Oefentoets Biologie: Ziekten - algemeen | VWO 4/VWO 5/VWO 6

Deze digitale toets over moderne diagnostiek en infectieziekten richt zich op studenten in de gezondheidszorg en behandelt onderwerpen zoals MRI-scans, angiografie, en de impact van virussen en bacteriën op de menselijke gezondheid. Test je kennis en begrip van deze belangrijke medische thema's. - 28 vragen

Aantal vragen

28

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Centra van het zenuwstelsel in MRI

1/2 Moderne diagnostiek.
Zie figuur B 4720 van de bijlage.

In de moderne diagnostiek zijn MRI-scans niet meer weg te denken.
In de afbeelding is een MRI-scan van het hoofd weergegeven. Het is een midsagittale uitsnede: een doorsnede precies door het midden van het hoofd.

Drie onderdelen van het centrale zenuwstelsel zijn genummerd.

In welk of in welke van de genummerde onderdelen zijn vooral centra van het animale zenuwstelsel aan te treffen?
In welk of in welke van de genummerde onderdelen zijn vooral centra van het autonome zenuwstelsel aan te treffen?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Locatie van de vaatkatheter bij angiografie

2/2 Moderne diagnostiek.
Zie figuur B 4721 van de bijlage.

Om bloedvaten zichtbaar te maken wordt soms ‘angiografie' toegepast. Onder röntgendoorlichting wordt een soepel slangetje, een vaatkatheter, in de bloedbaan gebracht tot vlak voor of in het bloedvat dat men wil afbeelden.
Een kleine hoeveelheid contrastvloeistof wordt dan via deze vaatkatheter ingespoten, waarna direct röntgenopnamen worden gemaakt.
In de afbeelding is het angiogram van de rechter halsslagader weergegeven. De halsslagader splitst zich hier in twee takken.

Drie plaatsen in het bloedvatstelsel zijn:

1. een beenslagader;
2. een beenader;
3. de rechter halsader.

Op welke van deze plaatsen is de vaatkatheter in de bloedbaan geschoven om het angiogram van de afbeelding te maken?

-

afbeeldingafbeelding

Bofuitbraak en immuniteit in Nederland

Bofuitbraak in Nederland.

Enige tijd geleden was de bof in het nieuws. Er was een kleine uitbraak van deze zeer besmettelijke ziekte. In 0,4 tot 1% van de gevallen leidt de bof tot hersenvliesontsteking. Voor de bof bestaat geen behandeling.

Waardoor is er in Nederland geen landelijke epidemie uitgebroken?

Cholera-epidemie en overstromingen

Een cholera-epidemie.

Als de Ganges en de Brahmaputra buiten hun oevers treden en overstromingen veroorzaken, treedt vaak een cholera-epidemie op.
De volgende verklaringen worden bedacht:

1. De resistentie van de mensen neemt af.
2. De cholerabacterie wordt sterker ziekteverwekkend.
3. Er komen meer bacteriesporen tot ontwikkeling door de hogere vochtigheidsgraad.
4. De bacteriën bereiken potentiële slachtoffers gemakkelijker.

Welk van deze verklaringen is of welke zijn juist?

Virusziekten en hun veroorzakers

Virusziekten.

Welke van de volgende ziekten worden alle door virussen veroorzaakt?

Bacteriële ziekten herkennen

Bacterieziekten.

Welke van de volgende ziekten worden alle door bacteriën veroorzaakt?

Tungiasis: Infectie door zandvlo

1/4 Tungiasis.

Tungiasis is een ontstekingsreactie van de huid, die veroorzaakt wordt door het binnendringen van een bevruchte vrouwelijke zandvlo (Tunga penetrans). Tungiasis werd voor het eerst gerapporteerd onder de bemanning van Columbus in 1492 op Haïti.
De ziekte komt o.a. voor in Suriname, waar de vlo sika wordt genoemd. De volwassen zandvlo is roodbruin. Het mannetje is ongeveer 0,5 mm lang. Het vrouwtje is groter, ongeveer 1 mm. De vlooien leven bij voorkeur op een warme, droge, schaduwrijke en zanderige bodem, in stoffige, slecht verzorgde hutten, veestallen en andere dierbehuizingen. Het bevruchte vrouwtje probeert zich in de huid van mens of dier in te graven. Ze heeft geen speciale graaforganen, maar boort zich snel, meestal binnen 5 min, in de huid. Na de huid binnengekomen te zijn, vergroot ze zich door het opzuigen van bloed en door de zich ontwikkelende eieren. Als haar achterlijf zwelt, kan ze een afmeting van één centimeter bereiken. De opperhuid omgeeft de gehele vlo, behalve de kop, die in de lederhuid doordringt. De achterste segmenten van het achterlijf blijven door een gat in de hoornlaag verbinding houden met de buitenwereld. Nadat de eieren naar buiten gebracht zijn, sterft het vrouwtje, verschrompelt en wordt uitgestoten.

