Deze oefentoets bevat 68 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Op de stam van een eik groeien algen. Onder deze eik groeit een paddestoel op de afgevallen eikenbladeren. Op de levende bladeren aan de boom leven bladluizen. Een lieveheersbeestje zit op een tak een bladluis te eten.
Welk organismen is een reducent ? Welke is of zijn producenten ? Welke is of zijn consumenten ?
afbeelding
Kringlopen
Schimmels.
Schimmels zijn voor het verkrijgen van voedingsstoffen afhankelijk van andere organismen.
Kunnen schimmels stoffen opnemen die afkomstig zijn van consumenten ? En stoffen die afkomstig zijn van producenten ?
Kringlopen
Voedselrelaties. Zie figuur B 1209 van de bijlage.
In de schema's P, Q, R, en S zijn de relaties tussen producenten, consumenten en reducenten weergegeven.
Welke schema geeft deze relaties juist weer?
afbeelding
Kringlopen
Zelfreinigend vermogen.
Door zijn zelfreinigend vermogen raakt het water van een meer niet vervuild door de resten van dode organismen.
Welke van de volgende groepen organismen in het water zorgt vooral voor dit zelfreinigend vermogen ?
Kringlopen
Leven in de wei.
Op aarde komen verschillende soorten gebieden of landschappen voor. Een weidegebied is een voorbeeld van zo'n landschap. In een weidegebied komen onder andere de volgende organismen voor:
Wat is de rol van de bodembacteriën in dit weidegebied ?
Kringlopen
Zie figuur A 261 van de bijlage.
De afbeelding geeft een voedselweb/net weer.
Twee beweringen over dit voedselnet zijn:
I. De muizen zijn consumenten. II. De vossen zijn consumenten.
afbeelding
Kringlopen
Schimmels.
Schimmels zijn voor het verkrijgen van voedingsstoffen afhankelijk van andere organismen.
Kunnen schimmels stoffen opnemen die afkomstig zijn van consumenten ? En stoffen die afkomstig zijn van producenten ?
Kringlopen
De koolstofkringloop.
Hieronder staan negen gebeurtenissen die deel uitmaken van de koolstofkringloop. Rangschik ze in de juiste volgorde.
1. Een plant neemt koolstofdioxide op uit de lucht. 2. Een dier sterft. 3. Bacteriën en schimmels geven koolstofdioxide af aan de lucht. 4. Glucose wordt omgezet in allerlei plantaardige organische stoffen. 5. Bacteriën en schimmels verbruiken organische stoffen bij de verbranding. 6. Plantaardige organische stoffen worden omgezet in dierlijke organische stoffen. 7. Bij de fotosynthese wordt koolstofdioxide verbruikt en ontstaat glucose. 8. Dierlijke organische stoffen worden door bacteriën en schimmels opgenomen. 9. Een plant wordt gegeten door een dier.
De koolstofkringloop. Zie figuur B 3463 van de bijlage.
In de afbeelding is de koolstofkringloop schematisch weergegeven.
Welke twee groepen organismen worden aangegeven met A?
afbeelding
Kringlopen
Energiebron.
Wat is de energiebron die de kringloop in stand houdt?
Deze energiebron is [invulveld]
Kringlopen
Een boom.
1. Zie figuur B 3478 van de bijlage.
In de afbeelding is een boom getekend. Van deze boom vallen takken en bladeren af. Verder zijn paddestoelen getekend. Met pijlen is een kringloop schematisch weergegeven.
In de afbeelding kunnen de pijlen de kringloop van glucose weergeven. [invulveld]
2. In de afbeelding kunnen de pijlen de kringloop van koolstof weergeven. [invulveld]
3. In de afbeelding kunnen de pijlen de kringloop van mineralen (zouten) weergeven. [invulveld]
4. In de afbeelding is ten minste één producent zichtbaar getekend. [invulveld]
5. In de afbeelding is ten minste één reducent zichtbaar getekend. [invulveld]
afbeelding
Kringlopen
1/2 Een boom. Zie figuur B 3478 van de bijlage.
In de afbeelding is een boom getekend. Van deze boom vallen takken en bladeren af. Verder zijn paddestoelen getekend. Met pijlen is een kringloop schematisch weergegeven. Enkele stoffen zijn: glucose, koolstof en mineralen (zouten).
