Oefentoets Biologie: Genetica - monohybried | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 4

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Genetica

Planten kruisen.

Twee planten van dezelfde soort met rode bloemen worden gekruist.
Het grote aantal nakomelingen bestaat uit planten met rode bloemen en planten witte bloemen.
Van deze planten met rode bloemen (uit de F1 ) is een deel homozygoot en een ander deel heterozygoot voor de eigenschap bloemkleur.

Welk deel van de planten met rode bloemen (uit de F1 ) is voor deze eigenschap homozygoot?

Genetica

Vliegen kruisen.

Een fruitvlieg met korte borstelharen wordt gekruist met een met lange borstelharen.
Beide dieren zijn homozygoot. De factor voor borstelharen wordt aangegeven met R of r.
De fenotypen en het aantal nakomelingen in de F1 en in de F2 zijn in de tabel aangegeven.
afbeeldingafbeelding

Welk genotype hebben dieren met korte borstelharen in de F1 ?

Genetica

Kippenpoten.

Bij kippen is de factor voor gevederde poten dominant over die voor kale poten.
Een haan met gevederde poten wordt gekruist met een kip met kale poten.
Van de 13 kuikens hebben er 6 gevederde poten en 7 kale poten.

Zijn de kuikens voor deze eigenschap homozygoot of heterozygoot?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Een tweeling.

Een man en een vrouw, beide met bruine ogen, krijgen een eeneiige tweeling.

Zijn deze kinderen van hetzelfde geslacht?
Welke oogkleur kunnen ze hebben?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Oogkleur erven.

Een ouderpaar heeft twee kinderen. Beide kinderen hebben bruine ogen. Het gen voor bruine ogen (B) is dominant over het gen voor blauwe ogen (b).
De volgende genotypen van ouderparen worden genoemd:
afbeeldingafbeelding

Welke van deze genotypen kunnen de ouders van de twee kinderen hebben?

Genetica

Sikkelcelanemie.

Sikkelcelanemie is een erfelijke ziekte die in ons land weinig voorkomt. Het aantal dragers is veel groter dan het aantal patiënten. Dragers zijn personen die het gen voor sikkelcelanemie in hun erfelijk materiaal hebben, maar niet aan de ziekte lijden.
Een vrouw die geen allel voor sikkelcelanemie heeft, verwacht een kind van een man die drager is van dit gen.

Hoe groot is de kans dat het kind sikkelcelanemie heeft?

Genetica

De haarkleur van hamsters.
Zie figuur B 2001 van de bijlage.

De afbeelding geeft een stamboom van een hamsterfamilie weer, waarin de haarkleur van de hamsters is weergegeven.

Hoe groot is de kans dat de derde nakomeling een witte haarkleur heeft?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Haren bij fruitvliegen.

Bij fruitvliegen is het gen voor lange borstelharen dominant over dat voor korte borstelharen.
Twee heterozygote vliegen worden gepaard.

Hoeveel procent van de nakomelingen is waarschijnlijk heterozygoot?

Genetica

Vachtkleur bij schapen.

Bij schapen is het gen voor witte vacht (R) dominant over dat voor zwarte vacht (r).
Een zwart schaap krijgt vier lammeren, waarvan drie met witte vacht en één met zwarte vacht.
De vier lammeren hebben dezelfde vader.

Wat is het genotype van de moeder en wat is het genotype van de vader?

afbeeldingafbeelding

Genetica

De vacht bij cavia's.
Zie figuur B 762 van de bijlage.

Bij cavia's is het gen voor ruig haar dominant over dat voor glad haar.
De dieren 1 en 5 van de stamboom paren.

Hoe groot is de kans dat hun eerste nakomeling ruig haar zal hebben?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Vleugellengtes.

Bij fruitvliegen is het gen voor lange vleugels (E) dominant over dat voor korte vleugels (e).
Leerlingen laten vliegen met de volgende genotypen paren:

1. EE x EE,
2. EE x Ee,
3. Ee x Ee,
4. Ee x ee.

Na iedere paring ontstaan talrijke nakomelingen.

