Plantenanatomie
Het herderstasje.
Zie figuur B 912 van de bijlage.
De afbeelding geeft het herderstasje weer.
Op welke van de aangegeven plaatsen bevinden zich eiwitten?
afbeelding
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
Het herderstasje.
Zie figuur B 912 van de bijlage.
De afbeelding geeft het herderstasje weer.
Op welke van de aangegeven plaatsen bevinden zich eiwitten?
afbeelding
Levenscyclus zaadplant.
Enkele processen uit de levenscyclus van zaadplanten zijn:
1. bestuiving;
2. bevruchting;
3. ontkieming;
4. groei.
Welke van deze processen vinden bij een tweejarige plant plaats in het eerste jaar?
Vorming, opslag en transport van stoffen in plant.
Hieronder staan vijf beweringen over vorming, opslag en transport van stoffen in een tomatenplant:
1. Een deel van het water verdampt en een ander deel wordt gebruikt voor de koolstofassimilatie.
2. Het water gaat door de vaatbundels naar de bladeren.
3. De suiker (glucose) wordt in de wortel omgezet in zetmeel dat wordt opgeslagen.
4. Water wordt door de wortel opgenomen.
5. Water en opgeloste suiker (glucose) gaan door de vaatbundels naar de wortel.
In welke volgorde vinden deze gebeurtenissen in de plant plaats?
Eenjarige planten.
Welke van de onderstaande uitspraken over éénjarige planten is of welke zijn juist?
I. Eénjarige planten ontkiemen altijd in de zomer van het ene jaar en bloeien in het voorjaar van het daarop volgende jaar.
II. Eénjarige planten kunnen zich geslachtelijk vermeerderen.
Invloed van milieufactoren op kieming.
Zie figuur B 1779 van de bijlage.
In een proef worden kiemende zaden op vochtige watten onder verschillende omstandigheden (zie tekening) met elkaar vergeleken. Nadat de opstellingen een week bij dezelfde temperaturen hebben gestaan zijn de resultaten als volgt:
afbeelding
Kan uit deze resultaten worden afgeleid dat licht de lengtegroei van de stengel remt?
En dat mest de lengtegroei van de stengel remt?
afbeelding
afbeelding
Aardappelschil.
De schil van een aardappel bevat kurk.
Welke functie heeft dat kurk?
Bladval.
Zowel planten als dieren kunnen 'beschermende maatregelen' treffen tegen een bedreiging vanuit het milieu, lang voordat de bedreiging acuut is. De prikkel tot het treffen van de maatregel is dan niet de bedreiging.
Wat zal in verband met de bladval bij veel bomen in de herfst als prikkel kunnen worden aangemerkt en wat als bedreiging uit het milieu?
afbeelding
1/2 De kleine zonnedauw.
Zie figuur B 4351 van de bijlage.
De kleine zonnedauw is een plant die in Nederland wettelijk beschermd is.
De plant wordt ongeveer tien centimeter hoog en bloeit in juli en augustus met drie tot acht witte bloemen. De bladeren van de kleine zonnedauw hebben veel kleverige, dunne haren. Hiermee vangt de plant insecten en spinnen.
De kleine zonnedauw vangt insecten en spinnen met zijn bladeren.
Geef een andere taak van het blad van een plant.
afbeelding
2/2 De kleine zonnedauw.
Een blad is een orgaan van een plant.
Noem twee andere organen van een plant.
De [invulveld] en de [invulveld].
1/3 Een worteltje.
Zie figuur B 2039 van de bijlage.
De afbeelding geeft een doorsnede van het onderste stuk van een wortel van een plant weer.
Processen die in dit stuk wortel plaatsvinden, zijn onder andere celstrekking, specialisatie van cellen en wateropname.
Door welk deel wordt het meeste water vanuit de bodem opgenomen: door deel R, door deel S of door deel T?
afbeelding
2/3 Een worteltje.
Zie figuur B 2039 van de bijlage.
In welk deel vooral vindt celstrekking plaats?
In welk deel zijn de cellen het meest gespecialiseerd?
afbeelding
afbeelding
3/3 Een worteltje.
Zie figuur B 2039 van de bijlage.
Waar treedt mitose vooral op: in deel R, in deel S of in deel T?
afbeelding
1/7 Een aardappelplant.
Zie figuur B 2120 van de bijlage.
In de afbeelding is schematisch een aardappelplant weergegeven. Er zijn drie pijlen 1, 2 en 3 getekend, die opname en/of afgifte van stoffen aanduiden.
Welke van deze pijlen kan of welke kunnen betrekking hebben op het transport van zuurstof bij een aardappelplant?
afbeelding
2/7 Een aardappelplant.
Bij een aardappelplant wordt het transport in de bastvaten vergeleken met het transport in de houtvaten. Er wordt gekeken naar het transport van koolhydraten en van zouten.
Welke van deze stoffen worden vooral door de bastvaten vervoerd?
In welke richting vindt het transport van deze stoffen vooral plaats?
3/7 Een aardappelplant.
Welk van de volgende processen vindt of welke vinden plaats door de wortels van een aardappelplant?
1. afgifte van zuurstof,
2. opname van koolstofdioxide,
3. opname van zouten.
4/7 Een aardappelplant.
Een aardappelplant kan zich zowel geslachtelijk als ongeslachtelijk voortplanten.
Met welke delen plant een aardappelplant zich ongeslachtelijk voort?
5/7 Een aardappelplant.
Aardappelplanten dichtbij bossen worden soms vernield door wilde zwijnen. Deze dieren wroeten in de grond op zoek naar aardappels.
Zijn wilde zwijnen consumenten, producenten of reducenten?
6/7 Een aardappelplant.
In een aardappelplant vindt fotosynthese plaats. De plant neemt stoffen op die bij de fotosynthese worden verbruikt. Enkele delen van een aardappelplant zijn: bastvaten, huidmondjes en wortels.
Welke van deze delen hebben een functie bij het opnemen van stoffen die bij de fotosynthese worden verbruikt?
7/7 Een aardappelplant.
Voor Nederland bestaat een koolstofkringloop.
Maken aardappelplanten deel uit van deze koolstofkringloop?
Maken mensen deel uit van deze koolstofkringloop?
afbeelding
1/8 Een aardappelplant.
Zie figuur B 1396 van de bijlage.
De afbeelding geeft een aardappelplant weer.
Is een aardappel een bol, een knol of een vrucht?
afbeelding