Oefentoets Biologie: Ecologie | HAVO 4/HAVO 5 | variant 6

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ecologie

2/6 Coloradokevers.

Chemische bestrijdingsmiddelen zijn giftig.

Noem twee eigenschappen die deze bestrijdingsmiddelen moeten hebben om toch zo weinig mogelijk onbedoelde schade aan te richten in het milieu.

Ecologie

3/6 Coloradokevers.

Men gebruikt in de aardappelteelt bestrijdingsmiddelen tegen de Coloradokever, omdat deze insecten anders een plaag gaan vormen.

Noem de twee belangrijkste biotische milieufactoren waardoor de Coloradokever, als deze soort niet wordt bestreden, in Europa in de aardappelteelt tot een plaag kan uitgroeien.

Ecologie

4/6 Coloradokevers.

Als het in de tekst genoemde gen eenmaal is ingebouwd in een aardappelplant, kan de plant hetzelfde product vormen als de bacterie waaruit het gen afkomstig is.

Leg uit waardoor dit kan, hoewel het om heel verschillende soorten gaat.

Ecologie

5/6 Coloradokevers.

Op welke plaats in een cel van een aardappelplant wordt het giftige eiwit gevormd ?

Ecologie

6/6 Coloradokevers.

De Coloradokever leeft onder andere op de Aardappel (Solanum tuberosum L.), op de Tomaat (Solanum lycopersum L.) en op Bitterzoet (Solanum dulcamara L.).

Behoren deze planten tot hetzelfde genus (geslacht)?
En tot dezelfde soort?

Ecologie

1/5 Huiver voor maïs.

De maïsboorder is een insectensoort die maïsplanten aantast. De rupsen van deze insectensoort nestelen zich in de stengels van een maïsplant. Al geruime tijd worden in de biologische landbouw rupsen selectief bestreden met het zogeheten Bt-eiwit. Dit Bt-eiwit wordt door de rupsen afgebroken. Daarbij ontstaat een stof die de darmwand beschadigt, waardoor de rupsen verhongeren. Een bedrijf in Amerika heeft genetisch gemanipuleerde maïs ontwikkeld die een gen bevat dat codeert voor het Bt-eiwit. Dit gen gedraagt zich in een plant als een natuurlijk gen.
Drie leerlingen, hebben een meningsverschil over de eigenschappen van de planten die uit de maïskorrels van homozygote genetisch gemanipuleerde maïsplanten groeien.

Leerling 1 beweert: "Alle cellen van deze planten hebben het Bt-gen en maken het Bt-eiwit".
Leerling 2 beweert: "Alle cellen van deze planten hebben het Bt-gen, maar dit betekent niet dat ze ook allemaal het Bt-eiwit maken".
Leerling 3 beweert: "Alleen de cellen van de stengel hebben het Bt-gen en maken het Bt-eiwit".

Van wie is de bewering juist?

Ecologie

3/5 Huiver voor maïs.

Om accumulatie van stoffen in voedselketens te voorkomen, worden de gewassen in de biologische landbouw in het algemeen niet bespoten met chemische bestrijdingsmiddelen. Bt-eiwit wordt echter wel gebruikt in de biologische landbouw.

Verklaar waardoor bespuiting met Bt-eiwit niet tot accumulatie leidt en bespuiting met chemische bestrijdingsmiddelen vaak wel.

Ecologie

4/5 Huiver voor maïs.

De Europese Commissie moet een beslissing nemen over de toelating in Europa van de genetisch gemodificeerde maïs en maïsproducten uit Amerika. Er zijn naast financiële en/of economische argumenten ook biologische argumenten voor of tegen toelating te geven.
Bij de Stichting Natuur en Milieu is men van mening dat de aanwezigheid van het Bt-eiwit in gemodificeerde maïsplanten op den duur kan leiden tot resistentie.

Wordt dan alleen de maïs, alleen de maïsboorder of worden zowel de maïs als de maïsboorder resistent?

Ecologie

5/5 Huiver voor maïs.

Geef nog een ander biologisch argument dat de Stichting Natuur en Milieu kan gebruiken als argument tegen toelating.

