Oefentoets Biologie: Gedrag - Agressie | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4

Deze oefentoets bevat 13 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

13

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Gedrag

Territoriumgedrag.
Zie figuur A 842 van de bijlage.

Professor Tinbergen heeft proeven gedaan waarbij hij het territoriumgedrag van stekelbaarsjes onderzocht. Hij maakte modellen en keek vervolgens of stekelbaarsmannetjes tegen deze modellen dreiggedrag vertoonden of niet.
In de afbeelding is voor de verschillende modellen die bij de proeven werden gebruikt, aangegeven wat de resultaten waren.
Naar aanleiding van dit experiment worden de volgende conclusies overwogen.

1. Dit stekelbaarsmannetje kan alleen de kleur rood waarnemen.
2. Het rood aan de onderkant van de modellen wekt bij dit stekelbaarsmannetje dreiggedrag op.
3. De vorm van de gebruikte modellen speelt geen rol bij het opwekken van dreiggedrag bij dit stekelbaarsmannetje.

Welke van deze conclusie kan of welke conclusies kunnen uit de resultaten van het experiment worden afgeleid?

afbeeldingafbeelding

Gedrag

Roodborstje fluit.

Een roodborstmannetje zit te fluiten bij zijn nest. Hiermee geeft het dier zijn territorium aan. Plotseling verandert het roodborstmannetje zijn gedrag. Het wijsje dat hij fluit verandert en het roodborstmannetje neemt een dreighouding aan.

Wat kan de oorzaak zijn van de gedragsverandering?

Gedrag

Dreigen.
Zie figuur A 426 van de bijlage.

Professor Tinbergen heeft proeven gedaan waarbij hij het territoriumgedrag van stekelbaarsjes onderzocht. Hij maakte modellen en keek vervolgens of stekelbaarsmannetjes tegen deze modellen dreiggedrag vertoonden of niet.

In de afbeelding is voor de verschillende modellen die bij de proeven werden gebruikt, aangegeven wat de resultaten waren.

Wat is volgens de resultaten van deze proeven de prikkel waarop stekelbaarsmannetjes reageren met dreiggedrag?

afbeeldingafbeelding

Gedrag

1/2 Leeuwengedrag.
Zie figuur A 583 van de bijlage.

In de afbeelding is een leeuw weergegeven in een karakteristieke houding die alleen aangenomen wordt tegenover welpen. In vrijwel alle gevallen wordt dit gedrag gevolgd door speelgedrag, waarbij de leeuw de welp met ingetrokken klauwen slaat.

Wat is de sleutelprikkel voor de welp tot het speelgedrag?

afbeeldingafbeelding

Gedrag

1/3 Vechtende varkens.

Wilde varkens leven in groepen. Binnen die groepen bestaat een bepaalde rangorde. Deze rangorde wordt onder andere bepaald door te vechten, waarbij veel gebeten en geduwd wordt. Zulk gedrag komt ook voor bij tamme varkens als ze in een groep bij elkaar gezet worden.
Om dit gedrag te onderzoeken, zet een wetenschapper twee varkens bij elkaar.
Hij noteert gedurende enkele uren welke gedragingen de dieren vertonen. Naar aanleiding hiervan bepaalt hij welk dier het hoogst in de rangorde staat. Dit dier noemt hij de ‘winnaar', het andere varken de ‘verliezer'.
In de tabel is een deel van de resultaten weergegeven.

afbeeldingafbeelding

Uit de resultaten blijkt dat het vechten voor een groot deel uit bijtgedrag bestond. Hierbij is het vooral de ‘winnaar' die in een oor van de ‘verliezer' bijt.

Voor hoeveel procent bestaat het bijtgedrag van de 'winnaar' uit het gedragselement ob? Leg je antwoord uit met een berekening.

Gedrag

3/3 Vechtende varkens.

Het vechtgedrag van varkens in een fokkerij levert regelmatig problemen op. Men vermoedt dat door een verandering van de leefomgeving, bijvoorbeeld door veel stro in de hokken te leggen, het vechtgedrag zou kunnen verminderen.

Schrijf een werkplan op waarmee dit onderzocht kan worden.

Gedrag

1/6 Doodpikgedrag.

DOODPIKKEN ZIT IN DE GENEN.

Kippenfokkers hebben door selectie in één generatie de sterfte door kannibalisme bij legkippen met eenderde verminderd. Dat lukte door de genetische veranderingen niet per kip, maar in een groep kippen te bestuderen.

Wageningse onderzoekers ontdekten dat sociale vaardigheid bij kippen grotendeels genetisch is bepaald. Dat opende de weg om een kip te fokken die vriendelijker is voor soortgenoten. Daarmee zou er een einde kunnen komen aan het verenpikken dat een serieus probleem is in de pluimveehouderij. Zonder maatregelen - zoals het wegbranden van de snavelpunt - pikken sommige vogels elkaar letterlijk dood.[...]
Pieter Bijma van Wageningen Universiteit, legt uit dat hij en zijn collega's nu een stap verder gaan in het onderzoek door niet te kijken naar het individuele dier maar naar de populatie als geheel.
Dat kan heel goed, want sociaal gedrag is per definitie van invloed op anderen, zegt Bijma. Tweederde van de totale erfelijke aanleg van sociaal gedrag wordt zichtbaar voor de hokgenoten. Dat biedt grote voordelen, aldus Bijma. Wij bekijken het effect van sociaal gedrag op hokgenoten, dat is veel makkelijker dan het individuele gedrag van een legkip bestuderen. Het gaat om het eindresultaat, en omdat we met grote aantallen werken, kunnen we dat meteen met een statistische methode wegen. In het onderzoek keken de Wageningers bijvoorbeeld niet naar het gedrag van de kip, maar alleen naar de totale voortijdige sterfte.
In het eerste experiment bleek de methode uiterst succesvol. De sterfte nam in één generatie al met eenderde af. Dat is voor fokkerijbegrippen heel veel.[...]
De vermindering van agressie door selectieve fok komt zeker ten goede aan het welzijn en de gezondheid van de legkippen. Met lieve kippen hebben pluimveehouders ook minder uitval.
Bijma verwacht dat goede resultaten kunnen worden bereikt in de varkensfokkerij, waar sociaal gedrag van dieren ook een grote rol speelt. Het genetische model van Bijma heeft overigens een bredere geldigheid. Het is niet alleen van toepassing in de veeteelt, maar ook in natuurlijke dierenpopulaties en zelfs bij planten. Bij die laatste gaat het natuurlijk niet om de invloed van sociaal gedrag, maar wel over hoe naburige planten elkaar beïnvloeden.[...]

(NRC-Handelsblad, 1 februari 2007)

Gedrag

2/6 Doodpikgedrag.

Wat wordt verstaan onder 'sociaal gedrag'?

Gedrag

3/6 Doodpikgedrag.

Wat wilden de onderzoekers met dit onderzoek bereiken?

Gedrag

4/6 Doodpikgedrag.

Waarom werd in het onderzoek niet gelet op het sociale gedrag van individuele kippen?

Gedrag

5/6 Doodpikgedrag.

Waarom worden in het artikel ook varkens ter sprake gebracht?

Gedrag

6/6 Doodpikgedrag.

Is het ter sprake brengen van planten terecht?