Van welke paring of van welke paringen hebben de nakomelingen allemaal lange vleugels?

Genetica

Honden kruisen.

Bij honden is het gen voor kort haar dominant over dat voor lang haar.
Een langharige teef (vrouwtje) paart met een langharige reu (mannetje).

Hoe groot is de kans dat de eerstgeboren nakomeling kortharig is?

Genetica

Haarkleur bij runderen.

Bij runderen is het gen voor zwarte haarkleur (Q) dominant over het gen voor rode haarkleur (q).

Bij welke van onderstaande ouderparen kunnen uitsluitend zwarte nakomelingen worden verwacht?

Genetica

Verenkleur bij kanaries.

Een kanarie met donkere veren wordt gekruist met een witte kanarie.
Beide dieren zijn homozygoot.
Het gen voor donkere veerkleur is dominant over dat voor witte veerkleur.
Uit de F1 -vogels wordt een F2 -generatie gefokt.

Hoeveel procent van de F2 -vogels zal, naar verwachting, wit zijn?

Genetica

Onvruchtbare muizen.

Twee muizen paren met elkaar. Onder de nakomelingen blijken enkele muizen voor te komen die door een erfelijke afwijking onvruchtbaar zijn.

Wordt de erfelijke afwijking bepaald door een dominant gen of door een recessief gen?
Zijn muizen die voor de betrokken eigenschap heterozygoot zijn vruchtbaar of onvruchtbaar?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Een tweeling.

Bij de mens wordt de oogkleur erfelijk bepaald. Het gen voor bruine ogen is dominant over dat voor blauwe ogen. Uit één bevruchte eicel ontstaat een tweeling: Jan en Piet. Jan heeft blauwe ogen, terwijl beide ouders bruine ogen hebben.

Hoe groot moet de kans worden geacht dat Piet ook blauwe ogen heeft, net als zijn broer Jan?

Genetica

Cavia's kruisen.

Een cavia met zwart haar wordt enkele malen gekruist met dezelfde cavia met wit haar.
Van de talrijke nakomelingen heeft ongeveer 50% wit haar en 50% zwart haar.

Welke van onderstaande conclusies uit deze gegevens is juist?

Genetica

Vleugellengte.

Een onderzoeker bestudeert de overerving van de vleugellengte bij fruitvliegen. Hij voert vier kruisingen uit. Er wordt een tabel gemaakt waarin per kruising staat hoeveel nakomelingen lange vleugels hebben en hoeveel korte vleugels hebben.
Van fruitvliegen is bekend dat het gen voor lange vleugels dominant is over dat voor korte vleugels.
afbeeldingafbeelding

Welke kruising is waarschijnlijk uitgevoerd met ouders die beide heterozygoot zijn?

Genetica

Bruine of blauwe ogen?

Bij de mens is het gen voor bruine oogkleur dominant over dat voor blauwe oogkleur.
Jan heeft bruine ogen. De oogkleur van zijn ouders is niet bekend.
Ria, de vrouw van Jan verwacht een baby. Jan is de aanstaande vader.
Jan zegt dat het kind zeker bruine ogen krijgt. Ria zegt dat dat nog helemaal niet zo zeker is.

Kan Jan heterozygoot zijn voor de eigenschap oogkleur?
Wie heeft gelijk omtrent de oogkleur van de baby?

afbeeldingafbeelding

Genetica

Oogkleur bij ouders.

Bij de mens is het gen voor bruine oogkleur dominant over dat voor blauwe oogkleur.
Jan heeft bruine ogen. De oogkleur van zijn ouders is niet bekend.
Ria, de vrouw van Jan, heeft blauwe ogen. De oogkleur van haar ouders is niet bekend.

Kan één van de ouders van Jan blauwe ogen hebben?
Kan één van de ouders van Ria bruine ogen hebben?

afbeeldingafbeelding