Ecologie

1/4 Kattendropping.

Tekst:
Op het Indonesische eiland Borneo heeft men in de jaren vijftig DDT, een niet afbreekbaar insecticide, gebruikt om malariamuggen te bestrijden. Hutten werden aan de binnenkant met DDT besproeid. Behalve in muggen kwam DDT ook terecht in kakkerlakken, die door gekko's (een soort hagedissen) worden gegeten. Het sterftepercentage onder gekko's en kakkerlakken was niet hoog, maar katten die gekko's aten, gingen massaal dood en stierven in afgelegen dorpen zelfs uit.
Daardoor ontstond er een rattenplaag.
Bovendien werd het riet aangetast dat bij de bouw van de hutten was gebruikt, waardoor de hutten instortten. Daarvoor was de larve van een nachtvlinder verantwoordelijk, die weinig te lijden had van DDT. De roofvijanden van deze larven, sluipwespen, waren gevoeliger voor DDT. De Engelse luchtmacht heeft tenslotte in samenwerking met de Wereld Gezondheids Organisatie katten aan parachutes uitgeworpen boven Borneo.

bewerkt naar: W. H. Calvin, The river that flows uphill. A journey from the Big Bang to the Big Brain, San Francisco, 1986, 56-57

Zie volgende scherm

Ecologie

2/4 Kattendropping.

Geef in twee schema's de voedselrelaties weer, zoals deze uit de tekst blijken, tussen alle in de tekst genoemde organismen behalve de muggen. Plaats de in de tekst genoemde producent in het schema van de voedselketen waarvan hij deel uitmaakt.

Ecologie

3/4 Kattendropping.

Waardoor trad er juist onder de katten massale sterfte op en niet onder bijvoorbeeld de gekko's of de ratten?

Ecologie

4/4 Kattendropping.

De larve van de nachtvlinder heeft een groot aantal bacteriën in zijn verteringskanaal. Deze bacteriën spelen een belangrijke rol bij de vertering van het voedsel van de larven.

Met welke biologische term wordt de relatie tussen de larve en de bacteriën aangeduid?

Deze relatie noemt men [invulveld]

Ecologie

1/4 Kerkuilen.
Zie figuur A 30 van de bijlage.

In enkele IJsselmeerpolders zijn experimenten gedaan om de randen van akkers niet langer te bespuiten met bestrijdingsmiddelen. In plaats daarvan werden deze randen verbreed, ingezaaid met wilde planten en werden ze verder niet meer bewerkt. De rest van de akker werd normaal bewerkt. Daarop werd geploegd, ingezaaid, geoogst en zo nodig gespoten met bestrijdingsmiddelen. Na de nieuwe behandeling van de randen van de akkers zagen de boeren in de loop van de jaren een toename van het aantal veldmuizen, patrijzen, torenvalken en kerkuilen.

De volgende uitspraken worden gedaan om de toename van het aantal patrijzen en veldmuizen in de nieuwe situatie te verklaren:

1. De patrijzen en veldmuizen hebben nu meer en/of gevarieerder voedsel.
2. Bij de patrijzen en veldmuizen treedt nu geen accumulatie van bestrijdingsmiddelen meer op.
3. De patrijzen en veldmuizen hebben nu meer beschutting.

Welke uitspraak kan of welke uitspraken kunnen de toename van de patrijzen en veldmuizen verklaren?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/4 Kerkuilen.

Door de experimenten met de randen van de akkers worden de natuurwaarden van de IJsselmeerpolders verhoogd. De boeren in de polders telen voornamelijk tarwe, aardappelen en suikerbieten op uitgestrekte akkers. Door de akkerranden niet te gebruiken treedt productieverlies op. De bij het experiment betrokken boeren krijgen hiervoor een vergoeding. Bij het vaststellen van de hoogte hiervan wordt onder meer rekening gehouden met de volgende factoren:

1. Het verlies aan opbrengst doordat een kleiner oppervlak van de akker kan worden gebruikt.
2. De besparing op de kosten doordat een kleiner oppervlak wordt bespoten.

