doet of welke leerlingen doen een juiste bewering ?

De rol van bacteriën in de koolstofkringloop

5/7 Een kringloop.

Welke rol spelen bacteriën in de koolstofkringloop in het bos ?

Impact van biociden op roofvogels en konijnen

6/7 Een kringloop.

Naast het bos heeft een boer zijn graanakker besproeid met oude biociden die hij nog in de schuur had staan. Na enige tijd vindt de boer enkele dode roofvogels in de buurt van de akker. Hij vindt geen dode konijnen.

Leg uit waardoor de roofvogels waarschijnlijk wel aan de oude biociden zijn gestorven en de konijnen niet.

Invloed van haviken op ecosysteem

7/7 Een kringloop.

In een bepaald ecosysteem op de Veluwe komen onder andere de volgende organismen voor:

- graanplanten,
- haviken,
- konijnen,
- paardenbloemen,
- teken (kleine dieren die van zoogdierbloed leven),
- veldmuizen.

De afname van het aantal haviken kan invloed hebben op de aantallen van de andere genoemde organismen in het ecosysteem.

Neemt door de afname van het aantal haviken het aantal bloeiende paardenbloemen toe of af ?
En neemt het aantal teken toe of af ? Leg je antwoorden uit.

Producenten in een ecosysteem

1/5 Aan de rand van bos en weiland.
Zie figuur B 2106 van de bijlage.

Aan de rand van een Nederlands bos bij een weiland leven vier groepen organismen. De groepen verschillen van elkaar door de manier waarop zij hun voedingsstoffen verkrijgen.
In de afbeelding zijn de relaties tussen deze vier groepen schematisch weergegeven. Een roofvogel hoort bij groep 3. De pijlen geven aan waar de voedingsstoffen van de organismen vandaan komen.

Welke groep stelt de producenten voor ?

afbeeldingafbeelding

Schimmels in het ecosysteem

2/5 Aan de rand van bos en weiland.

Bij welke groep in het schema van de afbeelding horen de schimmels ?

afbeeldingafbeelding

Mens en plant: indeling in groepen

3/5 Aan de rand van bos en weiland.

In welke groep moet de mens worden geplaatst ? De mens in groep [invulveld];
En in welke groep een plant ? De plant in groep [invulveld];

Dier- en plantensoorten invullen

4/5 Aan de rand van bos en weiland.

Vul hieronder bij de twee groepen de naam in van een dier- of plantensoort die tot de groep behoort en die niet hier of elders in de tekst is genoemd.

groep 1: ...........
groep 2: ...........

Indeling van het wild zwijn in groepen

5/5 Aan de rand van bos en weiland.

Een wild zwijn heeft knobbelkiezen. Onder andere hierdoor is het gebit van een wild zwijn aangepast aan het soort voedsel dat het eet.

Kan een wild zwijn tot groep 2 gerekend worden ?
En kan het tot groep 3 gerekend worden ? Licht je antwoorden toe.

Koolstofkringloop en processen binnenin

Koolstofkringloop.
Zie figuur B 3559 van de bijlage.

In de afbeelding is de koolstofkringloop schematisch weergegeven.

1. Welke groep organismen wordt aangegeven met A? de [invulveld]

2. Wat is de energiebron die de kringloop in stand houdt? de/het [invulveld]

3. Welke van de genummerde pijlen geeft (geven) dode resten van dieren weer? pijl [invulveld]

4. Welke van de genummerde pijlen geeft fotosynthese weer? pijl [invulveld]

5. Welke van de genummerde pijlen geven een proces weer waarbij energie wordt vrijgemaakt? de pijlen [invulveld], [invulveld] en [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Energiebron in de koolstofkringloop

1/4 De koolstofkringloop.
Zie figuur B 857 van de bijlage.

In de natuur komt onder andere een koolstofkringloop voor.
Deze is in de figuur weergegeven.
Producenten zijn planten met bladgroen.
Consumenten zijn planten zonder bladgroen en dieren.
Reducenten zijn vooral bacteriën en schimmels.
De producenten verbruiken CO2 . Ze worden gegeten door consumenten. Dode producenten, dode consumenten en afvalstoffen van beide groepen worden door reducenten weer omgezet in CO2 , H2 O en zouten.

Wat is de energiebron, die de kringloop in stand houdt ?

afbeeldingafbeelding

Energieopslag in de koolstofkringloop

2/4 De koolstofkringloop.

Met welke pijl of pijlen wordt een proces weergegeven waarbij energie wordt opgeslagen ?

afbeeldingafbeelding

Verbranding in de koolstofkringloop

3/4 De koolstofkringloop.

Met welke pijlen wordt verbranding weergegeven ?

afbeeldingafbeelding

Heterotrofe organismen in de koolstofkringloop

4/4 De koolstofkringloop.

