Oefentoets Biologie: Assimilatie-dissimilatie | Kooldioxide/zuurstof | VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 4

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Assimilatie_dissimilatie

Bij onderzoek naar de vervuiling van water.

Bij onderzoek naar de vervuiling van water gaat men onder andere na hoeveel O2 er door eencelligen in dit water wordt verbruikt. Hoe hoger dit verbruik, des te meer eencelligen er aanwezig zijn. De aanwezigheid van veel eencelligen betekent meestal dat er veel vervuilende stoffen zijn.
Eencellige organismen die voorkomen zijn bijvoorbeeld algen en bacteriën. Algen zijn eencelligen met bladgroen. De bacteriën in het water zijn reducenten.
Het bepalen van het O2 -verbruik gaat als volgt. Van het te onderzoeken water wordt het O2 -gehalte bepaald. Daarna wordt dit water gedurende 5 dagen in een flesje in het donker bewaard en dan wordt opnieuw het O2 -gehalte bepaald.

Is het O2 -gehalte na 5 dagen hoger of lager dan bij het begin van de bepaling?
Wie waren voor deze verandering verantwoordelijk?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Gaswisseling in een cel.
Zie figuur B 674 van de bijlage.

In de tekening geven de pijlen de richting aan waarin de gassen zich bewegen.

Is dit een cel uit een autotroof of een heterotroof organisme?
Door welk proces wordt deze gaswisseling veroorzaakt?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Een aquarium met planten en vissen.

Een aquarium met planten en vissen staat in het licht. Op een bepaald moment worden alle planten verwijderd. De veranderingen die daarna optreden in het zuurstofgehalte en in het kooldioxidegehalte van het water zijn in een van de weergegeven diagrammen op juiste wijze uitgezet.

Zie figuur B 944 van de bijlage.

Het juiste diagram is

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Een aquarium met groene waterplanten en vissen.

In een aquarium bevinden zich groene waterplanten en vissen. Het aquarium staat in het licht.
Nu worden alle planten verwijderd.

Wat voor gevolgen heeft dit voor de hoeveelheid zuurstof en kooldioxide in het water?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Een proefopstelling met waterpest.
Zie figuur B 1055 van de bijlage.

In de figuur staat een proefopstelling.

In welke buis wordt de meeste kooldioxide verbruikt en in welke wordt de meeste zuurstof gevormd?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Schema's van de gaswisseling van cellen.
In de volgende schema's geven de pijlen de richting aan waarin gassen stromen bij de gaswisseling van cellen.

1. kooldioxide ® cel ® zuurstof
2. zuurstof ® cel ® kooldioxide.

Geldt 1 voor een kastanjeboom en/of voor een paddestoel?
En 2?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Twee eencellige organismen.
Zie figuur B 1084 van de bijlage.

In de tekening zijn twee eencellige organismen weergegeven.
Organisme 1 bezit chlorofyl en organisme 2 niet.

Kan CO2 geproduceerd worden door 1?
En door 2?
Kan O2 geproduceerd worden door 1?
En door 2?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Koolstofdioxideproductie in een blad.
Zie figuur B 680 van de bijlage.

De tekening stelt een doorsnede van een deel van een blad voor. De bladgroenkorrels zijn niet getekend.
Het blad bevindt zich aan een plant die in het zonlicht staat.

In welke van de aangegeven cellen ontstaat CO2 ?
En in welke O2 ?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Vier beweringen over het gebruik van gassen.
Hieronder staan vier beweringen over het gebruik van gassen bij de stofwisseling van autotrofe of heterotrofe organismen.

1. Autotrofe organismen kunnen zuurstof verbruiken.
2. Autotrofe organismen kunnen koolstofdioxide verbruiken.
3. Heterotrofe organismen kunnen zuurstof verbruiken.
4. Heterotrofe organismen kunnen koolstofdioxide verbruiken.

Welke beweringen zijn juist?

Assimilatie_dissimilatie

Afgifte en opname van koolstofdioxide en zuurstof.
Zie figuur A 394 van de bijlage.

In de afbeelding zijn vier schema's getekend. Deze schema's geven de mogelijke opname en afgifte van koolstofdioxide en zuurstof door de organismen weer.

Welk van deze schema's geeft de situatie midden op de dag juist weer?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Planten en paddestoelen.
Zie figuur B 1815 van de bijlage.

In een afgesloten ruimte met planten van één soort worden regelmatig het O2 -gehalte en het CO2 -gehalte van de lucht bepaald. De resultaten zijn uitgezet in onderstaand diagram.

Bevat de ruimte planten met bladgroen of paddestoelen?
Staan de planten in het licht of in het donker?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Vier schematische tekeningen van een bladgroenhoudende cel.
Zie figuur B 2136 van de bijlage.

