Plantenanatomie
Topmeristeem.
Kunnen in de wortels van een boom zowel de eerstgevormde als de laatstgevormde houtvaten ontstaan zijn uit cellen uit een topmeristeem?
En zowel de eerstgevormde als de laatstgevormde bastvaten?
afbeelding
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VWO 5, VWO 6
NVON
cc-by-sa-40
Topmeristeem.
Kunnen in de wortels van een boom zowel de eerstgevormde als de laatstgevormde houtvaten ontstaan zijn uit cellen uit een topmeristeem?
En zowel de eerstgevormde als de laatstgevormde bastvaten?
afbeelding
Scherpe Boterbloem.
Zie figuur A 72 van de bijlage.
Figuur P stelt een Scherpe Boterbloem voor.
Figuur Q geeft een deel van een doorsnede van één van de aangegeven organen weer.
Van welk orgaan geeft figuur Q een doorsnede weer?
afbeelding
Vorming van een vaatbundel.
In een vaatbundel in de stengel van een eenjarige plant bevinden zich onder andere:
1. bastvaten;
2. vaten met houtstof in de wanden;
3. parenchymcellen (vulweefselcellen).
Bij het ontstaan van welke van deze elementen kan plasmagroei en celstrekking zijn opgetreden?
Bastweefsel.
Zie figuur A 57 van de bijlage.
De tekening stelt een deel voor van een takje van een boom.
Welk nummer geeft de laag aan die bestaat uit bastweefsel?
afbeelding
Een orgaan uit een zaadplant.
Zie figuur A 52 van de bijlage.
De tekening geeft een deel van een dwarsdoorsnede van een orgaan van een zaadplant weer.
Op welk van de aangegeven plaatsen bevindt zich in de celwand cellulose?
afbeelding
Vaatbundel.
Zie de figuren A 307 en B 1495 van de bijlage.
Een leerling maakt een preparaat van een deel van een stengel van een komkommerplant. Hij bekijkt het resultaat onder een microscoop en maakt een tekening zoals is weergegeven in de afbeelding. Hij merkt op dat de vaatbundel anders is gebouwd dan vaatbundels die hij bij andere planten heeft gezien.
Daarom maakt hij een lengtedoorsnede van hetzelfde deel van deze stengel. Onder de microscoop herkent hij naast elkaar in de lengtedoorsnede: parenchym - bast - cambium - hout - cambium - bast - parenchym.
Vier mogelijkheden voor deze lengtedoorsnede zijn aangegeven in de afbeelding.
Op welke wijze heeft hij de lengtedoorsnede gemaakt?
afbeelding
afbeelding
Een stengel.
Zie de figuren B 1684 en A 338 van de bijlage.
De afbeelding geeft schematisch een dwarsdoorsnede weer van een deel van een stengel van een plant met bladgroen. Een gedeelte is met P aangegeven.
In de afbeelding A 338 geven de tekeningen A, B, C en D doorsneden van verschillende plantendelen weer.
Welke van de tekeningen in afbeelding 2 geeft weer wat zich in het met P aangegeven gedeelte in afbeelding 1 bevindt?
afbeelding
afbeelding
Blad van een gras.
Zie figuur B 277 van de bijlage.
Onder bepaalde omstandigheden heeft een blad van een bepaalde soort gras zich opgerold. De tekening stelt een dwarsdoorsnede van een opgerold blad voor.
Wat wordt door dit oprollen voorkomen?
afbeelding
Bladbouw van den en eik.
Zie figuur B 296 van de bijlage.
Bij een den liggen de huidmondjes verzonken in het blad; bij een beuk niet (zie de figuren, waarbij de vergroting is aangegeven).
Het aantal huidmondjes per mm2
bladoppervlak is bij de den kleiner dan bij de beuk.
De verdamping van water bij de den wordt vergeleken met die bij de beuk onder dezelfde omstandigheden.
De volgende uitspraken worden gedaan:
I. De diffusie van waterdamp door een huidmondje verloopt bij de den langzamer dan bij de beuk.
II. de hoeveelheid water die verdampt, is bij de den per mm2
bladoppervlak kleiner dan bij de beuk.
afbeelding
Een waslaag.
