Biotechnologie
4/4 Medische biotechnologie.
Welke maatschappelijke consequenties hebben zulke successen voor individuele burgers (minstens twee)?
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VWO 5, VWO 6
NVON
cc-by-sa-40
4/4 Medische biotechnologie.
Welke maatschappelijke consequenties hebben zulke successen voor individuele burgers (minstens twee)?
1/4 Productie van antistof.
Zie figuur A 281 van de bijlage.
Er bestaat een methode voor de productie van grote hoeveelheden antistof tegen een bepaalde ziekteverwekker. Bij deze methode wordt met behulp van bepaalde cellen van een muis zogenoemde monoklonale antilichamen geproduceerd.
In de afbeelding is schematisch een aantal belangrijke stappen bij deze productie van monoklonale antistof weergegeven.
1. Een muis wordt geïmmuniseerd tegen een ziekteverwekker die bij de mens een bepaalde ziekte veroorzaakt.
2. Lymfocyten worden geïsoleerd uit de milt van de muis.
3. Deze lymfocyten worden in een kweekmedium samengebracht met tumorcellen.
4. Onder bepaalde omstandigheden kunnen deze lymfocyten fuseren (versmelten) met deze tumorcellen.
5. Uit geslaagde fusies ontstaan hybride cellen. Uit de hybride cellen wordt die hybride cel geselecteerd die antistof produceert tegen een antigeen van de desbetreffende ziekteverwekker.
6. deze hybride cel kan zich snel vermenigvuldigen. De hybride cel wordt gekloneerd door deling.
7. De kloon van hybride cellen wordt verder gekweekt en produceert onbeperkt moleculen van dezelfde antistof als de hybride cel waaruit ze zijn voortgekomen. Deze moleculen antistof zijn van één en hetzelfde type monoklonale antistof) en kunnen worden gebruikt voor de behandeling van patiënten die aan de desbetreffende ziekte lijden.
Wordt de muis actief of passief geïmmuniseerd (stap 1)?
En de in stap 7 genoemde patiënten?
afbeelding
2/4 Productie van antistof.
Zie figuur A 281 van de bijlage.
Zijn de lymfocyten die tot de gebruikte kloon van de hybride cellen leiden, alleen B-lymfocyten, alleen T-lymfocyten of kunnen het zowel B- als T-lymfocyten zijn?
afbeelding
3/4 Productie van antistof.
Zie figuur A 281 van de bijlage.
Vermenigvuldigen de cellen van de kloon zich (stap 6) alleen door meiose, alleen door mitose of door een combinatie van meiose en mitose?
afbeelding
4/4 Productie van antistof.
Zie figuur A 281 van de bijlage.
Leg uit waardoor de cellen van de kloon (zie stap 7) dezelfde antistof produceren als de geselecteerde lymfocyt uit de milt van de muis ondanks het feit dat de cellen van de kloon nooit met de ziekteverwekker in contact zijn geweest.
afbeelding
1/4 Insuline.
Leg uit hoe de productie van insuline plaatsvindt volgens de 'oude' technologie.
2/4 Insuline.
Welke nadelen kleven aan de oude manier van productie van insuline (minstens twee)? Leg uit.
3/4 Insuline.
Hoe vindt de productie plaats volgens de 'nieuwe' technologie (minstens zes stappen)?
4/4 Insuline.
Geef de voordelen (2x) en nadelen (2x) van deze 'nieuwe' technologie.
3/3 Kaas maken.
Hoe noemt men in het algemeen de techniek, waarbij een gen van een dier wordt ingebouwd in een gistcel?
1/2 Landfarming.
In de milieutechnologie bestaat sinds een aantal jaren de zogenaamde landfarming-methode.
Beschrijf het proces van 'landfarming'.
2/2 Landfarming.
Welke vervangende methode is voor 'landfarming' bedacht?
1/9 Voedselacceptatie.
BIOTECHNOLOGISCH VOEDSEL WACHT OP ACCEPTATIE.
De Consumentenbond is niet boos, maar verdrietig. Ze overlegt regelmatig met de voedingsmiddelenindustrie over het op de markt brengen van producten die zijn gemaakt met moderne biotechnologische technieken. Volgens een herenakkoord wordt een nieuw product gemeld.
