Oefentoets Biologie: Spijsvertering - Spijsvertering | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4

Deze oefentoets bevat 15 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

15

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Spijsvertering

Spijsverteringsenzymen.

Waar in het darmkanaal worden zowel koolhydraatverterende als eiwitverterende enzymen door de mens geproduceerd en aan het voedsel toegevoegd?

Spijsvertering

Spijsvertering.
Zie figuur B 2497 van de bijlage.

Eiwitsplitsende enzymen zijn werkzaam in

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Spijsvertering.
Zie figuur B 2497 van de bijlage.

Eiwitsplitsende enzymen worden gemaakt in

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Eiwitvertering.

Vier reageerbuizen (1 t/m 4) bevatten:
afbeeldingafbeelding

De temperatuur van de oplossingen wordt op 37°C gehouden.

In welke reageerbuizen vindt vertering van eiwitten plaats?

Spijsvertering

Spijsvertering.

Op verschillende plaatsen in het spijsverteringsstelsel van de mens worden voedingsstoffen door enzymen verteerd en vanuit dit stelsel in het bloed opgenomen.

Waar in dit stelsel vindt voornamelijk vertering van eiwitten plaats en waar de opname van de verteerde producten?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Insuline.

Insuline is een eiwit.
Veel patiënten met suikerziekte hebben een zodanig gebrek aan insuline dat dit toegediend moet worden.
Zij krijgen dit dan ingespoten in de bloedbaan.

Als insuline via het spijsverteringskanaal zou worden ingenomen, zou het door vertering zijn werking verliezen.
Dit zou gebeuren in de

Spijsvertering

Spijsvertering.

Hieronder worden spijsverteringsklieren van de mens genoemd:

1. alvleesklier,
2. darmsapklieren,
3. maagsapklieren,
4. speekselklieren.

Welke van deze klieren maken enzymen voor de vertering van eiwitten?

Spijsvertering

Spijsvertering.

Waar in het spijsverteringskanaal van de mens begint de vertering van eiwitten?

Spijsvertering

Spijsvertering.

Anna eet een boterham met een gebakken ei.
Hieronder volgt een tweetal beweringen over de spijsvertering van Anna.

I. In haar maag worden enkele stoffen uit het ei verteerd.
II. In haar dunne darm worden enkele stoffen uit het ei verteerd.

Spijsvertering

Eiwitvertering.

Hieronder staan de resultaten van de in bekerglazen uitgevoerde experimenten 1 t/m 4.
afbeeldingafbeelding

Welke conclusie met betrekking tot de eiwitsplitsing kan uit deze 2 uur durende experimenten getrokken worden?




-

Spijsvertering

Spijsvertering.

Bij een practicum voegt iemand steeds in een reageerbuis twee stoffen bij elkaar:

in buis 1 eiwit en gal,
in buis 2 eiwit en maagsap,
in buis 3 gal en zetmeel,
in buis 4 maagsap en zetmeel.

In welke buis treedt vertering op?

Spijsvertering

Spijsvertering.

In het maagsap van de mens bevindt zich een enzym voor de vertering van

Spijsvertering

Moedermelk.

Voor welk van de bestanddelen van deze melksoorten geldt: hoe hoger het gehalte hoe korter de ontwikkelingstijd?

Spijsvertering

Eiwitvertering.

Bij een proef worden vier reageerbuizen als volgt gevuld:

buis 1: eiwitten, water en speeksel;
buis 2: eiwitten, water en maagsap;
buis 3: eiwitten, water en gal;
buis 4: eiwitten, water en alvleessap.

In welke buizen worden eiwitten verteerd?

Spijsvertering

Practicum over eiwitvertering.

Bij een practicum over eiwitvertering worden vier proeven uitgevoerd. In vier bekerglazen wordt 10 gram eiwit met andere stoffen samengevoegd.
In de tabel hieronder staan deze proeven schematisch beschreven.

afbeeldingafbeelding

Uit deze proeven kan worden geconcludeerd dat eiwit alleen wordt verteerd als er eiwitverterend enzym is.

Welke twee andere conclusies kunnen uit de resultaten van de vier proeven worden getrokken?




-