Van welke van de genoemde stoffen kan de kringloop met de pijlen in de afbeelding zijn aangegeven?
afbeelding
Kringlopen
2/2 Een boom. Zie figuur B 3559 van de bijlage.
Bij de kringloop van stoffen kunnen consumenten, producenten en reducenten worden onderscheiden.
Van welke van deze groepen is tenminste één individu zichtbaar getekend in de afbeelding?
afbeelding
Kringlopen
1/2 Een kringloop. Zie figuur B 2884 van de bijlage.
In de afbeelding is een kringloop weergegeven. Pijl 1 in de afbeelding geeft aan dat koolstofdioxide wordt opgenomen door producenten.
Bij welk proces verbruiken producenten koolstofdioxide? Welke andere stof wordt bij dit proces ook verbruikt?
afbeelding
afbeelding
Kringlopen
2/2 Een kringloop.
Welk van de pijlen 3 t/m 7 in de kringloop van de afbeelding is in de verkeerde richting getekend?
afbeelding
Kringlopen
1/4 Kringloop. Zie figuur A 429 van de bijlage.
De afbeelding geeft een boom weer. Van deze boom vallen takken en bladeren af. Verder zijn paddestoelen getekend. Met de pijlen is een kringloop schematisch weergegeven. Enkele stoffen zijn: glucose, koolstof en zouten.
Van welke van de genoemde stoffen kan de kringloop met de pijlen in de afbeelding zijn aangegeven ?
afbeelding
Kringlopen
2/4 Kringloop.
In een kringloop is meestal sprake van producenten, consumenten en reducenten.
Welke van deze groepen is of zijn zichtbaar getekend in de afbeelding ?
afbeelding
Kringlopen
3/4 Kringloop.
In Nederland groeien op veel akkers maïsplanten. Zij groeien onder gunstige omstandigheden hard en slaan veel reservevoedsel op in de maïskolven. Daarom zijn zij geschikt voor veevoer. Onder een boom, zoals getekend in de afbeelding, zal maïs minder goed kunnen groeien dan in een akker zonder bomen.
Noem twee redenen voor deze slechtere groei van maïsplanten onder grote bomen.
afbeelding
Kringlopen
4/4 Kringloop.
Als er een harde wind opsteekt, zal de verdamping door de boom van de afbeelding sterk toenemen. In de periode vlak na het opsteken van de wind wordt het transport van de wortels naar de bladeren gemeten.
Wat zal er in de boom met het transport van de wortels naar de bladeren gebeuren in deze periode met toegenomen verdamping ?
afbeelding
Kringlopen
1/7 Een kringloop.
In een bepaald ecosysteem op de Veluwe komen onder andere de volgende organismen voor:
- graanplanten, - haviken, - konijnen, - paardenbloemen, - teken (kleine dieren die van zoogdierbloed leven), - veldmuizen.
Aan de rand van dit ecosysteem op de Veluwe leven veel konijnen. Zij eten gras en andere planten. Soms wordt een konijn opgegeten door een roofvogel. Afgevallen bladeren en uitwerpselen van konijnen en roofvogels zijn voedsel voor kevers en wormen. Schimmels en bacteriën leven onder andere van uitwerpselen, bladafval en dode konijnen.
Organismen kunnen ingedeeld worden in consumenten, producenten en reducenten.
Tot welke groep behoren de konijnen ?
Kringlopen
2/7 Een kringloop.
Heeft een konijn knipkiezen of knobbelkiezen of plooikiezen ?
Kringlopen
3/7 Een kringloop.
Aan de rand van dit ecosysteem op de Veluwe leven veel konijnen. Zij eten gras en andere planten. Soms wordt een konijn opgegeten door een roofvogel. Afgevallen bladeren en uitwerpselen van konijnen en roofvogels zijn voedsel voor kevers en wormen. Schimmels en bacteriën leven onder andere van uitwerpselen, bladafval en dode konijnen.
In de tekst komen achtereenvolgens vijf groepen organismen voor. De organismen bevatten energierijke stoffen.
In welke groep bevatten alle organismen bij elkaar geteld de grootste hoeveelheid energierijke stoffen ?
Kringlopen
4/7 Een kringloop.
Twee leerlingen beweren iets over schimmels.
Leerling 1 beweert: "Schimmels kunnen leven van stoffen die door planten zijn geproduceerd." Leerling 2 beweert: "Schimmels kunnen mensen ziek maken."
