Biotechnologie
5/6 Kloneren.
Zie figuur C 5 van de bijlage.
Een gewone lichaamscel van een koe heeft 60 chromosomen.
Hoeveel chromosomen heeft een cel P van de afbeelding?
En hoeveel heeft een cel R er?
afbeelding
-
afbeelding
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
5/6 Kloneren.
Zie figuur C 5 van de bijlage.
Een gewone lichaamscel van een koe heeft 60 chromosomen.
Hoeveel chromosomen heeft een cel P van de afbeelding?
En hoeveel heeft een cel R er?
afbeelding
-
afbeelding
6/6 Kloneren.
Zie figuur C 5 van de bijlage.
Hebben de drie kalveren die bij dit kloneren zijn ontstaan allemaal hetzelfde geslacht of kunnen ze ook een verschillend geslacht hebben? Leg je antwoord uit.
afbeelding
1/3 Antivries-eiwitten.
Zie figuur B 2881 van de bijlage.
Winterrogge wordt in het najaar gezaaid. De jonge planten kunnen de koude winter overleven. In winterrogge zijn enkele genen ontdekt die de productie van "antivries-eiwitten" regelen. Door deze "antivries"-eiwitten kan winterrogge de koude doorstaan. Bij lage temperaturen zorgen deze eiwitten er namelijk voor dat in een plantencel slechts kleine ijskristallen kunnen ontstaan. Hoe kleiner de ijskristallen, hoe minder ze de plantencellen beschadigen.
In de afbeelding B 2881 is een doorsnede van een deel van een blad weergegeven. Enkele typen cellen zijn met een cijfer aangegeven.
In welk type of welke typen cellen zijn bij winterrogge genen voor de "antivries "-eiwitten aanwezig?
afbeelding
2/3 Antivries-eiwitten.
Zie figuur B 2881 van de bijlage.
Enkele delen van een plantencel zijn: celmembraan, kern en vacuole.
In welk celdeel zullen onderzoekers een "antivries"-gen inbrengen?
3/3 Antivries-eiwitten.
Zie figuur B 2881 van de bijlage.
Onderzoekers hebben zo'n antivries-gen' ingebracht in een cel van een tabaksplant. Deze cel werd opgekweekt tot 9een tabaksplant. Deze tabaksplant en zijn nakomelingen blijken beter bestand tegen de kou dan tabaksplanten die dit gen niet hebben.
Hoe noemt men het kunstmatig overbrengen van een gen van de ene plantensoort in een andere?
Dit noemt men [invulveld]
1/4 Tomaat resistent tegen schimmel.
Op een tomatenplant groeien wel eens Fusarium-schimmels die de plant aantasten. Een bedrijf is erin geslaagd tomatenplanten resistent te maken tegen deze schadelijke schimmels door genetische manipulatie.
Bij de genetische manipulatie werd een deel van een cel van een tomatenplant veranderd.
Welk deel was dat?
2/4 Tomaat resistent tegen schimmel.
Als op tomatenplanten schimmels groeien, blijven de tomaten kleiner dan bij planten zonder schimmels.
Leg uit waardoor de tomaten dan minder groot worden.
3/4 Tomaat resistent tegen schimmel.
In de toekomst zullen er meer schimmelresistente rassen van tomatenplanten zijn. Hierdoor zal men tomaten milieuvriendelijker kunnen telen dan nu.
Leg uit waardoor tomatenplanten die resistent zijn tegen schimmels milieuvriendelijker geteeld kunnen worden.
4/4 Tomaat resistent tegen schimmel.
Welke van de stoffen koolstofdioxide, water en zuurstof kunnen de Fusarium-schimmels zelf produceren?
1/3 Medicijn uit aardappels.
In ontwikkelingslanden sterven veel jonge kinderen als gevolg van diarree. Meestal wordt diarree veroorzaakt door het eten van voedsel dat besmet is met een bacterie die de dikke darm aantast. De kinderen overlijden dan vooral door uitdroging.
Als de dikke darm door een infectie niet goed functioneert, bevat de ontlasting veel water.
Leg uit waardoor dit komt.
2/3 Medicijn uit aardappels.
Om een infectie met een schadelijke darmbacterie te voorkomen, moet bij het bereiden van voedsel een aantal maatregelen genomen worden.
Noem zo'n maatregel.
3/3 Medicijn uit aardappels.
Onderzoekers hebben door genetische modificatie aardappels zo veranderd, dat er een stof in zit die beschermt tegen de gevolgen van de schadelijke darmbacterie.
Tijdens een experiment krijgt een groep muizen de genetisch gemodificeerde aardappels te eten. Als de muizen daarna geïnfecteerd worden met de darmbacterie, krijgen ze veel minder snel diarree.
Bij het experiment wordt een tweede groep muizen gebruikt om een juiste conclusie te kunnen trekken uit de resultaten.