Hieronder staan vier schematische tekeningen (figuren 1 t/m 4) van een bladgroenhoudende cel.
Een pijltje dat de cel inwijst, betekent, dat het erbij vermelde gas wordt opgenomen.
Een pijltje dat van de cel naar buiten wijst, betekent, dat dit gas door de cel wordt afgegeven.

De ademhaling van de bladgroenhoudende cel is juist weergegeven

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Schema's van opname of afgifte van gassen.
Zie figuur B 1804 van de bijlage.

De vakjes 1 en 2 stellen organismen voor. De pijlen geven de opname of afgifte aan van gassen.

Welke organismen kunnen door 1 en welke door 2 worden voorgesteld?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Een plant met bladgroen onder een glazen stolp.
Zie figuur B 1831 van de bijlage.

Een plant met bladgroen wordt onder een glazen stolp gezet (zie tekening). De opstelling staat in het licht. Direct na het inzetten van de proef wordt de hoeveelheid zuurstof en de hoeveelheid koolstofdioxide in de stolp gemeten.
Na drie uur wordt de hoeveelheid van beide gassen in de stolp opnieuw gemeten.

Na deze drie uur zal er in de stolp

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Het O2 -gehalte in vervuild water.

Bij onderzoek naar de vervuiling van water gaat men onder andere na hoeveel O2 er door eencelligen in dit water wordt verbruikt. Hoe hoger dit verbruik, des te meer eencelligen er aanwezig zijn. De aanwezigheid van veel eencelligen betekent meestal dat er veel vervuilende stoffen zijn.
Eencellige organismen die voorkomen zijn bijvoorbeeld algen en bacteriën. Algen zijn eencelligen met bladgroen. De bacteriën in het water zijn reducenten.
Het bepalen van het O2 -verbruik gaat als volgt. Van het te onderzoeken water wordt het O2 -gehalte bepaald. Daarna wordt dit water gedurende 5 dagen in een flesje in het donker bewaard en dan wordt opnieuw het O2 -gehalte bepaald.

Bij welke temperatuur zal de verandering van het O2 -gehalte na 5 dagen waarschijnlijk het grootst zijn?

Assimilatie_dissimilatie

Een proefopstelling met verschillende organismen.
Zie figuur B 838 van de bijlage.

De tekeningen stellen voor een proefopstelling met verschillende organismen.
De erlenmeyers 1 en 3 bevatten leidingwater, 50 watervlooien en een waterplant met bladgroen.
De erlenmeyers 2 en 4 bevatten leidingwater en 50 watervlooien.
De erlenmeyers 1 en 2 staan in het donker.
De erlenmeyers 3 en 4 staan in het licht.

In welke erlenmeyer neemt de hoeveelheid O2 het snelst af?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

O2 -verbruik en de O2 -productie door de cellen van een plant.
Zie figuur B 852 van de bijlage.

In het diagram zijn het O2 -verbruik en de O2 -productie door de cellen van een plant op een bepaalde dag uitgezet tegen de tijd. De zon gaat op deze dag om half 6 op en om 21 uur onder.

Vier leerlingen trekken uit het diagram de volgende conclusies:

- Leerling 1 zegt dat de plant tussen half 6 en 7 uur alleen maar O2 verbruikt en geen O2 produceert.
- Leerling 2 zegt dat de plant tussen half 6 en 14 uur alleen O2 aan de omgeving afgeeft en geen O2 opneemt.
- Leerling 3 zegt dat de plant na 20 uur geen O2 meer produceert.
- Leerling 4 zegt dat de plant na 20 uur geen O2 meer aan de omgeving afgeeft.

Welke leerling trekt de juiste conclusie?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Stofwisseling planten bij verhoging van de temperatuur.
Zie figuur B 858 van de bijlage.

Een plant met bladgroen wordt in een proefopstelling in het licht geplaatst. Bij verschillende omgevingstemperaturen tussen 5°C en 50°C wordt gemeten hoeveel O2 deze plant per uur afgeeft. De resultaten zijn in het diagram weergegeven.

Uit het diagram valt af te lezen, dat bij verhoging van de temperatuur de stofwisseling van deze planten

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

De zuurstofopname of zuurstofafgifte van een groene plant.
Zie figuur B 327 van de bijlage.

Bij een groene plant wordt gedurende tien uur de zuurstofopname of zuurstofafgifte per uur gemeten.
De eerste vijf uur staat de plant in het donker, de tweede vijf uur in het licht.
De resultaten zijn weergegeven in het afgebeelde diagram.

Hoeveel bedraagt de totale hoeveelheid bij de fotosynthese geproduceerde zuurstof gedurende het laatste uur van de proef?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Een aquarium in de zon.

Een aquarium met planten met bladgroen staat in het volle zonlicht. Regelmatig wordt het zuurstofgehalte van het water bepaald; het resultaat van de metingen wordt uitgezet in een diagram.
Op tijdstip t zijn enkele vissen in het water gezet.

Zie figuur B 675 van de bijlage.


Welke van de vier diagrammen is juist?

afbeeldingafbeelding