Welke leerling doet of welke leerlingen doen een juiste bewering ?
Kringlopen
5/7 Een kringloop.
Welke rol spelen bacteriën in de koolstofkringloop in het bos ?
Kringlopen
6/7 Een kringloop.
Naast het bos heeft een boer zijn graanakker besproeid met oude biociden die hij nog in de schuur had staan. Na enige tijd vindt de boer enkele dode roofvogels in de buurt van de akker. Hij vindt geen dode konijnen.
Leg uit waardoor de roofvogels waarschijnlijk wel aan de oude biociden zijn gestorven en de konijnen niet.
Kringlopen
7/7 Een kringloop.
In een bepaald ecosysteem op de Veluwe komen onder andere de volgende organismen voor:
- graanplanten, - haviken, - konijnen, - paardenbloemen, - teken (kleine dieren die van zoogdierbloed leven), - veldmuizen.
De afname van het aantal haviken kan invloed hebben op de aantallen van de andere genoemde organismen in het ecosysteem.
Neemt door de afname van het aantal haviken het aantal bloeiende paardenbloemen toe of af ? En neemt het aantal teken toe of af ? Leg je antwoorden uit.
Kringlopen
1/5 Aan de rand van bos en weiland. Zie figuur B 2106 van de bijlage.
Aan de rand van een Nederlands bos bij een weiland leven vier groepen organismen. De groepen verschillen van elkaar door de manier waarop zij hun voedingsstoffen verkrijgen. In de afbeelding zijn de relaties tussen deze vier groepen schematisch weergegeven. Een roofvogel hoort bij groep 3. De pijlen geven aan waar de voedingsstoffen van de organismen vandaan komen.
Welke groep stelt de producenten voor ?
afbeelding
Kringlopen
2/5 Aan de rand van bos en weiland.
Bij welke groep in het schema van de afbeelding horen de schimmels ?
afbeelding
Kringlopen
3/5 Aan de rand van bos en weiland.
In welke groep moet de mens worden geplaatst ? De mens in groep [invulveld]; En in welke groep een plant ? De plant in groep [invulveld];
Kringlopen
4/5 Aan de rand van bos en weiland.
Vul hieronder bij de twee groepen de naam in van een dier- of plantensoort die tot de groep behoort en die niet hier of elders in de tekst is genoemd.
groep 1: ........... groep 2: ...........
Kringlopen
5/5 Aan de rand van bos en weiland.
Een wild zwijn heeft knobbelkiezen. Onder andere hierdoor is het gebit van een wild zwijn aangepast aan het soort voedsel dat het eet.
Kan een wild zwijn tot groep 2 gerekend worden ? En kan het tot groep 3 gerekend worden ? Licht je antwoorden toe.
Kringlopen
Koolstofkringloop. Zie figuur B 3559 van de bijlage.
In de afbeelding is de koolstofkringloop schematisch weergegeven.
1. Welke groep organismen wordt aangegeven met A? de [invulveld]
2. Wat is de energiebron die de kringloop in stand houdt? de/het [invulveld]
3. Welke van de genummerde pijlen geeft (geven) dode resten van dieren weer? pijl [invulveld]
4. Welke van de genummerde pijlen geeft fotosynthese weer? pijl [invulveld]
5. Welke van de genummerde pijlen geven een proces weer waarbij energie wordt vrijgemaakt? de pijlen [invulveld], [invulveld] en [invulveld]
afbeelding
Kringlopen
1/4 De koolstofkringloop. Zie figuur B 857 van de bijlage.
In de natuur komt onder andere een koolstofkringloop voor. Deze is in de figuur weergegeven. Producenten zijn planten met bladgroen. Consumenten zijn planten zonder bladgroen en dieren. Reducenten zijn vooral bacteriën en schimmels. De producenten verbruiken CO2
. Ze worden gegeten door consumenten. Dode producenten, dode consumenten en afvalstoffen van beide groepen worden door reducenten weer omgezet in CO2
, H2
O en zouten.
Wat is de energiebron, die de kringloop in stand houdt ?
afbeelding
Kringlopen
2/4 De koolstofkringloop.
Met welke pijl of pijlen wordt een proces weergegeven waarbij energie wordt opgeslagen ?
afbeelding
Kringlopen
3/4 De koolstofkringloop.
Met welke pijlen wordt verbranding weergegeven ?
afbeelding
Kringlopen
4/4 De koolstofkringloop.