Welke van de drie groepen organismen zijn heterotroof ?

Koolstofkringloop en processen

Kringloop.
Zie figuur B 3463 van de bijlage.

In de afbeelding is de koolstofkringloop schematisch weergegeven.

Welke van de genummerde pijlen geeft (geven) dode resten van planten weer? pijl [invulveld]

Welke van de genummerde pijlen geeft (geven) verbranding weer? de pijlen [invulveld], [invulveld] en [invulveld]

Welke van de genummerde pijlen geeft (geven) een proces weer waarbij energie wordt vastgelegd? pijl [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Stikstofkringloop en organismen

Stikstofkringloop.
Zie figuur B 3561 van de bijlage.

In de afbeelding is de stikstofkringloop schematisch weergegeven. Enkele pijlen zijn genummerd.

1. Bij welke van de genummerde pijlen worden stikstofhoudende organische stoffen omgezet in o.a. stikstofhoudende mineralen? bij pijl [invulveld]

2. Bij welke van de genummerde pijlen worden stikstofhoudende mineralen omgezet in stikstofhoudende organische stoffen? bij pijl [invulveld]

3. In een wei graast een koe. De koe verteert het gras. De organische stoffen in het gras worden door de koe gebruikt, o.a. om melk te maken.

Welke pijl in de afbeelding geeft deze omzetting van stoffen weer? pijl [invulveld]

4. Bij stikstofbinding wordt gasvormige stikstof omgezet in bepaalde stikstofhoudende stoffen.

Door welke organismen wordt deze stikstofbinding verricht? door [invulveld]

5. Worden bij de stikstofbinding plantaardige eiwitten gevormd? [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Reducenten in de stikstofkringloop

1/2 Stikstofkringloop.
Zie figuur A 428 van de bijlage.

De afbeelding geeft de kringloop van stikstof weer. Zowel eiwit als nitraat bevatten stikstof. Nitraat is een voedingszout (mineraal).

Noem twee groepen reducenten die in de stikstofkringloop eiwit omzetten in nitraat.

afbeeldingafbeelding

Transport in de stikstofkringloop

2/2 Stikstofkringloop.

Wordt met pijl P het transport van eiwit bedoeld ?
Wordt met pijl P het transport van nitraat bedoeld ?

afbeeldingafbeelding

Stikstofkringloop en organismen

Stikstofkringloop.
Zie figuur C 368 van de bijlage.

In de afbeelding is de stikstofkringloop schematisch weergegeven. Enkele pijlen zijn genummerd.
Bij stikstofbinding wordt gasvormige stikstof omgezet in o.a. stikstofhoudende mineralen (zouten).

1. Bij welke van de genummerde pijlen is er sprake van stikstofbinding? bij pijl [invulveld]

2.Wordt de bodem hierdoor 'stikstofrijker' of 'stikstofarmer'?
stikstof [invulveld]

3.Bij welke van de genummerde pijlen worden levende organismen gegeten door andere organismen? bij pijl [invulveld]

4. Door welke organismen worden stikstofhoudende mineralen omgezet in stikstofhoudende organische stoffen? door [invulveld]

5. Als mensen sterven, worden ze meestal begraven. Hun lichamen worden dan door reducenten afgebroken.

Welke stikstofhoudende stoffen komen daarbij vrij? de stof [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Effect van zure regen op planten

1/3 Verzuring.

Door verbranding van aardolie en steenkool komen grote hoeveelheden zwavelverbindingen en stikstofverbindingen in de atmosfeer. Deze stoffen reageren met water en komen dan als zogenaamde zure regen naar beneden. Door deze zure regen vermindert de functie van de wortelharen van planten. Bovendien neemt de fotosynthese af.
Vaak worden de wortels zodanig aangetast, dat schadelijke schimmels binnen kunnen dringen in de planten. Het gevolg is dan dat de planten uiteindelijk doodgaan.

Gaan de planten als gevolg van de zure regen meer of minder glucose produceren of blijven ze evenveel glucose produceren ?

Invloed van zure regen op wateropname planten

2/3 Verzuring.

Heeft de invloed van de zure regen op de wortelharen gevolgen voor de opname van water door de planten ?
Zo ja, welke ?

Verzuring en schimmels bij planten

3/3 Verzuring.

Onttrekken de genoemde schimmels stoffen aan de planten ?
Zo ja, is dit alleen water of zijn dit ook organische stoffen ?

Plaatsing van organismen in een kringloop

Een kringloop.
Zie figuur B 98 van de bijlage.

In bovenvermelde figuur is schematisch een kringloop getekend.
De nummers 1 en 2 stellen een groep organismen voor.

Wat is de juiste plaats van de paardenbloem en van de huismus ?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Rol van bacteriën in de oerwoudbodem

Oerwoudbodem.

