Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
In de tekst wordt als nadeel voor het milieu het uitroeien van andere dieren zoals de natuurlijke vijanden van de mug genoemd.
Leg uit waardoor ook andere dieren worden uitgeroeid, hoewel ze niet rechtstreeks worden bespoten met de bestrijdingsmiddelen.
Ziekten
3/4 De bestrijding van malaria. Zie figuur A 693 van de bijlage.
Malaria is een ziekte, die gepaard gaat met aanvallen van hoge koorts. Koorts is hier een lichaamstemperatuur boven de 37 graden Celsius. Bij een malariapatiënt is gedurende 24 uur om de vier uur de lichaamstemperatuur gemeten. In de tabel hieronder staan de gegevens vermeld. afbeelding In de figuur A 693 staat een assenstelsel.
Zet hierin de gegevens uit de tabel uit in een lijndiagram. Maak voor het diagram zo goed mogelijk gebruik van het assenstelsel.
afbeelding
Ziekten
4/4 De bestrijding van malaria.
Leid uit het diagram af hoe lang de koortsaanval bij de patiënt die dag duurde. Deze duurde [invulveld] uur
Ziekten
1/5 Malaria. Zie figuur B 3599 en figuur B 3600 van de bijlage.
Malaria is een ziekte die wordt veroorzaakt door een ééncellig diertje. Het diertje leeft in malariamuggen. Er bestaan verschillende soorten malariamuggen. In de afbeelding is een soort malariamug weergegeven.
Welk van afgebeelde figuren stelt een ééncellig diertje voor.
afbeeldingafbeelding
Ziekten
2/5 Malaria.
De mug voedt zich met bloed. De mug steekt de steeksnuit in de huid en spuit eerst wat speeksel in het wondje. In het speeksel zit een stof die het stollen van het bloed tegengaat.
Welke bloeddeeltjes spelen een rol bij de bloedstolling?
Ziekten
3/5 Malaria. Zie figuur A 833 van de bijlage.
Als een mug een mens steekt, komt het ééncellig diertje in het lichaam. Het diertje komt via het bloed in de lever. In de levercellen vermeerdert het diertje zich. De levercellen sterven en duizenden diertjes komen vrij.
Iemand wordt op plaats P door een besmette malariamug gestoken. De ééncellige diertjes worden door het bloed naar de lever gevoerd.
Geef met een duidelijke lijn in de tekening van figuur A 833 de kortste weg van het bloed van plaats P naar de lever aan.
afbeelding
Ziekten
4/5 Malaria.
Als de ééncellige diertjes uit de levercellen vrij komen, dringen ze rode bloedcellen binnen. Ze stromen zo mee met het bloed. Via een besmet mens komen de ééncellige diertjes weer in muggen terecht.
Leg uit op welke manier een ééncellig diertje uit het bloed van een mens in een malariamug terechtkomt.
Ziekten
5/5 Malaria. Zie figuur B 3601 van de bijlage.
Een manier om malaria te bestrijden is het droogleggen van moerassen. In de afbeelding is de levensloop van een malariamug weergegeven.
Leg met behulp van de afbeelding B 3601 uit dat malaria bestreden kan worden door moerassen droog te leggen.
afbeelding
Ziekten
1/2 Een virus.
Er bestaan verschillende virussen die verkoudheid veroorzaken. Eén van deze virussen wordt het RS-virus genoemd. Elk jaar worden in Nederland zo'n 100.000 baby's ziek door een infectie met dit virus. Van de zieke baby's komen er gemiddeld 2000 in het ziekenhuis terecht. Tien procent daarvan is zo ernstig ziek dat behandeling op een afdeling met intensive care nodig is.
Hoeveel baby's komen, volgens de informatie, gemiddeld per jaar op een afdeling voor intensive care terecht als gevolg van een infectie met het RS-virus? Het aantal baby's is: [invulveld]
Ziekten
2/2 Een virus.
Vooral te vroeg geboren baby's kunnen ernstig ziek worden door een infectie met het RS-virus. Deze baby's hebben niet voldoende antistoffen van de moeder meegekregen. Men onderzoekt of te vroeg geboren baby's tegen een infectie met het virus beschermd kunnen worden door toediening van antistoffen.
Is zo'n behandeling van baby's met antistoffen tegen het RS-virus actieve of passieve immunisatie? Leg je antwoord uit.
