Oefentoets Biologie: Sport - Sport | VO | variant 1

Deze oefentoets bevat 13 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

13

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VO

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Sport

2/4 Hardlopen.

Tijdens het hardlopen raken de benen van de man zwaar vermoeid. De vermoeidheid ontstaat onder andere doordat zich in de spieren een bepaald stofwisselingsproduct ophoopt, dat tijdens maximale inspanning in zijn spieren wordt gevormd.

Welk stofwisselingsproduct is dit?

Sport

3/4 Hardlopen.

Om het moe worden te vertragen had de man vooraf oefeningen kunnen uitvoeren. Drie typen bloedvaten in zijn benen zijn: aders, haarvaten en slagaders.

In welke van deze bloedvaten zou de hoeveelheid bloed die er per minuut doorstroomt, tijdens de oefeningen zijn toegenomen?

Sport

4/4 Hardlopen.

Na het hardlopen gaat de man thuis bij de televisie zitten en valt in slaap.

Heeft één van de beide delen van het autonome zenuwstelsel tijdens het slapen een grotere invloed op het functioneren van het ademhalingsstelsel en het bloedvatenstelsel dan tijdens het trimmen?

Sport

1/3 Hardlopen.

Een ongetrainde loper krijgt na enige tijd hardlopen pijn in zijn zij. Opgehoopt gas wordt wel als verklaring voor het ontstaan van deze pijn genoemd. Dit gas wordt door bacteriën gevormd en door het hardlopen hoopt het zich op in een bepaald deel van het spijsverteringskanaal. Normaal wordt het gevormde gas via het bloed afgevoerd. Bij hardlopen is de doorbloeding van het spijsverteringskanaal geringer dan normaal.
Drie delen van het spijsverteringskanaal zijn de dikke darm, de dunne darm en de maag.

In welk deel van het spijsverteringskanaal is de kans op een dergelijke ophoping van gas tijdens het hardlopen het grootst?

Sport

2/3 Hardlopen.

Wordt de doorbloeding van de spijsverteringsorganen geregeld door het animale zenuwstelsel, door het autonome zenuwstelsel of door beide?

Sport

3/3 Hardlopen.

Wanneer een molecuul van het opgehoopte gas langs de kortste weg via de wand van het spijsverteringskanaal wordt afgevoerd naar de longen, passeert dit molecuul dan het hart?
Zo ja, hoeveel keer minimaal?

Sport

1/3 Emancipatie in prestatie?

Tekst:
"Mannen hebben gemiddeld dikkere spieren dan vrouwen, doordat mannen meer testosteron produceren dan vrouwen.

Testosteron is een hormoon dat de opbouw stimuleert van ... 1 ... en aangezien spieren voornamelijk uit ... 1 ... bestaan, is iemand met meer testosteron gespierder dan iemand met minder testosteron.

Mannen hebben gemiddeld een groter hart dan vrouwen. Afgezien van het feit dat mannen gemiddeld 5 à 6 liter bloed hebben en vrouwen gemiddeld ongeveer 4,5 liter, is de concentratie rode bloedlichaampjes per liter bloed bij mannen hoger dan bij vrouwen. Die bloedlichaampjes bevatten ... 2..., een organische stof, die in staat is zuurstof te binden.

Tenslotte spelen spiervezels een belangrijke rol. In een spier zijn langzame en snelle spiervezels aanwezig. De langzame worden voornamelijk gebruikt tijdens duurinspanning en de snelle tijdens inspanningen van korte en zeer korte duur, zoals de honderd meter sprint. Het lijkt erop dat bij vrouwen het percentage langzame spiervezels in de beenspieren groter is dan het percentage langzame spiervezels in de beenspieren bij mannen. Bij vrouwen is de totale spiermassa gemiddeld 35,8% van het lichaamsgewicht en bij mannen 41,8%.

In de afgelopen jaren zijn prestatieverschillen tussen mannen en vrouwen kleiner geworden en sommigen beweren zelfs dat vrouwen bezig zijn de mannen in te halen. Dit laatste is echter schijn'.

bewerkt naar: een artikel van Brenda van Keeken in" Stilstaan en bewegen"

Welke woord is bij 1 weggelaten?
En bij 2?



-

Sport

2/3 Emancipatie in prestatie?

Vier beweringen over snelle en langzame spiervezels zijn:

1. De snelle spiervezels verkrijgen tijdens de sprint voornamelijk energie uit aërobe dissimilatie.
2. De snelle spiervezels verkrijgen tijdens de sprint voornamelijk energie uit anaërobe dissimilatie.
3. De langzame spiervezels verkrijgen tijdens een duurloop voornamelijk energie uit aërobe dissimilatie.
4. De langzame spiervezels verkrijgen tijdens een duurloop voornamelijk energie uit anaërobe dissimilatie.

Welke van deze beweringen zijn juist?

Sport

3/3 Emancipatie in prestatie?

Brenda van Keeken meent dat er prestatieverschillen zullen blijven bestaan tussen vrouwen en mannen.

Geef twee argumenten waarmee wordt aangegeven dat het onwaarschijnlijk is dat vrouwen beter zullen worden in een duursport dan mannen en leg die argumenten uit.

Sport

1/4 Training.

Om tot grote sportprestaties te komen, moet er getraind worden. Tijdens lichamelijke inspanning neemt de verbranding in de spieren toe. De zuurstoftoevoer naar de spieren wordt groter en een aantal organen gaat harder werken.
Iemand begint de training met een paar rondjes hardlopen.

Neemt dan het aantal ademhalingsbewegingen per minuut toe?
En het aantal hartslagen?

Sport

2/4 Training.

Welke van de stoffen koolstofdioxide, glucose en zuurstof geven de spieren aan het bloed af bij iemand die tijdens een training hardloopt?

Sport

3/4 Training.

Waar komt tijdens het hardlopen de brandstof vandaan die nodig is voor de verbranding in de spieren?

Sport

4/4 Training.

Door regelmatige training wordt de spierkracht groter.

Komt dit doordat de spieren dikker worden?
En doordat de spieren langer worden?