Zie figuur B 63 van de bijlage.
De tekeningen Q, R en S geven doorsneden van organen van een bepaalde plant weer.
Op welk of op welke van de organen bevindt zich een waslaag?
afbeelding
Endodermis.
Zie figuur B 217 van de bijlage.
In de jonge wortels van vaatplanten bevindt zich tussen schors en vaatweefsel een gesloten schede van cellen, de endodermis. De wanden van de endodermiscellen die niet evenwijdig zijn met de omtrek van de wortel (de dwarse en radiale wanden) bevatten een doorlopend kurkbandje (het bandje van Caspari).
Wat is de functie van deze kurkbandjes?
afbeelding
Doorsnede jonge wortel.
Zie figuur B 82 van de bijlage.
De schematische tekening stelt een dwarsdoorsnede van een jonge wortel voor.
Waar bevindt zich cambium en waar bevinden zich bastvaten?
afbeelding
afbeelding
Doorsnede jonge esdoornwortel.
Zie figuur B 250 van de bijlage.
De tekening stelt een dwarsdoorsnede voor van een jonge esdoornwortel.
In welk deel bevindt zich de meeste houtstof?
afbeelding
Bouw van wortel.
Waar in wortels, ter hoogte van de wortelharen, kan zich kurkstof in celwanden bevinden?
Doorsneden van delen van plant.
Zie figuur B 103 van de bijlage.
De tekeningen stellen doorsneden voor van verschillende delen van een plant.
Zie figuur B 104 van de bijlage.
Waar wordt de cel die hiernaast is afgebeeld aangetroffen?
afbeelding
afbeelding
Doorsnede van een wortel.
Zie figuur B 194 van de bijlage.
De tekening stelt schematisch een dwarsdoorsnede van een wortel voor.
Het weefsel dat met W is aangegeven, zorgt voornamelijk voor
afbeelding
Groei van worteltop.
Zie figuur B 2508 van de bijlage.
Tekening 1 stelt een worteltopje voor. De merktekens P en Q zijn met inkt op de wortel getekend.
Tekening 2 stelt hetzelfde worteltopje een aantal dagen later voor. De zijwortels zijn nu, zoals de tekening laat zien, verder uitgegroeid. De wortelharen en de twee merktekens zijn niet getekend.
Zal de afstand tussen de merktekens P en Q in de tussenliggende dagen groter zijn geworden of ongeveer gelijk zijn gebleven?
Zullen er bij het worteltopje van tekening 2 wortelharen voorkomen beneden de lijn L?
afbeelding
afbeelding
Doorsneden van een wortel.
Zie figuur C 27 van de bijlage.
De linker afbeelding geeft schematisch enkele cellen weer in een lengtedoorsnede van de wortel van een bepaalde zaadplant.
De rechter afbeelding geeft zeer schematisch een dwarsdoorsnede van dezelfde wortel weer.
Op welke plaats in de rechter afbeelding bevindt zich de combinatie van cellen zoals deze in de linker afbeelding is getekend?
afbeelding
1/5 Planten.
Zie figuur A 537 van de bijlage.
Zie figuur C 55 van de bijlage.
In afbeelding A 537 is een doorsnede van een blad getekend.
In afbeelding C 55 is schematisch een plant afgebeeld. Delen van deze plant zijn uitvergroot weergegeven. De plant staat in het licht.
Teken in het rechter deel van de plant in de bijlage C 55 het watertransport vanuit de bodem naar het weefsel in het blad waar water wordt verbruikt. Geef het watertransport aan met een ononderbroken lijn (tussen de getekende lijnen). Eindig de lijn op de plaats waar water wordt verbruikt voor fotosynthese. Geef dit eindpunt van de lijn aan met Q.
afbeelding
afbeelding
2/5 Planten.
Teken in het linker deel van de plant in de bijlage C 55 een lijn met een pijl die het belangrijkste traject en de transportrichting van zuurstof tussen een cel in het blad en de omgeving aangeeft.
afbeelding