Welke van de drie groepen organismen zijn heterotroof ?
Kringlopen
Kringloop. Zie figuur B 3463 van de bijlage.
In de afbeelding is de koolstofkringloop schematisch weergegeven.
Welke van de genummerde pijlen geeft (geven) dode resten van planten weer? pijl [invulveld]
Welke van de genummerde pijlen geeft (geven) verbranding weer? de pijlen [invulveld], [invulveld] en [invulveld]
Welke van de genummerde pijlen geeft (geven) een proces weer waarbij energie wordt vastgelegd? pijl [invulveld]
afbeelding
Kringlopen
Stikstofkringloop. Zie figuur B 3561 van de bijlage.
In de afbeelding is de stikstofkringloop schematisch weergegeven. Enkele pijlen zijn genummerd.
1. Bij welke van de genummerde pijlen worden stikstofhoudende organische stoffen omgezet in o.a. stikstofhoudende mineralen? bij pijl [invulveld]
2. Bij welke van de genummerde pijlen worden stikstofhoudende mineralen omgezet in stikstofhoudende organische stoffen? bij pijl [invulveld]
3. In een wei graast een koe. De koe verteert het gras. De organische stoffen in het gras worden door de koe gebruikt, o.a. om melk te maken.
Welke pijl in de afbeelding geeft deze omzetting van stoffen weer? pijl [invulveld]
4. Bij stikstofbinding wordt gasvormige stikstof omgezet in bepaalde stikstofhoudende stoffen.
Door welke organismen wordt deze stikstofbinding verricht? door [invulveld]
5. Worden bij de stikstofbinding plantaardige eiwitten gevormd? [invulveld]
afbeelding
Kringlopen
1/2 Stikstofkringloop. Zie figuur A 428 van de bijlage.
De afbeelding geeft de kringloop van stikstof weer. Zowel eiwit als nitraat bevatten stikstof. Nitraat is een voedingszout (mineraal).
Noem twee groepen reducenten die in de stikstofkringloop eiwit omzetten in nitraat.
afbeelding
Kringlopen
2/2 Stikstofkringloop.
Wordt met pijl P het transport van eiwit bedoeld ? Wordt met pijl P het transport van nitraat bedoeld ?
afbeelding
Kringlopen
Stikstofkringloop. Zie figuur C 368 van de bijlage.
In de afbeelding is de stikstofkringloop schematisch weergegeven. Enkele pijlen zijn genummerd. Bij stikstofbinding wordt gasvormige stikstof omgezet in o.a. stikstofhoudende mineralen (zouten).
1. Bij welke van de genummerde pijlen is er sprake van stikstofbinding? bij pijl [invulveld]
2.Wordt de bodem hierdoor 'stikstofrijker' of 'stikstofarmer'? stikstof [invulveld]
3.Bij welke van de genummerde pijlen worden levende organismen gegeten door andere organismen? bij pijl [invulveld]
4. Door welke organismen worden stikstofhoudende mineralen omgezet in stikstofhoudende organische stoffen? door [invulveld]
5. Als mensen sterven, worden ze meestal begraven. Hun lichamen worden dan door reducenten afgebroken.
Welke stikstofhoudende stoffen komen daarbij vrij? de stof [invulveld]
afbeelding
Kringlopen
1/3 Verzuring.
Door verbranding van aardolie en steenkool komen grote hoeveelheden zwavelverbindingen en stikstofverbindingen in de atmosfeer. Deze stoffen reageren met water en komen dan als zogenaamde zure regen naar beneden. Door deze zure regen vermindert de functie van de wortelharen van planten. Bovendien neemt de fotosynthese af. Vaak worden de wortels zodanig aangetast, dat schadelijke schimmels binnen kunnen dringen in de planten. Het gevolg is dan dat de planten uiteindelijk doodgaan.
Gaan de planten als gevolg van de zure regen meer of minder glucose produceren of blijven ze evenveel glucose produceren ?
Kringlopen
2/3 Verzuring.
Heeft de invloed van de zure regen op de wortelharen gevolgen voor de opname van water door de planten ? Zo ja, welke ?
Kringlopen
3/3 Verzuring.
Onttrekken de genoemde schimmels stoffen aan de planten ? Zo ja, is dit alleen water of zijn dit ook organische stoffen ?
Kringlopen
Een kringloop. Zie figuur B 98 van de bijlage.