Moeten de muizen uit deze tweede groep de genetisch gemodificeerde aardappels te eten krijgen?
En moeten ze geïnfecteerd worden met de darmbacterie?
1/3 Kaas maken.
Kaas wordt gemaakt van melk. De melk wordt gestremd, daarbij wordt melk vast. Dit gebeurt met behulp van een enzym dat chymosine heet. Vroeger kon dit enzym alleen verkregen worden uit de magen van geslachte kalveren. Het is nu gelukt om het gen, dat in een kalf de productie van chymosine regelt, in te bouwen in gistcellen.Zulke gistcellen gaan dan chymosine produceren. Dit chymosine kan gebruikt worden bij het maken van kaas.
Gistcellen worden door de mens niet alleen gebruikt voor het produceren van enzymen.
Noem twee andere toepassingen van gist door de mens.
2/3 Kaas maken.
Bij kalveren komt een gen voor, dat zorgt voor de productie van chymosine.
In welke cellen komt dit gen voor?
1/2 Bioterrorisme.
Soms worden mensen opzettelijk besmet met ziekteverwekkers om ze te doden. Dit wordt bioterrorisme genoemd. Om hierop voorbereid te zijn, hebben veel landen grote hoeveelheden van bepaalde vaccins en geneesmiddelen in voorraad.
Zo is er in Nederland voldoende vaccin beschikbaar om in zeer korte tijd miljoenen mensen in te enten tegen het zeer schadelijke pokkenvirus.
Een pokkenvaccin bevat een onschadelijk gemaakt pokkenvirus. Op het oppervlak van dit virus bevinden zich bepaalde stoffen die witte bloedcellen aanzetten om antistoffen te gaan produceren tegen het pokkenvirus.
Hoe noemt men de stoffen die witte bloedcellen aanzetten om antistoffen te gaan maken?
2/2 Bioterrorisme.
Men hoopt dat door nieuwe ontwikkelingen in de geneeskunde in de toekomst steeds meer vaccins beschikbaar komen. Zo worden mogelijkheden onderzocht om ziekteverwekkers onschadelijk te maken door het inbrengen van nieuwe genen. Zo'n onschadelijk gemaakt micro-organisme zou dan gebruikt kunnen worden om een vaccin te maken.
Hoe wordt in de biotechnologie de techniek genoemd waarmee een nieuw gen wordt ingebracht in een cel van een organisme?
1/5 Transgene sojabonen.
Zie figuur B 2562 en B 2563 van de bijlage.
In de afbeelding zijn een deel van een sojaplant en enkele sojabonen weergegeven.
Sojabonen worden in allerlei voedingsmiddelen verwerkt, onder andere in vleesvervangende producten.
Door genetische manipulatie is het gelukt om bij sojaplanten genen van andere soorten in te bouwen. Een plant met zo'n 'nieuw' gen noemt men een transgene plant. De bonen van een bepaalde transgene sojaplant bevatten meer plantaardig eiwit dan gewone sojabonen.
In de afbeelding B 2563 is een cel uit een transgene sojaplant weergegeven.
Welk cijfer geeft de plaats aan waar door genetische manipulatie een nieuw gen wordt ingebouwd?
afbeelding
afbeelding
2/5 Transgene sojabonen.
Een kweker wil transgene sojaplanten met een 'nieuw', dominant gen (R) gaan vermeerderen door middel van bestuiving.
Bij deze methode brengt hij stuifmeel van de meeldraden van een sojaplant op de stempel van dezelfde plant.
Hij kan kiezen uit sojaplanten met een van de volgende genotypen: RR, Rr en rr.
Welke sojaplant levert uitsluitend nakomelingen die het nieuwe gen bezitten?
3/5 Transgene sojabonen.
Een andere transgene sojaplant is ongevoelig geworden voor het onkruidbestrijdingsmiddel glyfosaat.
Glyfosaat wordt door planten opgenomen. Het onkruid gaat daardoor dood, maar een transgene sojaplant niet. Uit onderzoek is gebleken dat in het milieu achtergebleven, niet opgenomen glyfosaat sneller wordt afgebroken dan andere onkruidbestrijdingsmiddelen.
In de tekst wordt een bepaalde eigenschap van een transgene sojaplant genoemd. Door deze eigenschap zijn de bonen van deze plant extra geschikt om verwerkt te worden in vleesvervangende producten.
Leg dit uit.
4/5 Transgene sojabonen.
Een kweker wil transgene sojaplanten met een 'nieuw', dominant gen (R) gaan vermeerderen door middel van bestuiving. Bij deze methode brengt hij stuifmeel van de meeldraden van een sojaplant op de stempel van dezelfde plant.
Hij kan kiezen uit sojaplanten met de genotypen: RR, Rr en rr.
Welke sojaplant levert uitsluitend nakomelingen die het nieuwe gen bezitten? Leg je antwoord uit.