Het was dan ook even schrikken toen bleek dat in de broodindustrie al zo'n twee jaar enzymen worden gebruikt die door genetisch gemanipuleerde bacteriën zijn geproduceerd. In het erfelijk materiaal van micro-organismen wordt dan een is gen ingebracht dat aanzet tot de productie van de gewenste stoffen. De nieuwe enzymen van de broodindustrie waren niet ingebracht tijdens het geregelde overleg. Novamyl bijvoorbeeld, van het Deense bedrijf Novo Nordisk, de grootste producent ter wereld van enzymen. Dit enzym houdt broodproducten een à twee dagen langer mals.
Sinds eind juli moeten nieuwe voedingsmiddelen die langs biotechnologische weg zijn verkregen, worden aangemeld bij het ministerie van Volksgezondheid (WVC), in het kader van een nieuwe regeling in de Warenwet. Binnen drie maanden kan dan, als gegevens over onder meer veiligheid zijn verstrekt en geen problemen zijn geconstateerd, zo'n product op de Nederlandse markt worden toegelaten.
Op verzoek van de Consumentenbond heeft fabrikant Novo twee weken geleden alsnog informatie over Novamyl bij WVC gedeponeerd. Daar was geen noodzaak toe, omdat het enzym al voor het ingaan van de nieuwe regeling op de markt is gebracht. Novo heeft de gegevens over Novamyl alsnog ingebracht, om de verhoudingen goed te houden. Het bedrijf heeft in de toekomst de welwillendheid van consumentenorganisaties hard nodig als het meer biotechnologische producten aan de man wil brengen. Het enzym is in Denemarken uitgebreid beproefd en is er officieel toegelaten. De Consumentenbond verwacht geen problemen, omdat het product tijdens het bakken van het brood uiteenvalt. Het heeft zijn werk dan al gedaan: tijdens het rijzen is het deeg luchtiger geworden en daardoor houdt het beter water vast.
Ook Unilever-dochter Quest International in Naarden heeft een biotechnologische broodverbeteraar ontwikkeld. Dit enzym, hemicellulase, wordt eveneens gemaakt door genetisch gemanipuleerde bacteriën. Het wordt nog niet in Nederland verkocht, maar wel in het buitenland. Het is hier deze zomer op kleine schaal uitgeprobeerd. Naar aanleiding daarvan heeft de Consumentenbond aan Unilever gevraagd hemicellulase aan te melden bij WVC en in afwachting van een reactie niet met de productie te beginnen. De redenering is dat juist voedingsmiddelenreus Unilever, als trendsetter in de discussie, de zaken zo geloofwaardig mogelijk moet houden. Bij het ministerie van WVC ligt nu een dossier over het Unilever-product om de weg voor de verkoop in Nederland vrij te maken.
In de laboratoria wordt weliswaar van alles aan bacteriën gesleuteld, maar het aantal voedselproducten is nog op één hand te tellen. Een bekend voorbeeld in de voedselsector is chymosine, een stremsel dat wordt gewonnen uit de lebmaag van kalveren. Het wordt gebruikt bij de kaasbereiding. GistBrocades laat sinds enige jaren genetisch gemanipuleerde gistcellen chymosine maken. Dit middel, merknaam Maxiren, is begin 1992 in Nederland toegelaten in het kader van de Warenwet.
De wetgeving is echter ingewikkeld. De Landbouwkwaliteitswet staat het gebruik niet toe. In de Beschikking kaasproducten van die wet staat dat bij de kaasbereiding alleen stremsel uit de lebmaag van een kalf mag worden gebruikt. Kaasmakers hebben nog geen ontheffing voor het biotechnologische product aangevraagd. Ze zijn tegen het gebruik. Veiligheid is daarbij geen overweging. De verwachting is meer dat de kaas niet zal verkopen. "De onbekendheid van de consument met nieuwe ontwikkelingen in de biotechnologie laat gebruik ervan vooralsnog niet toe", schrijft de Koninklijke Nederlandse Zuivelbond (FNZ) aan de Stichting Consument en Biotechnologie. Deze stichting, die in 1991 met geld van het Ministerie van Landbouw en van de Consumentenbond werd opgericht, behartigt de belangen van de consument.
Zie volgende scherm
-
2/9 Voedselacceptatie.