In bovenvermelde figuur is schematisch een kringloop getekend. De nummers 1 en 2 stellen een groep organismen voor.
Wat is de juiste plaats van de paardenbloem en van de huismus ?
afbeelding
afbeelding
Kringlopen
Oerwoudbodem.
In de bodem van een oerwoud komen bacteriën voor. Daardoor spelen zij een rol in de kringlopen van de stoffen in het oerwoud. De vrijgemaakte stoffen kunnen worden opgenomen door de wortels van de bomen in het oerwoud.
Waarom kunnen de bomen in het oerwoud alleen goed blijven groeien als deze bacteriën in de bodem leven ?
Kringlopen
Dode plantenresten.
In een sloot bevinden zich op een bepaald moment veel dode plantenresten. Deze hebben een grote activiteit van bacteriën tot gevolg. Deze activiteit heeft invloed op de hoeveelheid opgeloste gassen in het water van de sloot. Over deze gassen worden twee beweringen gedaan:
I. Door de activiteit van de bacteriën neemt de hoeveelheid koolstofdioxide in het slootwater af. II. Door de activiteit van de bacteriën neemt de hoeveelheid zuurstof in het slootwater af.
Kringlopen
Een kringloop. Zie figuur B 1766 van de bijlage.
Hiernaast staat een schema van een kringloop.
Welke stoffen stellen de nummers 1 en 2 voor ?
afbeelding
afbeelding
Kringlopen
Overdracht van stoffen. Zie figuur B 1097 van de bijlage.
In de afbeelding is schematisch een kringloop getekend. De pijlen stellen processen voor, waarbij stoffen worden overgedragen. De organismen in de afbeelding zijn niet op dezelfde schaal getekend.
Welk proces geeft pijl P weer ?
afbeelding
Kringlopen
Een kringloop. Zie figuur B 1023 van de bijlage.
Afgebeeld staat een sterk vereenvoudigd schema van een kringloop.
Welke stoffen moeten op de plaatsen 1 en 2 worden ingevuld om dit schema kloppend te maken ?
afbeelding
afbeelding
Kringlopen
Een kringloop. Zie figuur B 1033 van de bijlage.
In de figuur staat een schema van een kringloop.
Welke stoffen stellen de cijfers 1 en 2 voor ?
afbeelding
afbeelding
Kringlopen
Een kringloop. Zie figuur B 1694 van de bijlage.
Hieronder staat een sterk vereenvoudigd schema van een kringloop.
Welke van de volgende uitspraken met betrekking tot dit schema is juist ?
afbeelding
Kringlopen
Gif in een voedselketen. Zie figuur A 183 van de bijlage.
De figuur geeft schematisch de ophoping (accumulatie) van een bepaald gif in een voedselketen weer. Twee beweringen over de ophoping van gif in deze voedselketen zijn:
I. De sperwer bevat de hoogste concentratie gif. II. De sperwer kan het gif niet omzetten in onschadelijke stoffen, de andere organismen wel.
afbeelding
Kringlopen
1/4 Een kringloop. Zie figuur B 4630 van de bijlage.
Een leerling maakt een schema om een aantal processen in de koolstofkringloop weer te geven (zie de afbeelding).
Koolstof komt onder andere voor in koolhydraten in een dier.
Drie koolhydraten zijn: glucose, glycogeen en zetmeel.
Welke koolhydraten komen in cellen van een dier voor?
afbeelding
Kringlopen
2/4 Een kringloop. Zie figuur B 4630 van de bijlage.
Eén van de pijlen in het schema stelt de fotosynthese voor.
Met welke letter is die pijl aangegeven?
afbeelding
Kringlopen
3/4 Een kringloop.
Koolhydraten in dode resten worden afgebroken door reducenten.
Noem twee groepen reducenten.
Kringlopen
4/4 Een kringloop.
In de koolstofkringloop spelen reducenten een belangrijke rol.
Welke letter geeft de omzetting aan die door reducenten wordt uitgevoerd? Leg je antwoord uit.
afbeelding
Kringlopen
1/6 Mineralen en meststoffen op een veeteeltbedrijf. Zie figuur C 432 van de bijlage.