Zie volgende scherm

Prikkels voor het ingraven van zandvlo

2/4 Tungiasis.
Zie figuur B 5485 van de bijlage.

Welke prikkel stimuleert de vrouwelijke zandvlo (zie afbeelding) tot het zich ingraven in de menselijke huid?

een prikkel

afbeeldingafbeelding

Pijnlijke ontsteking door Tungiasis

3/4 Tungiasis.
Zie figuur B 5486 en figuur B 5487 van de bijlage.

Leg met behulp van de gegeven informatie uit dat deze ontsteking (zie afbeeldingen hiernaast) heel pijnlijk kan zijn.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Functie van de positie van de vlo

4/4 Tungiasis.

Leg uit dat de beschreven positie, met de kop in de lederhuid en het achterlijf naar buiten stekend, functioneel is voor de vlo.

Oorzaken van toename astma in Papoea Nieuw Guinea

Astma.

In Papoea Nieuw Guinea komt nu veertig keer meer astma voor dan tien jaar geleden.

Wat is de oorzaak?

Dodelijke ziekten in Europa en Noord-Amerika

Dodelijke ziekte.

Welke ziekte(n) heeft / hebben sinds 1800 de meeste dodelijke offers gemaakt onder de bevolking van Europa en Noord-Amerika?

Syndroom van Goodpasture en antilichamen

Syndroom van Goodpasture.

Bij een aantal patiënten met nieraandoeningen zijn antilichamen (antistoffen) gevonden die gericht zijn tegen het basaalmembraan van de glomeruli. Deze antilichamen worden in het lichaam van de nierpatiënt gevormd. Als gevolg van de immunologische reactie treedt ernstige beschadiging van de glomeruli op. Het ziektebeeld dat hierdoor ontstaat wordt het syndroom van Goodpasture genoemd.
Over een patiënt die aan het syndroom van Goodpasture lijdt, worden de volgende beweringen gedaan:

1. Het basaalmembraan van de glomeruli heeft een werking als antigeen.
2. De antilichamen worden in het basaalmembraan van de glomeruli gevormd.
3. De vorming van de antilichamen kan na transplantatie van beide nieren tot stilstand komen.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

Keuze van entstof voor de griepprik

Griepprik.
Zie figuur B 5507 van de bijlage.

Het Nederlands Huisartsen Genootschap verstrekt jaarlijks middels de folder "De Griepprik" informatie over de inenting tegen griep.
Een deel van deze informatie is in onderstaande tekst opgenomen.

"Elk jaar krijgt één op de tien mensen griep (influenza). Deze "echte"griep wordt veroorzaakt door het influenzavirus. Het is een besmettelijk virus dat zich snel kan verspreiden.
Als u een griepprik heeft gehad, is de kans dat u griep krijgt veel kleiner.
Als u een griepprik krijgt, reageert uw lichaam door afweerstoffen te maken tegen het virus…"

Bij de griepprik wordt door een verpleegkundige een hoeveelheid entstof in het lichaam ingespoten wat bestaat uit één deel of bepaalde delen van het influenzavirus.
Als entstof kun je kiezen voor:

1. manteleiwit
2. RNA

Welke van deze twee stoffen komt alleen of in combinatie als entstof in aanmerking?

-

afbeeldingafbeelding

Anthony van Leeuwenhoek en zijn onderzoek eeuw

2/6 Onderzoek naar deficiëntie en infectie.

Dr. J. Eijkman is dan wel de eerste hoogleraar microbiologie in Utrecht geweest, maar 'de vader van microbiologie' in Nederland is toch wel Anthony van Leeuwenhoek. Hij heeft als eerste bacteriën waargenomen en getekend.