In de bodem van een oerwoud komen bacteriën voor. Daardoor spelen zij een rol in de kringlopen van de stoffen in het oerwoud. De vrijgemaakte stoffen kunnen worden opgenomen door de wortels van de bomen in het oerwoud.

Waarom kunnen de bomen in het oerwoud alleen goed blijven groeien als deze bacteriën in de bodem leven ?

Invloed van bacteriën op slootwatergassen

Dode plantenresten.

In een sloot bevinden zich op een bepaald moment veel dode plantenresten. Deze hebben een grote activiteit van bacteriën tot gevolg. Deze activiteit heeft invloed op de hoeveelheid opgeloste gassen in het water van de sloot.
Over deze gassen worden twee beweringen gedaan:

I. Door de activiteit van de bacteriën neemt de hoeveelheid koolstofdioxide in het slootwater af.
II. Door de activiteit van de bacteriën neemt de hoeveelheid zuurstof in het slootwater af.

Stoffen in een kringloop identificeren

Een kringloop.
Zie figuur B 1766 van de bijlage.

Hiernaast staat een schema van een kringloop.

Welke stoffen stellen de nummers 1 en 2 voor ?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Kringloop van stoffen in ecosystemen

Overdracht van stoffen.
Zie figuur B 1097 van de bijlage.

In de afbeelding is schematisch een kringloop getekend. De pijlen stellen processen voor, waarbij stoffen worden overgedragen.
De organismen in de afbeelding zijn niet op dezelfde schaal getekend.

Welk proces geeft pijl P weer ?

afbeeldingafbeelding

Vul de stoffen in de kringloop aan

Een kringloop.
Zie figuur B 1023 van de bijlage.

Afgebeeld staat een sterk vereenvoudigd schema van een kringloop.

Welke stoffen moeten op de plaatsen 1 en 2 worden ingevuld om dit schema kloppend te maken ?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Stoffen in een kringloop

Een kringloop.
Zie figuur B 1033 van de bijlage.

In de figuur staat een schema van een kringloop.

Welke stoffen stellen de cijfers 1 en 2 voor ?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Kringloop van stoffen en energie

Een kringloop.
Zie figuur B 1694 van de bijlage.

Hieronder staat een sterk vereenvoudigd schema van een kringloop.

Welke van de volgende uitspraken met betrekking tot dit schema is juist ?

afbeeldingafbeelding

Gifaccumulatie in een voedselketen

Gif in een voedselketen.
Zie figuur A 183 van de bijlage.

De figuur geeft schematisch de ophoping (accumulatie) van een bepaald gif in een voedselketen weer.
Twee beweringen over de ophoping van gif in deze voedselketen zijn:

I. De sperwer bevat de hoogste concentratie gif.
II. De sperwer kan het gif niet omzetten in onschadelijke stoffen, de andere organismen wel.

afbeeldingafbeelding

Koolhydraten in de Koolstofkringloop

1/4 Een kringloop.
Zie figuur B 4630 van de bijlage.

Een leerling maakt een schema om een aantal processen in de koolstofkringloop weer te geven (zie de afbeelding).

Koolstof komt onder andere voor in koolhydraten in een dier.

Drie koolhydraten zijn: glucose, glycogeen en zetmeel.

Welke koolhydraten komen in cellen van een dier voor?

afbeeldingafbeelding

Identificeer de fotosynthese in de kringloop

2/4 Een kringloop.
Zie figuur B 4630 van de bijlage.

Eén van de pijlen in het schema stelt de fotosynthese voor.

Met welke letter is die pijl aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Reducenten in de kringloop van koolhydraten

3/4 Een kringloop.

Koolhydraten in dode resten worden afgebroken door reducenten.

Noem twee groepen reducenten.

Rol van reducenten in de koolstofkringloop

4/4 Een kringloop.

In de koolstofkringloop spelen reducenten een belangrijke rol.

Welke letter geeft de omzetting aan die door reducenten wordt uitgevoerd? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Mineralen en meststoffen in de veeteelt

1/6 Mineralen en meststoffen op een veeteeltbedrijf.
Zie figuur C 432 van de bijlage.

Mineralen komen voor in planten en dieren in melk en vlees, maar ook in mest en kunstmest. Wanneer we het hebben over mineralen in mest spreken we ook wel van meststoffen. In de afbeelding hiernaast is de weg van mineralen (meststoffen) op een veeteeltbedrijf weergegeven. Er is te zien dat er mineralen op een bedrijf worden aangevoerd en afgevoerd.
Gewassen hebben mineralen nodig om te groeien. Mineralen die niet door gewassen worden opgenomen komen door uit- en afspoeling in de bodem en in het water terecht. Dit is schadelijk voor het milieu.
Stikstof is het belangrijkste mineraal. Stikstof doorloopt een ingewikkelde kringloop en komt in verschillende vormen voor.
In de afbeelding is te zien dat stikstof op het veeteeltbedrijf kan verdwijnen uit de kringloop.
In het veeteeltbedrijf in de afbeelding komen mineralen het bedrijf binnen.