Mineralen komen voor in planten en dieren in melk en vlees, maar ook in mest en kunstmest. Wanneer we het hebben over mineralen in mest spreken we ook wel van meststoffen. In de afbeelding hiernaast is de weg van mineralen (meststoffen) op een veeteeltbedrijf weergegeven. Er is te zien dat er mineralen op een bedrijf worden aangevoerd en afgevoerd. Gewassen hebben mineralen nodig om te groeien. Mineralen die niet door gewassen worden opgenomen komen door uit- en afspoeling in de bodem en in het water terecht. Dit is schadelijk voor het milieu. Stikstof is het belangrijkste mineraal. Stikstof doorloopt een ingewikkelde kringloop en komt in verschillende vormen voor. In de afbeelding is te zien dat stikstof op het veeteeltbedrijf kan verdwijnen uit de kringloop. In het veeteeltbedrijf in de afbeelding komen mineralen het bedrijf binnen.
Waardoor komen mineralen het bedrijf binnen?
afbeelding
Kringlopen
3/6 Mineralen en meststoffen op een veeteeltbedrijf. Zie figuur C 432 van de bijlage.
Op de afbeelding is te zien dat stikstof in gasvorm verdwijnt uit de mestopslag en uit de stal. Het gas waar het hier om gaat heet ammoniak.
Welke maatregel kan de veeteler nemen om het vervluchtigen van ammoniak uit de stal en uit de mestopslag te voorkomen?
afbeelding
Kringlopen
4/6 Mineralen en meststoffen op een veeteeltbedrijf.
De veeteler moet voorkomen dat meststoffen uitspoelen naar het grondwater.
Welke mestmaatregel is hierbij het meest effectief?
Kringlopen
6/6 Mineralen en meststoffen op een veeteeltbedrijf.
De overheid heeft grenzen gesteld aan de totale hoeveelheid dierlijke mest, stikstof en fosfaat die per bedrijf gemiddeld per hectare op het land gebracht mag worden. Boerenbedrijven moeten de hoeveelheid geproduceerde mest en de hoeveelheid meststoffen of mineralen die het bedrijf binnenkomen en de hoeveelheid mineralen die het bedrijf verlaten registreren.
Waarom heeft de overheid mestmaatregelen ingesteld?
Kringlopen
Energie in een ecosysteem.
Welke van de organismen, die in de afbeelding weergegeven zijn, maken deel uit van de stikstofkringloop ?
afbeelding
Kringlopen
Bladluizen.
Bladluizen kunnen bomen, zoals linden, sterk aantasten. Ze zuigen met hun snuit via de huidmondjes sappen uit de bladeren waardoor de bladeren kunnen verwelken.
Maakt de suiker in de sappen die de bladluizen opzuigen, deel uit van de koolstofkringloop ? En maken de stoffen die de bladluizen uit die suiker maken, deel uit van de koolstofkringloop ?
Kringlopen
3/3 Mest.
Door de mest direct de bodem in te werken komt er minder van een vervuilend gas in de lucht terecht. Daardoor treedt er minder verzuring op van nabij gelegen natuurgebieden.
Wat is de naam van het vervuilende gas? Dit is [invulveld]
Kringlopen
Mest verspreiden.
In een krant stond het volgende artikel:
Zie figuur B 2102 van de bijlage.
Om verdere verzuring van de bodem tegen te gaan, wordt het uitrijden van mest aan steeds meer regels gebonden. Op weilanden mag mest uitsluitend worden verspreid met behulp van bepaalde landbouwmachines, zoals de mestinjecteur die de mest direct in de bodem spuit (zie de afbeelding). Volgens een rapport van een onderzoeker is deze techniek gunstig voor het milieu, maar schadelijk voor de weidevogels. Het milieuvriendelijk uitrijden van mest tijdens het broedseizoen heeft namelijk rampzalige gevolgen voor de weidevogels in Nederland. Weidevogels leggen hun eieren in een nest op de grond. Als mest uitsluitend wordt verspreid met deze machines, gaat tijdens het broedseizoen, vroeg in het voorjaar, 90 tot 100% van alle legsels in de weilanden verloren.
Door het gebruik van de speciale machines bij het uitrijden van de mest probeert men de verspreiding van een gasvormige, verzurende stof uit de mest tegen te gaan.
Welke gasvormige, verzurende stof is dat?
afbeelding
Kringlopen
Een aardappelplant.
Voor Nederland bestaat een koolstofkringloop.
Maken aardappelplanten deel uit van deze koolstofkringloop? Maken mensen deel uit van deze koolstofkringloop?