Deze oefentoets bevat 18 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aantal vragen
18
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
VWO 4, VWO 5, VWO 6
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Ecologie
1/5 Een zoetwaterplas. Zie figuur B 5141 van de bijlage.
Bekijk de afbeelding hiernaast met een voedselweb zoals dat bestaat in bepaalde zoetwaterplassen in Nederland.
Welk van de organismen in dit voedselweb in de afbeelding behoort of welke behoren zowel tot tot consumenten van de 4e
orde als tot die van de 5e
orde?
afbeelding
Ecologie
2/5 Een zoetwaterplas. Zie figuur B 5141 van de bijlage.
Bij iedere schakel uit dit voedselweb verdwijnt energie uit het ecosysteem.
Via welke schakel verdwijnt de meeste energie uit het systeem?
afbeelding
Ecologie
3/5 Een zoetwaterplas. Zie figuur B 5141 van de bijlage.
In drie plassen waarin een dergelijk voedselweb bestaat, doen zich de volgende veranderingen voor:
- in plas 1 komt kunstmest terecht, die op het omliggende land was gestrooid; - in plas 2 wordt water uit een fabriek geloosd, waardoor de temperatuur van het water enkele graden stijgt; - in plas 3 nemen de stekelbaarzen en zoetwaterpoliepen in aantal toe.
Een onderzoeker bepaalt gedurende enkele weken de hoeveelheid algen in deze drie plassen. In alle drie neemt hij een toename van de biomassa van de algen per liter water waar.
- Leg uit waardoor de verontreiniging met kunstmest in plas 1 een toename van de biomassa van de algen per liter water veroorzaakt; - Leg uit waardoor de verhoging van de watertemperatuur in plas 2 een toename van de biomassa van de algen per liter water veroorzaakt; - Leg uit waardoor de toename van stekelbaarsjes en zoetwaterpoliepen in plas 3 een toename van de biomassa van de algen per liter water veroorzaakt.
afbeelding
Ecologie
4/5 Een zoetwaterplas. Zie figuur B 5142 van de bijlage.
In één van deze plassen treedt verlanding op. In nevenstaande afbeelding is weergegeven hoe deze plas er aan het begin van dit verlandingsproces uitzag. Enkele van de fasen waarin verlanding zich in het algemeen voltrekt, worden hieronder in willekeurige volgorde genoemd:
Fase P: met ondergedoken waterplanten; Fase Q: met op de bodem van de plas wortelend riet en biezen; Fase R: met drijvende waterplanten, zoals watervarens en kroos; Fase S: met elzen-, berken- en wilgenbroekbos; Fase T: met tussen het riet groeiend veenmos. Op een bepaald moment begint de verlanding op plaats V in de plas.
Zet de genoemde fasen op plaats V in de rechter kolom op de juiste plaats bij de cijfers in de linkerkolom, waarbij 1 t/m 5 het achtereenvolgende verloop in de tijd weergeeft.
afbeelding
Ecologie
5/5 Een zoetwaterplas.
Verlanding is een voorbeeld van successie. Successie kan leiden tot een min of meer stabiel eindstadium.
Wat is de algemene term voor dit stabiele eindstadium?
Dit eindstadium heet [invulveld]
Ecologie
4/4 Prehistorisch voedselweb. Zie figuur B 5171 van de bijlage.
Als de brontosaurus zou uitsterven, welke gebeurtenis zou er dan als eerste plaatsvinden?
afbeelding
Ecologie
Voedselweb. Zie figuur B 5179 van de bijlage.
De afbeelding hiernaast laat een deel van een voedselweb in een ecosysteem zien.
Zet de cijfers in de rechter kolom bij de juiste ecologische begrippen in de linker kolom.
afbeelding
Ecologie
Voedselweb. Zie figuur A 1172 van de bijlage.
Hiernaast is een Zweeds voedselweb weergegeven.
Welke schakel zal in populatieomvang toenemen als de vos (räv) door gericht schieten vrijwel uitsterft?
afbeelding
Ecologie
2/4 Stabiliteit van een ecosysteem.
In het artikel wordt een voedselweb uit de Golf van Alaska beschreven.
Teken in de bijlage het voedselweb door de namen van de volgende organismen te rangschikken en onderling te verbinden met pijlen: baleinwalvissen, bruinwieren, orka’s, zee-egels en zeeotters. Zet hieronder: zie bijlage.
Ecologie
1/2 Een voedselweb. Zie figuur B 5297 van de bijlage.
Als er een groot aantal wormen doodgaat, wat zou er dan gebeuren?