Gezien de enorme export naar Duitsland verwachten Nederlandse kaasmakers een groot afzetverlies als er op de kaas een etiket moet komen waaruit blijkt dat er iets genetisch gemanipuleerd is. Duitsers krijgen daar de kriebels van. Dit wil niet zeggen dat daar - en ook hier in Nederland - geen kaas op de markt zou zijn waarvoor door genetische manipulatie verkregen chymosine is gebruikt. GistBrocades heeft het middel in een aantal landen laten registreren, onder meer in Griekenland, Italië, Engeland en Zwitserland. Kaas uit die landen wordt ook in Nederland verkocht.
Er liggen ook andere biotechnologische producten op de plank te wachten op goedkeuring. Eén daarvan is het eiwit BST, gemaakt door gemanipuleerde bacteriën, dat bij koeien de melkproductie stimuleert. In de Verenigde Staten is het gebruik sinds kort toegelaten. Europa vindt het volstrekt overbodig. De melkplas is hier al groot genoeg. Woensdag besloot de Europese Commissie het verbod op BST met zeven jaar te verlengen.
Maar al is het gebruik goedgekeurd, dan ben je er als fabrikant nog niet, want het product moet ook worden verkocht. Is goedkeuring van de autoriteiten verkregen, dan komt de moeilijkste fase nog, de consumentenacceptatie van genetisch veranderde voedingsmiddelen.
Avebe ontwikkelt een aardappelras met zetmeel dat geheel uit één soort bestaat, het zogeheten amylopectine. Het bedrijf denkt hiermee nieuwe producten te kunnen maken en oude te vervangen. Zetmeel in aardappelen bestaat voor een vijfde uit amylose. De resterende tachtig procent is amylopectine.
In 1988 heeft Avebe een ras amylopectine-aardappelen verkregen door traditionele kruising met wilde aardappelrassen. Om het te kunnen telen, is verdere veredeling nodig, bijvoorbeeld om resistentie tegen ziektes in te bouwen. Dat duurt zeker nog tot de eeuwwisseling. Sinds 1991 heeft Avebe hetzelfde ras met de gewenste eigenschappen verkregen via genetische-manipulatietechnieken. Deze aardappel is direct te telen. Het bedrijf, dat met deze techniek voorloopt op de concurrentie, wil de komende jaren via vermeerderingsproeven voldoende pootgoed verkrijgen om op termijn op industriële schaal zetmeel te produceren.
Het concern heeft in augustus een aanvraag ingediend in het kader van de nieuwe Warenwetregeling. Toestemming voor het op de markt brengen wordt binnen een jaar verwacht. De eerste producten met het amylopectine-zetmeel zijn niet voor 1996 te verwachten. Het bedrijf wil de komende jaren gebruiken voor overleg met consumentenorganisaties en de detailhandel over een redelijke consumentenacceptatie van dit soort biotechnologische producten.
De manier waarop je ermee naar buiten komt, bepaalt in grote mate die acceptatie, meent de Stichting Consument en Biotechnologie. Je moet allereerst kunnen aantonen dat er wat veiligheid betreft geen probleem is. Ook zou de fabrikant het nut van de gekozen productiewijze goed moeten kunnen aangeven. Bedrijven moeten zo open mogelijk zijn in het verstrekken van gegevens, bijvoorbeeld via adequate informatie op het etiket. Vandaar dat bedrijven als Novo en Unilever, die nu met dergelijke producten op de markt zijn, voorzichtig opereren. De techniek is nog onderwerp van discussie. Nu wordt wat acceptatie betreft de trend gezet voor de toekomst.
(De Volkskrant, 4 december 1993).
Zie volgende scherm
-
3/9 Voedselacceptatie.
afbeelding
Vier houdingen van consumenten ten aanzien van BST:
1. De consument die de toepassing van BST acceptabel vindt, mits het niet schadelijk voor hem/haar is en mits de smaak van de melk goed blijkt te zijn. Een lage prijs is een leuke bijkomstigheid.
2. De consument die zegt de toepassing van BST acceptabel te vinden onder voorwaarde van onschadelijkheid en goede smaak, maar die het toch niet helemaal vertrouwt. Bij een gering prijsverschil tussen de twee soorten melk, neemt deze consument toch maar de oude, vertrouwde melk.
