Oefentoets Biologie: Uitscheiding - nier_bouw | VWO 4/VWO 5/VWO 6

Deze oefentoets bevat 18 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

18

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Uitscheiding

Nierkanaaltjes.

Over de nierkanaaltjes van de mens worden de volgende uitspraken gedaan:

1. het zuurstofverbruik door de cellen van de nierkanaaltjes is gering, vergeleken met dat door de cellen van de nierkapsels;
2. het zuurstofverbruik door de cellen van de nierkanaaltjes is groot, vergeleken met dat door de cellen van de nierkapsels;
3. de cellen van de nierkanaaltjes onttrekken zouten en glucose aan de vloeistof in de nierkanaaltjes.
4. de vloeistof die de nierkanaaltjes binnenkomt bevat zouten en ureum, maar geen glucose;

Welke uitspraken zijn juist?

Uitscheiding

Nierkanaaltje.
Zie figuur B 160 van de bijlage.

De tekeningen 1, 2 en 3 zijn met dezelfde vergroting getekende dwarsdoorsneden van drie achtereenvolgende delen van een nierkanaaltje. Uit proefnemingen blijkt dat per minuut ongeveer 100 ml vloeistof doorsnede 1 passeert, ongeveer 20 ml doorsnede 2 en ongeveer 10 ml doorsnede 3.

Wat is er de voornaamste oorzaak van dat er naar het eind toe steeds minder vloeistof per minuut door het nierkanaaltje gaat?

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

Uitscheiding.
Zie figuur B 2364 van de bijlage.

De afbeelding geeft een deel van een nier van de mens weer. Vier plaatsen zijn aangegeven met cijfers.

Op welke van deze plaatsen bevinden zich cellen die ATP verbruiken?

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

Nierkapsels.

Over de werking van de nierkapsels bij de mens worden twee beweringen gedaan:

1. de vloeistof die vanuit het bloed de nierkapsels binnenkomt, bevat onder andere zouten en ureum, maar geen glucose;
2. het glucoseverbruik door de cellen van de nierkapsels is gering, vergeleken met het glucoseverbruik door de cellen van de nierkanaaltjes.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

Uitscheiding

2/4 Bouw en werking van nieren.
Zie figuur A 735 van de bijlage.

In de afbeelding is de bouw van dekweefselcellen in de wand van het eerste gekronkelde nierbuisje in een nefron schematisch weergegeven.

Door de wand van het eerste gekronkelde nierbuisje vindt transport van stoffen uit de voorurine naar het bloed plaats.

Noem twee in de afbeelding getekende kenmerken van de dekweefselcellen die samenhangen met dit transport van stoffen.

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

3/4 Bouw en werking van nieren.

Door de dekweefselcellen van het nierbuisje worden onder andere eiwitten uit de voorurine opgenomen, die in de voorurine in een zeer lage concentratie aanwezig zijn. Deze eiwitten worden vervolgens in de dekweefselcellen gehydrolyseerd.
Twee beweringen over de hydrolyseproducten zijn:

1. deze kunnen door de dekweefselcellen zelf gebruikt worden voor de productie van onderdelen van het endoplasmatisch reticulum;
2. deze kunnen aan het bloed worden afgegeven.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

Uitscheiding

4/4 Bouw en werking van nieren.

In welk type organel vindt hydrolyse van eiwitten meestal plaats?

Uitscheiding

1/2 Een nier.
Zie figuur B 1487 van de bijlage.

De afbeelding geeft een niereenheid van de mens weer met bijbehorende bloedvaten. Enkele delen zijn met cijfers aangegeven.

In welk van de delen 2, 3 of 5 bezitten de wandcellen de meeste mitochondriën per cel?

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

2/2 Een nier.
Zie figuur B 1487 van de bijlage.

Van het bloedplasma dat door bloedvat 1 wordt aangevoerd, wordt 20% voorurine. De overige 80% stroomt verder door bloedvat 5. Van de K+ -ionen in de voorurine wordt 90% geresorbeerd. Van het water in de voorurine wordt 99% geresorbeerd.

Op welke van de plaatsen 2, 4 of 6 is de concentratie K+ -ionen het hoogst?

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

1/5 Candiru.
Zie figuur A 1394 van de bijlage.

Lees onderstaand fragment uit ‘Tussen Orinoco en Amazone’ van Redmond O’Hanlon.
Redmond O'Hanlon (1947) is een reisschrijver. Hij heeft een heel plastische schrijfstijl. Hieronder volgt een fragment uit zijn boek 'Tussen Orinoco en Amazone'.

