Leerprocessen in verschillende situaties
Gedrag.
Drie verschillende situaties waarin er sprake is van leerprocessen, worden als volgt beschreven.
Situatie 1: Je hebt een parkiet in een kooi. De vogel springt elke dag op het stokje voor het voerbakje zodra jij er voedsel in doet. Voor je het voedsel in het bakje doet, klop je tegen de rand van het bakje. Op een gegeven moment springt de vogel op het stokje als je tegen het bakje klopt, ook al doe je er geen voer in.
Situatie 2: Een boer heeft een kersenboomgaard. Eind juni hangen zijn kersenbomen vol met kersen. Voordat de kersen rijp genoeg zijn om te plukken, eten spreeuwen al een deel van de kersenoogst op. Om verder verlies van kersen te voorkomen, zet de boer een ‘kanon' in de boomgaard dat regelmatig een flinke knal geeft. De eerste dagen laten de spreeuwen zich door de knallen verjagen, daarna blijven ze ondanks het knallen in de kersenbomen zitten eten.
Situatie 3: Een te vroeg geboren bokje werd door de kinderen van de boer met de fles groot gebracht. Het bokje had een plekje in de bijkeuken en later kreeg het een weitje vlak bij de boerderij. Toen het bokje volwassen was geworden, vertoonde het geen paringsgedrag met een geit die in zijn wei werd gezet, maar begon het te baltsen tegen een van de kinderen van de boer.
In elk van deze situaties is sprake van een ander leerproces.
Vul bij elke situatie het leerproces in dat in die situatie wordt beschreven.
1 =
2 =
3 =
















