Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aantal vragen
20
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
VMBO theoretische leerweg, 4
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Assimilatie
De betekenis van planten voor de mens.
Beschrijf in enkele zinnen welke betekenis planten hebben voor de mens. Gebruik daarbij één of meer keren de volgende vijf woorden of zinsdelen:
- fotosynthese; - zonne-energie wordt vastgelegd; - verbranding in het lichaam van de mens; - voedsel; - zuurstof.
Assimilatie
Een proef met bladeren. Zie figuur B 2290 van de bijlage.
Tijdens een biologiepracticum voert een leerling een proef uit. Hij plukt van twee planten een blad. Blad 1 (zie de afbeelding 2) is van een plant die 24 uur in het licht heeft gestaan. Blad 2 is van een plant die 24 uur in het donker heeft gestaan.
De uitvoering van de proef gaat als volgt: - de bladeren worden eerst in kokend water gedompeld; - daarna worden de bladeren in alcohol gedaan tot de groene kleur eruit is verdwenen; - de bladeren (die nu wit zijn) worden dan overgebracht in een petrischaal met jodiumoplossing; - na enige tijd worden de bladeren afgespoeld en op een witte ondergrond gelegd om de kleur goed te kunnen bekijken. Eén van beide bladeren is na afloop van de proef blauw geworden.
Welk blad is dit? Geef een verklaring voor je antwoord. In je verklaring moet zijn aangegeven waardoor blauwkleuring ontstaat en waardoor het verschil tussen beide bladeren optreedt.
afbeelding
Assimilatie
Proefopstelling met een plant in het donker. Zie figuur B 3540 van de bijlage.
In de afbeelding is een proefopstelling met een plant getekend. Stof P haalt alle koolstofdioxide uit de lucht. De proefopstelling staat bij kamertemperatuur in het donker.
In welke fles(sen) zal het kalkwater troebel worden? Antwoord met ja of nee.
in fles 1: [invulveld] in fles 2: [invulveld]
afbeelding
Assimilatie
Wel of geen fotosynthese. Zie figuur B 3387 van de bijlage.
In de afbeelding zijn vier organismen getekend.
Geef voor elk van deze organismen aan of er fotosynthese kan plaatsvinden. Doe dit door 'ja' of 'nee' in te vullen.
Fotosynthese bij een boonplant. Zie figuur B 3448 van de bijlage.
In de afbeelding is een jonge boonplant getekend. In deze plant vindt fotosynthese plaats.
In welk of in welke van de genummerde delen vindt in dit stadium fotosynthese plaats?
in deel [invulveld]
afbeelding
Assimilatie
Glucosevorming in een paardebloem. Zie figuur B 3388 van de bijlage.
In de afbeelding is een paardebloem getekend. Enkele delen zijn genummerd.
Geef voor elk van de genummerde delen aan of er glucose worden gevormd uit o.a. koolstofdioxide. Doe dit door ja of nee in te vullen.
in deel 1: [invulveld] in deel 2: [invulveld] in deel 3: [invulveld]
afbeelding
Assimilatie
Kiemplantjes van een boon in ontwikkeling. Zie figuur B 775 van de bijlage.
In de afbeelding zijn kiemplantjes van een boon getekend in verschillende stadia van ontwikkeling.
In welk(e) van deze kiemplantjes kan er glucose worden gemaakt uit water en koolstofdioxide? Antwoord met ja of nee.
in plant 1: [invulveld] in plant 2: [invulveld] in plant 3: [invulveld] in plant 4: [invulveld]
afbeelding
Assimilatie
Zetmeelvorming in een paardebloem. Zie figuur B 3388 van de bijlage.
In de afbeelding is een paardebloem getekend. Enkele delen zijn genummerd.
Geef voor elk van de genummerde delen aan of er glucose kan worden omgezet in zetmeel. Doe dit door ja of nee in te vullen.
in deel 1: [invulveld] in deel 2: [invulveld] in deel 3: [invulveld]
afbeelding
Assimilatie
Zuurstofverbruik in een blad. Zie figuur B 3389 van de bijlage.
In de afbeelding is een doorsnede van een blad schematisch getekend. Enkele delen zijn genummerd.