Ziekten
1/2 Griep.
Griep wordt veroorzaakt door een virus. Als iemand die griep heeft, hoest of niest, kunnen er vochtdruppeltjes met daarin het griepvirus in de lucht komen. Door het inademen van zulke druppeltjes treedt besmetting met het griepvirus op.
Treedt besmetting sneller op bij het inademen door de mond of bij het inademen door de neus? Of maakt het geen verschil?
Ziekten
2/2 Griep.
Als het griepvirus het lichaam binnengedrongen is, duurt het enige tijd voordat ziekteverschijnselen optreden. De verschijnselen zijn onder andere hoge koorts, spierpijn en hoofdpijn. Deze zijn het gevolg van de reacties van het lichaam op het binnengedrongen virus. Eén van de reacties is het produceren van antistoffen.
Welke bloeddeeltjes produceren antistoffen?
Ziekten
1/2 Griepepidemie.
Wetenschappers spreken van een griepepidemie als van elke 10.000 mensen er minstens 15 griep hebben. In de tabel is het aantal inwoners van de verschillende provincies weergegeven. afbeelding
Hoeveel grieppatiënten zijn er in Zeeland als er daar een griepepidemie is?
-
Ziekten
2/2 Griepepidemie. Zie figuur B 3232 van de bijlage.
Iemand met griep heeft vaak koorts. We spreken van koorts als de lichaamstemperatuur hoger dan 38°C is. In de afbeelding is per dag de hoogste lichaamstemperatuur van een grieppatiënt weergegeven.
Op welke dagen had deze patiënt koorts?
afbeelding
Ziekten
1/4 Infecties. Zie figuur B 3116 van de bijlage.
Soms veroorzaken infecties met bacteriën ernstige ziekten. In de afbeelding zijn drie typen cellen weergegeven.
Welke letter geeft bacteriecellen weer? De letter [invulveld]
afbeelding
Ziekten
2/4 Infecties.
Bacteriën worden in het verteringskanaal gedood.
In welk deel van het verteringskanaal worden de meeste bacteriën gedood? In de [invulveld]
Ziekten
4/4 Infecties.
Heeft een ernstige nierbeschadiging gevolgen voor de hoeveelheid afvalstoffen in het bloed?
Ziekten
1/4 Infectieziekten.
Op een internetsite van de GGD is de volgende tekst te lezen. 1. Infectieziekten zijn besmettelijke ziekten die kunnen ontstaan nadat ziekteverwekkers, meestal micro-organismen, het lichaam zijn binnengedrongen. 2. Ziekteverwekkers kunnen niet zomaar het lichaam binnendringen. Ze worden onder andere tegengehouden door de huid of door de slijmvliezen. Lukt het om toch binnen te dringen, dan wil dat nog niet zeggen dat je ook ziek wordt. 3. Na een infectie zetten afweercellen en antistoffen de aanval tegen de binnendringers in. Het duurt enige tijd voordat zo'n afweerreactie van het lichaam goed op gang komt. Gedurende deze periode vermenigvuldigen de ziekmakende organismen zich wel, maar er zijn er dan nog te weinig om je ziek te maken. De tijd tussen de besmetting en de eerste ziekteverschijnselen wordt de incubatietijd genoemd. 4. Na genezing is er meestal een periode waarin je de ziekte niet opnieuw kunt krijgen. Dit wordt natuurlijke immuniteit genoemd. Door vaccinatie kan voor verschillende ziektes een kunstmatige immuniteit worden opgebouwd.
In alinea 1 wordt gesproken over micro-organismen.
Noem twee groepen micro-organismen die ziekten kunnen veroorzaken.
Ziekten
2/4 Infectieziekten.
2. Ziekteverwekkers kunnen niet zomaar het lichaam binnendringen. Ze worden onder andere tegengehouden door de huid of door de slijmvliezen. Lukt het om toch binnen te dringen, dan wil dat nog niet zeggen dat je ook ziek wordt.
In alinea 2 staat dat slijmvliezen ziekteverwekkers tegenhouden. Dit geldt onder andere voor de slijmvliezen van het verteringskanaal. Ziekteverwekkers worden in het verteringskanaal ook onschadelijk gemaakt door stoffen in verteringssappen.
Noem twee verteringssappen die stoffen bevatten die ziekteverwekkers doden.