Oefentoets Aardrijkskunde: Natuurlijke landschappen - rivierlandschap | HAVO 3/VMBO theoretische leerweg, 4/VWO 2

Ontdek de digitale toets over het rivierkleilandschap in Nederland, gericht op studenten en geïnteresseerden die meer willen leren over geomorfologie, landgebruik en natuurbeheer in dit unieke landschap. Test je kennis met vragen over oeverwallen, dijken en de processen die dit landschap vormen. - 14 vragen

Aantal vragen

14

Vak(ken)

Aardrijkskunde

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 38: Geografische basiskennis

Leerniveau(s)

HAVO 3, VMBO theoretische leerweg, 4, VWO 2

Uitgever

ODD

Copyright

cc-by-sa-40

Rivierkleilandschap in Nederland

Waar in Nederland komt het rivierkleilandschap vooral voor?

Wat is een oeverwal?

Wat is een oeverwal?

Kenmerken van een rivierkleilandschap

Komgronden in een rivierkleilandschap zijn:

Oorzaken van een stroomrug

Een stroomrug ontstaat doordat:

Traditioneel landgebruik bij oeverwallen

Welk traditioneel landgebruik hoort bij oeverwallen?

Dijken in het rivierkleilandschap

Waarom werden in het rivierkleilandschap vanaf de Middeleeuwen dijken aangelegd?

Rivierafzettingen en stroomsnelheid

Rivierafzettingen worden landinwaarts _______ naarmate de stroomsnelheid afneemt.

Hedendaags natuurbeheer in uiterwaarden

Een hedendaagse vorm van natuurbeheer in uiterwaarden is:

Geomorfologische elementen van rivierkleilandschap

Welke twee geomorfologische elementen horen bij het rivierkleilandschap?

Vormende processen van rivierkleilandschap

Selecteer twee processen die het rivierkleilandschap vormen:

Overstromingsgebied tussen rivier en dijk

Het gebied tussen rivier en winterdijk dat bij hoge waterstand onderloopt, heet de ________.

Dijkdoorbraak en gevolgen voor komgronden

Een dijkdoorbraak kan leiden tot het ontstaan van een kolk- of waaiergat in de komgronden.

Stroomrug en komgronden: waar of niet?

Een stroomrug ligt altijd lager dan de omliggende komgronden.

Fasen van rivierkleilandschapvorming

Zet de fasen van rivierkleilandschapvorming in de juiste volgorde:

  1. Rivier meandert door laagland

  2. Hoogwater zet klei af op oeverwal

  3. Overstromingswater bezinkt in komgronden

  4. Rivier verlegt haar loop – stroomrug ontstaat