In welk(e) van de genummerde delen wordt in het donker zuurstof verbruikt? Doe dit door ja of nee achter het deel te schuiven.
afbeelding
Assimilatie
1/2 Zuurstofproductie.
Door de eeuwen heen hebben verschillende wetenschappers onderzoek gedaan aan planten. Zo voerde in de 18e eeuw de Nederlandse arts Jan Ingenhousz experimenten uit om te onderzoeken onder welke omstandigheden planten zuurstof produceren.
Geef de naam van het proces waarbij een plant zuurstof produceert.
Dit proces heet [invulveld]
Assimilatie
2/2 Zuurstofproductie.
Welke twee stoffen verbruikt een plant bij de productie van zuurstof?
Assimilatie
1/3 Gasbelletjes. Zie figuur B 4430 van de bijlage.
Enkele leerlingen doen een experiment met waterpest. In de afbeelding is de proefopstelling weergegeven.
Als er licht op het plantje valt, produceert het gasbelletjes. Dit gas wordt gemaakt bij de fotosynthese.
Hoe heet dit gas?
Dit gas heet [invulveld]
afbeelding
Assimilatie
2/3 Gasbelletjes.
De leerlingen vragen zich af wat de invloed is van de afstand tussen de lamp en de bak op de fotosynthese in het plantje. Ze tellen het aantal belletjes dat het plantje per minuut produceert bij verschillende afstanden tussen de lamp en de bak. De resultaten staan in de tabel.
afbeelding
Zie figuur B 4431 van de bijlage.
Maak op de uitwerkbijlage een lijndiagram van de gegevens uit de tabel.
afbeelding
Assimilatie
3/3 Gasbelletjes.
De leerlingen willen een conclusie trekken uit de resultaten.
Wanneer de afstand van de lamp tot de bak groter wordt, heeft dat dan invloed op de fotosynthese?
Assimilatie
1/3 Fotosynthese. Zie figuur B 4454 van de bijlage.
In de afbeelding is een schema van de fotosynthese weergegeven.
Welke stoffen moeten bij P en bij Q ingevuld worden om het schema volledig te maken?
P = [invulveld] Q = [invulveld]
afbeelding
Assimilatie
2/3 Fotosynthese. Zie figuur B 4455 van de bijlage.
Er wordt een experiment gedaan met twee even grote planten die in het licht staan (zie de afbeelding).
In welke plant wordt de meeste glucose gevormd?
afbeelding
Assimilatie
3/3 Fotosynthese. Zie figuur B 4456 van de bijlage.
In de afbeelding is een diagram weergegeven dat het verband aangeeft tussen de hoeveelheid licht en de hoeveelheid glucose die in een bepaalde plant wordt gemaakt. Er wordt een onderzoek gedaan naar de invloed van het veranderen van de hoeveelheid licht op de vorming van glucose in de plant. Eerst wordt het effect bekeken als de hoeveelheid licht toeneemt van T naar U. Daarna wordt het effect bekeken als de hoeveelheid licht toeneemt van V naar W.
Wanneer is het effect op de hoeveelheid gevormde glucose het grootst? Of is er geen verschil?
afbeelding
Assimilatie
Een proces in planten.
In een plant ontstaat glucose uit water en koolstofdioxide.
Hoe heet dit proces en in welke cellen van deze plant vindt dit plaats?
Dit proces heet
Assimilatie
Beweringen over fotosynthese.
Hieronder volgen vier beweringen over fotosynthese:
1. Voor fotosynthese is onder andere H2
O en O2
nodig. 2. Het licht levert de energie voor de fotosynthese. 3. Alleen in landplanten kan fotosynthese plaatsvinden. 4. Bij fotosynthese ontstaat alleen suiker.
Welke van deze beweringen is juist?
Assimilatie
Oogwiertjes & amoeben. Zie figuur B 1841 van de bijlage.
In de bakken 1 en 3 worden oogwiertjes gekweekt. Oogwiertjes zijn eencelligen die bladgroen bezitten. In de bakken 2 en 4 worden amoeben gekweekt. De bakken 1 en 2 worden in het licht geplaatst; de bakken 3 en 4 in het donker (zie tekeningen).
In welke bak bevat het water na 24 uur de meeste zuurstof?