De vergoeding was lager dan je op grond van alleen deze twee factoren zou verwachten.
De subsidiegever gaf daarvoor de volgende verklaring:

- als gevolg van het experiment met de randen zal er een ecologisch proces optreden dat kostenbesparing als gevolg heeft.

Welk ecologisch proces wordt hier bedoeld? Leg uit hoe dit proces tot de kostenbesparing kan leiden.

Ecologie

3/4 Kerkuilen.
Zie figuur A 34 van de bijlage.

De waargenomen toename van het aantal kerkuilen was vooral te danken aan vogelbeschermers die op bepaalde plaatsen nestkasten aanbrachten.
Bij de keuze van die plaatsen hielden zij rekening met het jaaggedrag van kerkuilen: deze jagen 's nachts, laag boven de grond vliegend, op muizen.

Zie figuur A 34 van de bijlage.

In de afbeelding is een deel van een polder op een kaartje weergegeven. De bewoners van boerderij A en boerderij B wilden wel een nestkast voor kerkuilen laten plaatsen bij hun boerderij.

Leg met behulp van het kaartje en de gegevens over het jaaggedrag van kerkuilen uit waardoor boerderij A niet in aanmerking kwam voor plaatsing van een nestkast en boerderij B wel.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

4/4 Kerkuilen.

Kerkuilen slikken de muizen die ze vangen in hun geheel in. Na enige tijd spuwen ze de botjes en haren van deze muizen als braakballen uit. In deze braakballen zijn de botjes meestal nog geheel intact. Ook torenvalken produceren braakballen met haren, maar deze braakballen en ook de ontlasting bevatten nauwelijks botjes of restjes daarvan.
Ter verklaring hiervan worden de volgende uitspraken gedaan:

1. Torenvalken produceren in de maagwand een grotere hoeveelheid zuur dan kerkuilen.
2. Torenvalken produceren in de maagwand een grotere hoeveelheid eiwitverterende enzymen dan kerkuilen.
3. Torenvalken produceren in de maagwand een grotere hoeveelheid vetverterende enzymen dan kerkuilen.

Welke combinatie van uitspraken verklaart het verschil tussen beide typen braakballen?

Ecologie

1/3 Malaria.

De malariaparasiet is een ééncellig diertje dat kan voorkomen in het bloed van de mens en kan worden verspreid door malariamuggen.
Medewerkers van de Universiteit van Amsterdam doen samen met collega's uit Oxford malaria-onderzoek in Zuidoost-Azië. Daar treffen zij schrikbarend veel volwassen patiënten die lijden aan zeer ernstige vormen van deze ziekte. En juist daar is de resistentie een groot probleem. "Je kunt de mensen niet meer met de klassieke middelen behandelen", zegt één van de onderzoekers. "Kinderen krijgen na het stoppen van de borstvoeding malaria en dan begint voor hen een morbide loterij. Gaat het kind dood, dan houdt alles op. Overleeft het, dan krijgt het daarmee de kans om steeds meer weerstand op te bouwen". Het radicaal willen uitroeien van muggen en malariaparasieten vinden veel experts inmiddels een gevaarlijke strategie. "Na die uitroeiing in een bepaald gebied zit je met een bevolking die geen weerstand heeft. De eerste de beste besmetting maakt ze doodziek. Dat zie je bij mensen in Zuidoost-Azië die uit de bergen naar de laaglanden trekken. Ze krijgen malaria met ernstige complicaties. De kreet van de experts op dit moment is: we moeten een anti-ziektemiddel hebben, geen anti-parasietmiddel".

(Naar: Vrij Nederland 11-1-1992.)

Volgens het artikel is de resistentie een groot probleem geworden, waardoor de mensen niet meer met de klassieke middelen zijn te behandelen.

Wordt hiermee bedoeld de resistentie van de malariaparasiet, van de malariamug of van de mens?

Ecologie

2/3 Malaria.

Een kind dat malaria krijgt en het overleeft, kan steeds meer afweer opbouwen.

Welke verandering in het lichaam van het kind gaat hiermee gepaard?