In welke eeuw begon Anthony van Leeuwenhoek zijn onderzoek?

In de eeuw.

Relatie tussen Staphylococcus aureus en de mens

3/6 Onderzoek naar deficiëntie en infectie.

Welke biologische term past op grond van de tekst bij de normale relatie tussen de bacteriesoort Staphylococcus aureus en een gezonde mens?

Maximale resorptiecapaciteit van glucose

Diabetes.
Zie figuur B 5509 van de bijlage.

De hoeveelheid glucose die per minuut in de voorurine terechtkomt, is onder meer afhankelijk van het glucosegehalte van het bloed. Dit verband is in de afbeelding hiernaast weergegeven.
Bij een bepaalde patiënt met diabetes bedraagt het glucosegehalte van het bloed 3 mg per mL. Per minuut wordt bij deze patiënt 200 mg glucose in de urine doorgelaten.

Hoe groot is de maximale resorptiecapaciteit voor glucose in mg per minuut bij deze patiënt?

Die capaciteit is [invulveld] mg/min.

afbeeldingafbeelding

BSE en de ziekte van Creutzfeldt-Jacob

BSE.

Koeien kunnen BSE (Bovine Spongine Encephalitis) krijgen. Bij deze ziekte verdwijnt hersenweefsel, zodat de hersenen het uiterlijk van een spons krijgen. Volgens Stanley Prusiner kan van bepaalde eiwitten op het oppervlak van de zenuwcel de conformatie (de secundaire structuur) veranderd worden, als ze in contact komen met een ‘fout’ eiwit. Hierdoor ontstaat op zo’n cel een domino-effect, waarbij alle eiwitten in de cel de ‘foute’ conformatie aannemen.
Door het eten van met BSE besmet vlees kunnen ‘foute’ eiwitten (= prionen) tegen ‘goede’ aan komen te liggen en dit domino-effect veroorzaken. Nadat de cellen deze prionen hebben opgenomen in lysosomen, lukt het niet om ze te vernietigen. De prionen hopen zich op en de cel sterft. Deze beschrijving van de besmetting en het ziekteverloop noemt men de Prusiner-hypothese.
De vorm van BSE die bij mensen voorkomt, heet de ziekte van Creutzfeldt-Jacob.
Drie beweringen over het ontstaan van deze vorm van de ziekte van Creutzfeldt-Jacob zijn:
1 Mensen kunnen deze ziekte krijgen als zij worden besmet met alleen DNA uit hersenweefsel van een koe met BSE.
2 Mensen kunnen deze ziekte krijgen als zij worden besmet met alleen eiwit uit hersenweefsel van een koe met BSE.
3 Mensen kunnen deze ziekte krijgen als zij worden besmet met de combinatie van DNA en eiwit uit hersenweefsel van een koe met BSE.

Welk van deze beweringen is of welke zijn juist?

Prionziektes en hun kenmerken

Prionziektes.

Prionziektes worden gekenmerkt door

Verschillen tussen A1- en A6-allel van PrP

1/3 Scrapie.

Scrapie is een prionziekte, die schapen treft. Het ziekteverloop lijkt op dat van gekke koeienziekte bij vee. Enkele schapenrassen hebben meer weerstand tegen scrapie dan andere. De weerstand is gerelateerd aan het prioneiwit (PrP ) van het schaap. Van dit eiwit varieert de aminozuursamenstelling van ras tot ras, afhankelijk van de aanwezige allelen (zie afbeelding hieronder).

afbeeldingafbeelding

Welke verschillen in het gen voor PrP onderscheiden het A1 -allel van het A6 -allel?

Genotypen in Scrapie-kruisingen

2/3 Scrapie.

afbeeldingafbeelding

Welke genotypen vind je in de F2 als je een A1 A1 -ram paart met een A6 A6 -ooi?
Maak het kruisingsschema.

Kwetsbaarheid voor scrapie bij schapenrassen

3/3 Scrapie.

Verschillen in genotypenfrequentie bij drie schapenrassen staan in de afbeelding hieronder.

afbeeldingafbeelding

Welk ras is het meest kwetsbaar voor scrapie?

Dat is .

Prionziekten en hun oorzaken

Prion.

Bij welke van de onderstaande ziektes is de oorzaak een prion?

Veroudering en de dood van cellen

Doodgaan.
Zie figuur B 5520 van de bijlage.