3. De consument die de toepassing van BST niet ziet zitten, omdat het onnatuurlijk is en omdat hij/zij de onschadelijkheid sterk betwijfelt. Een hoge prijs vormt geen bezwaar om de 'traditionele' melk te kopen.
4. De consument die, gezien de zuiveloverschotten, het nut van de toepassing van BST niet inziet. Voor deze consument doen eventuele voordelen niet ter zake. Van een gedragsintentie is nog geen sprake.
(Uit rapport SWOKA, instituut voor consumentenonderzoek (1987). Platform, april 1992).
Zie volgende scherm
-
4/9 Voedselacceptatie.
Moet genetisch gemanipuleerd voedsel in de winkel herkenbaar zijn?
De Food and Drug Administration, de Amerikaanse overheidsinstantie die beslist over toelating van nieuwe medicijnen en levensmiddelen in de VS, heeft al besloten dat het daar niet hoeft.
In Nederland proberen consumentenorganisaties te bereiken dat zo'n etiket er wél komt. De consument moet zélf kunnen kiezen, vinden zij, en niet de kans lopen ongemerkt een zak genetisch gemanipuleerde aardappelen in het wagentje te gooien.
Fabrikanten van genetisch gemanipuleerd voedsel voelen weinig voor een speciale vermelding op de verpakking. Dat zou pas kunnen, vinden zij, als vaststaat dat de consument precies begrijpt wat zo'n label betekent en de consequenties volledig kan overzien. Zover is het voorlopig nog lang niet. Het alternatief is dat producten ‘besmet' worden verklaard, en in de winkel blijven liggen. Schandaaltjes rond levensmiddelen in het verleden hebben aangetoond dat zelfs het kleinste spoor van wantrouwen bij de consument radicale gevolgen kan hebben voor het koopgedrag. Voor de industrie zou dat betekenen dat tientallen jaren onderzoek en investeringen ter waarde van vele miljoenen guldens niet worden terugverdiend.
Het Instituut voor Consumentenonderzoek SWOKA in Den Haag doet onderzoek naar de acceptatie door consumenten van nieuwe, genetisch gemanipuleerde voedingswaren. Daaruit blijkt onder meer dat de Nederlandse bevolking er gereserveerd tegenover staat. Wel nam de acceptatie toe naarmate er een hoger doel mee gediend werd: genetische manipulatie om producten gezonder' te maken of het gebruik van bestrijdingsmiddelen te verminderen, bleek voor meer mensen door de beugel te kunnen. Genetische manipulatie met bacteriën en planten vond men bovendien minder bezwaarlijk dan met dieren.
Voor de industrie is het begrijpelijkerwijs moeilijk te verteren dat tegen irrationele angsten en weerstanden opgebokst moet worden. Aan de andere kant heeft de consument er recht op te weten of een product via een controversiële productiemethode tot stand is gekomen, te meer daar nog weinig onderzoek is gedaan naar mogelijk schadelijke restproducten in gemanipuleerde voedingsmiddelen.
In de eerste onderhandelingen tussen fabrikanten en consumentenorganisaties tekent zich inmiddels wel een compromis af. Op het etiket van nieuwe producten zou op grond daarvan wel een speciale vermelding komen te staan. Beladen termen als ‘genetisch' of `gemanipuleerd' zullen echter worden vermeden, en vervangen door minder angstaanjagende omschrijvingen als ‘door biologische technieken verkregen'.
(VU-Magazine, mei 1993)
Zie volgende scherm
5/9 Voedselacceptatie.
Vat de tekst in twee zinnen samen.
6/9 Voedselacceptatie.
Welke langs moderne biotechnologische weg verkregen (toevoegingen aan) voedingsmiddelen worden in dit artikel genoemd?
Welke functie heeft elk van de genoemde producten bij de productie van het voedingsmiddel of met betrekking tot de uiteindelijke samenstelling van het betrokken voedingsmiddel?
7/9 Voedselacceptatie.
Wat bepaalt volgens jou een eventuele weerstand tegen deze via genetische manipulatie verkregen producten bij de consument?
8/9 Voedselacceptatie.
Waarom is het volgens jou al of niet een goede zaak dat dergelijke producten in het kader van de Warenwet bij WVC gemeld moeten worden?