1 Wat echter het hardnekkigst in onrustige nachten door mijn dromen zwom was de
2 candiru, de tandenstokervis - een minieme meerval die een parasitair bestaan leidt in
3 kieuwen en cloaca van grotere vissen. Toen ik op Borneo in longhouses verbleef, had ik
4 geleerd dat het gepast is wanneer je vroeg in de ochtend naar de rivier gaat - je
5 weet dat je in het sociaal aanvaarde stuk modderrivier zwemt wanneer de vissen met
6 hun neus tegen je broek duwen, omdat ze willen dat je die uittrekt en hun ontbijt
7 produceert. In het Amazonegebied daarentegen zou elke dakloze candiru, gesteld dat
8 je te veel gedronken hebt en zo onverstandig bent om onder het zwemmen te
9 urineren, je door die geur aanzien voor een grote vis en opgewonden tegen je stroom
10 urinezuur opzwemmen, je urethra binnendringen als een worm in zijn holletje, en hij
11 zou, door zijn kieuwdeksels op te zetten, een krans van naar beneden gerichte
12 stekels vormen. Er kan niets tegen worden gedaan. De pijn schijnt opzienbarend te
13 zijn. Je moet naar een ziekenhuis voordat je blaas springt; je moet een chirurg
14 verzoeken je penis af te snijden.


De auteur legt een relatie tussen urethra (regel 10), blaas (regel13) en penis (regel 14).

Wat is bij een staande man in rust de ligging van de urethra ten opzichte van deze beide andere organen?

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

4/5 Candiru.

Lees onderstaand fragment uit ‘Tussen Orinoco en Amazone’ van Redmond O’Hanlon.
Redmond O'Hanlon (1947) is een reisschrijver. Hij heeft een heel plastische schrijfstijl. Hieronder volgt een fragment uit zijn boek 'Tussen Orinoco en Amazone'.

1 Wat echter het hardnekkigst in onrustige nachten door mijn dromen zwom was de
2 candiru, de tandenstokervis - een minieme meerval die een parasitair bestaan leidt in
3 kieuwen en cloaca van grotere vissen. Toen ik op Borneo in longhouses verbleef, had ik
4 geleerd dat het gepast is wanneer je vroeg in de ochtend naar de rivier gaat - je
5 weet dat je in het sociaal aanvaarde stuk modderrivier zwemt wanneer de vissen met
6 hun neus tegen je broek duwen, omdat ze willen dat je die uittrekt en hun ontbijt
7 produceert. In het Amazonegebied daarentegen zou elke dakloze candiru, gesteld dat
8 je te veel gedronken hebt en zo onverstandig bent om onder het zwemmen te
9 urineren, je door die geur aanzien voor een grote vis en opgewonden tegen je stroom
10 urinezuur opzwemmen, je urethra binnendringen als een worm in zijn holletje, en hij
11 zou, door zijn kieuwdeksels op te zetten, een krans van naar beneden gerichte
12 stekels vormen. Er kan niets tegen worden gedaan. De pijn schijnt opzienbarend te
13 zijn. Je moet naar een ziekenhuis voordat je blaas springt; je moet een chirurg
14 verzoeken je penis af te snijden.


Wat bedoelt Redmond O’Hanlon met 'een parasitair bestaan [...] in kieuwen en cloaca van grotere vissen’ (regel 2-3)?

Uitscheiding

1/3 Een nefron.
Zie figuur A 1212 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding
In figuur is de functionele anatomie van een nefron (niereenheid) weergegeven.

1: distale tubulus; gekronkeld deel 2: distale tubulus; verbindend deel
3: nierkapsel 4: Lis van Henle; dikke opstijgende tak
5: verzamelbuis 6: Lis van Henle; dunne opstijgende tak
7: Lis van Henle; dalende tak 8: adertje
9: proximale tubulus 10: afvoerend slagadertje
11: aanvoerend slagadertje

Zie volgende scherm

Uitscheiding

In het lichaam van de mens.

Over stoffen in de voorurine worden de volgende beweringen gedaan:

1. een deel van de glucose uit het bloedplasma dat door de nierslagaders stroomt, komt in de voorurine terecht;
2. alle ureum uit het bloedplasma dat per dag door de nierslagaders stroomt, komt gedurende die dag in de voorurine terecht;
3. een deel van de glucose die in de voorurine aanwezig is, wordt door de cellen van de nierkanaaltjes verbruikt.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?