De cellen in ons lichaam vernieuwen zich eens in de zeven jaar.
Toch gaan we op den duur dood.

Hoe kan dat?

afbeeldingafbeelding

Allergische reactie op Aspergillus fumigatus

Astmaschimmels.
Zie figuur B 5524 van de bijlage.

De eencellige schimmel Aspergillus fumigatus is berucht vanwege de allergene werking bij astmapatiënten.
Mieke is overgevoelig voor Aspergillus fumigatuss. Als ze in aanraking komt met de schimmel krijgt ze het benauwd.

Welk type cel zal bij Mieke de allergische reactie, door de aanwezigheid van schimmel Aspergillus fumigatus, in gang zetten?

Dat is de .

afbeeldingafbeelding

Eigenschappen van probiotica en werkzaamheid

Probiotica.

Men onderzocht enige tijd geleden bij zwaar zieke patiënten of probiotica een gunstig effect zouden hebben. Er bleken echter onverwacht meer sterfgevallen. Een probioticum kan worden gedefinieerd als "een levend microbiologisch voedingssupplement, dat de gezondheid van de gastheer mogelijk bevordert door het microbiële evenwicht in de darm te verbeteren." Met darm wordt bedoeld het darmgedeelte voorbij de maag. Waarschijnlijk waren de toegediende probiotica vrijwel zeker de oorzaak zijn van de extra sterfgevallen.

Welke van de volgende eigenschappen van probiotica verhoogt de kans op werkzaamheid in de darm?

Dat is dat probiotica zijn.

Mutaties van HIV en vaccinatie-uitdagingen

2/2 Vaccinatie tegen aids?

Een van de oorzaken waardoor het niet lukte een werkzaam vaccin te produceren, was gelegen in de hoge mutatiesnelheid van het HIV.

Waardoor zijn mutaties van het HIV er een oorzaak van dat een anti-HIV-vaccin, zoals dat vroeger werd bereid, geen goede bescherming kan bieden?

Eigenschappen van de A2JM-bacterie

Mondbacteriën.

Nooit meer gaatjes
De mondholte bevat honderden soorten bacteriën, vooral in de tandplaque. In een net gepoetste mond blijft het aantal bacteriën beperkt tot enkele miljoenen exemplaren, maar het kan oplopen tot een miljard. De meeste bacteriesoorten zijn goedaardig, maar sommige veroorzaken cariës (tandbederf). Streptococcus mutans is verantwoordelijk voor het gros van de gaatjes. Deze bacterie zet op en tussen de tanden sacharose om in melkzuur. Elke mens heeft zijn eigen stam van deze bacterie en draagt die levenslang mee.
Kinderen krijgen de mondbacterie tussen hun tweede en vierde jaar, meestal via hun moeder.
Cariës kan voor een belangrijk deel voorkomen worden door S. mutans in de mondholte te vervangen door een mutant die geen melkzuur maakt. Het onderzoek van Hillman bestond uit drie stappen. Eerst werd met behulp van biotechnologie een S. mutans-stam gemaakt, de A2JM-stam die in plaats van melkzuur, ethanol produceert. Daartoe werd een gen ingebouwd afkomstig van de ethanol-producerende bacterie Zymomonas mobilis.
De tweede stap was het zoeken naar een A2JM-bacterie die in staat is om de cari sbacteriën te verdringen.
Honderden generaties later werd een A2JM-stam gevonden die de gewone S. mutans verdringt door het uitscheiden van een antibioticum.
Als laatste stap voordat onderzoek op de mens kon beginnen, werd de werking van de A2JM-bacteriën bij ratten onderzocht.

De A2JM-bacteriën kunnen eenmalig in de vorm van een mondwater aan mensen worden toegediend om cariës te voorkomen. Om geschikt te zijn voor deze therapie moet de A2JM-stam voldoen aan bepaalde voorwaarden.
Een aantal eigenschappen van de A2JM-stam is vastgesteld in stap 1 en stap 2 van het onderzoek van Hillman (zie de inleidende tekst hierboven).
Vervolgens is de werking bij ratten onderzocht.

Noem twee andere specifieke eigenschappen van de A2JM-bacterie die bij de ratten onderzocht of vastgesteld moeten worden, voordat de therapie door mensen gebruikt kan worden.