Waardoor komen mineralen het bedrijf binnen?

afbeeldingafbeelding

Opname van stikstof door planten

2/6 Mineralen en meststoffen op een veeteeltbedrijf.

In de mineralenkringloop komen mineralen voor die door een plant worden opgenomen.

Welke vorm van stikstof wordt door planten direct opgenomen?
Dat is .

Maatregelen tegen ammoniakvervuiling in veeteelt

3/6 Mineralen en meststoffen op een veeteeltbedrijf.
Zie figuur C 432 van de bijlage.

Op de afbeelding is te zien dat stikstof in gasvorm verdwijnt uit de mestopslag en uit de stal. Het gas waar het hier om gaat heet ammoniak.

Welke maatregel kan de veeteler nemen om het vervluchtigen van ammoniak uit de stal en uit de mestopslag te voorkomen?

afbeeldingafbeelding

Meststoffenbeheer en grondwaterbescherming

4/6 Mineralen en meststoffen op een veeteeltbedrijf.

De veeteler moet voorkomen dat meststoffen uitspoelen naar het grondwater.

Welke mestmaatregel is hierbij het meest effectief?

Eutrofiëring en watervervuiling

5/6 Mineralen en meststoffen op een veeteeltbedrijf.

Meststoffen die niet door planten worden opgenomen, komen voor een deel in het grondwater en oppervlaktewater terecht.

Hoe wordt het verrijken van het oppervlaktewater met meststoffen genoemd, waardoor de biodiversiteit sterk afneemt?

Dat wordt genoemd.

Mestmaatregelen en milieubescherming

6/6 Mineralen en meststoffen op een veeteeltbedrijf.

De overheid heeft grenzen gesteld aan de totale hoeveelheid dierlijke mest, stikstof en fosfaat die per bedrijf gemiddeld per hectare op het land gebracht mag worden.
Boerenbedrijven moeten de hoeveelheid geproduceerde mest en de hoeveelheid meststoffen of mineralen die het bedrijf binnenkomen en de hoeveelheid mineralen die het bedrijf verlaten registreren.

Waarom heeft de overheid mestmaatregelen ingesteld?

Organismen in de stikstofkringloop

Energie in een ecosysteem.

Welke van de organismen, die in de afbeelding weergegeven zijn, maken deel uit van de stikstofkringloop ?

afbeeldingafbeelding

Koolstofkringloop en bladluizen

Bladluizen.

Bladluizen kunnen bomen, zoals linden, sterk aantasten. Ze zuigen met hun snuit via de huidmondjes sappen uit de bladeren waardoor de bladeren kunnen verwelken.

Maakt de suiker in de sappen die de bladluizen opzuigen, deel uit van de koolstofkringloop ?
En maken de stoffen die de bladluizen uit die suiker maken, deel uit van de koolstofkringloop ?

Vervuilend gas door mestgebruik

3/3 Mest.

Door de mest direct de bodem in te werken komt er minder van een vervuilend gas in de lucht terecht. Daardoor treedt er minder verzuring op van nabij gelegen natuurgebieden.

Wat is de naam van het vervuilende gas? Dit is [invulveld]

Gasvormige stoffen bij mestverspreiding

Mest verspreiden.

In een krant stond het volgende artikel:

Zie figuur B 2102 van de bijlage.

Om verdere verzuring van de bodem tegen te gaan, wordt het uitrijden van mest aan steeds meer regels gebonden. Op weilanden mag mest uitsluitend worden verspreid met behulp van bepaalde landbouwmachines, zoals de mestinjecteur die de mest direct in de bodem spuit (zie de afbeelding). Volgens een rapport van een onderzoeker is deze techniek gunstig voor het milieu, maar schadelijk voor de weidevogels. Het
milieuvriendelijk uitrijden van mest tijdens het broedseizoen heeft namelijk rampzalige gevolgen voor de weidevogels in Nederland. Weidevogels leggen hun eieren in een nest op de grond. Als mest uitsluitend wordt verspreid met deze machines, gaat tijdens het broedseizoen, vroeg in het voorjaar, 90 tot 100% van alle legsels in de weilanden verloren.

Door het gebruik van de speciale machines bij het uitrijden van de mest probeert men de verspreiding van een gasvormige, verzurende stof uit de mest tegen te gaan.

Welke gasvormige, verzurende stof is dat?

afbeeldingafbeelding

Koolstofkringloop en aardappelplanten

Een aardappelplant.

Voor Nederland bestaat een koolstofkringloop.

Maken aardappelplanten deel uit van deze koolstofkringloop?
Maken mensen deel uit van deze koolstofkringloop?

afbeeldingafbeelding