Oefentoets Biologie: Ademhaling - Roken | VMBO theoretische leerweg, 4

Deze oefentoets bevat 28 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

28

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ademhaling

Problemen door roken.

Een vrouw van 40 rookt al vele jaren. Zij heeft nu problemen met traplopen gekregen. Het kost haar veel moeite boven te komen.

Leg uit dat door het roken bij die vrouw problemen zijn ontstaan bij grote inspanningen zoals traplopen.

Ademhaling

1/5 Ademhaling en roken.
Zie figuur A 790 van de bijlage.

Tijdens de ademhaling verandert de hoeveelheid lucht in de longen voortdurend. Deze veranderingen worden bij een proefpersoon gedurende enige tijd bepaald. In die tijd ademt de proefpersoon op verschillende manieren in en uit. Er wordt ook enkele keren zo diep mogelijk in- en uitgeademd.
In de afbeelding worden de resultaten weergegeven.

Hoeveel liter lucht ademt de proefpersoon uit tussen tijdstip 1 en 2? Dit is [invulveld] liter

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

2/5 Ademhaling en roken.
Zie figuur A 790 van de bijlage.

Als je zo diep mogelijk uitademt, blijft er toch nog een hoeveelheid lucht in de longen aanwezig. Deze hoeveelheid lucht wordt het 'residu' genoemd.

Welke letter in het diagram geeft het residu aan?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

3/5 Ademhaling en roken.

Worden bij diepe inademing middenrifspieren samengetrokken?
En worden dan tussenribspieren samengetrokken?

Ademhaling

4/5 Ademhaling en roken.

Met sigarettenrook worden schadelijke stoffen ingeademd, zoals koolmonoxide, nicotine en teer.
Koolmonoxide wordt vanuit de longen opgenomen in rode bloedcellen, waardoor die niet goed meer werken.
Teer komt als een laagje tegen de wand van de longblaasjes terecht.

Wat is het directe gevolg van opname van koolmonoxide in het bloed?

Ademhaling

5/5 Ademhaling en roken.

Heeft teer in de longen invloed op de afgifte van koolstofdioxide uit het bloed?
En heeft het invloed op de opname van zuurstof in het bloed?

Ademhaling

1/4 Tabaksrook.

Tabaksrook bestaat onder andere uit een mengsel van gassen en teerdruppeltjes. Als een roker tabaksrook inhaleert, blijven teerdruppeltjes aan de wand van de longblaasjes plakken. Hierdoor ontstaat bij deze rokers langzamerhand een laagje teer in de longblaasjes.
Koolstofmonoxide is één van de schadelijke gassen in tabaksrook. Dit gas wordt in de rode bloedcellen opgenomen, waardoor deze hun eigenlijke functie niet meer kunnen vervullen. Sander is 18 jaar en hij rookt sinds twee jaar. Als gevolg van het roken wordt hij bij lichamelijke inspanning sneller moe dan in de tijd dat hij nog niet rookte.

Leg met behulp van bovenstaande tekst over tabaksrook uit, waardoor Sander als gevolg van het roken sneller moe wordt.

Ademhaling

2/4 Tabaksrook.

Tabaksrook tast het slijmvlies in de luchtwegen aan. Hierdoor vermindert de werking van de trilharen van dit slijmvlies.

Wat is de functie van de trilharen van het slijmvlies?

Ademhaling

3/4 Tabaksrook.

Sander moet veel vaker hoesten sinds hij rookt.
Tijdens het hoesten wordt diep en krachtig uitgeademd.

Trekken de buikspieren zich samen tijdens zo'n diepe uitademing?
En de middenrifspieren?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

4/4 Tabaksrook.

Sander gaat stoppen met roken. Hij weet dat roken op de lange duur nog andere schadelijke gevolgen kan hebben voor zijn lichaam dan de hierboven genoemde.

Noem een ziekte die het gevolg van roken kan zijn.

Ademhaling

1/6 Tabaksrook.

1 Tabaksrook bevat een groot aantal stoffen. Zo komt er koolstofmonoxide
2 in voor. Koolstofmonoxide gaat in het bloed op de plaats zitten waar
3 gewoonlijk zuurstof zit. Een andere stof is nicotine. Door deze stof
4 trekken onder andere bloedvaten in de huid zich samen.
5 Weer een ander bestanddeel is teer. Teer heeft onder andere tot gevolg
6 dat trilharen in de luchtpijp stil komen te staan en op den duur zelfs
7 verdwijnen. Bovendien neemt de slijmproductie door de aanwezigheid van
8 teer sterk toe. Het gevolg is dat de roker gaat hoesten. Teer heeft onder
9 andere ook tot gevolg dat op den duur delen van de longen afsterven.

In welke delen van het bloed komt koolstofmonoxide vooral terecht?

Ademhaling

2/6 Tabaksrook.

Zal door de nicotine in het bloed de hoeveelheid bloed in de huid veranderen?
Zo ja, hoe?

Ademhaling

3/6 Tabaksrook.

Welke functie heeft de trilhaarbeweging in de luchtpijp?

Ademhaling

4/6 Tabaksrook.

Bij het hoesten wordt met kracht lucht uit de longen gedreven, doordat de buikspieren zich samentrekken.

Trekken hierbij de middenrifspieren zich samen of ontspannen ze zich?
Wat gebeurt er dan met het middenrif?

Ademhaling

5/6 Tabaksrook.

1 Tabaksrook bevat een groot aantal stoffen. Zo komt er koolstofmonoxide
2 in voor. Koolstofmonoxide gaat in het bloed op de plaats zitten waar
3 gewoonlijk zuurstof zit. Een andere stof is nicotine. Door deze stof
4 trekken onder andere bloedvaten in de huid zich samen.
5 Weer een ander bestanddeel is teer. Teer heeft onder andere tot gevolg
6 dat trilharen in de luchtpijp stil komen te staan en op den duur zelfs
7 verdwijnen. Bovendien neemt de slijmproductie door de aanwezigheid van
8 teer sterk toe. Het gevolg is dat de roker gaat hoesten. Teer heeft onder
9 andere ook tot gevolg dat op den duur delen van de longen afsterven.

Zal de warmte-afgifte door de huid ten gevolge van het in de regels 3 en 4 beschreven proces afnemen, toenemen of gelijk blijven?

Ademhaling

6/6 Tabaksrook.

Trekken hierbij de buikspieren zich samen of ontspannen ze zich?
Wat gebeurt er daardoor met het middenrif?

Ademhaling

Tabaksrook.

Tabaksrook bevat onder andere koolstofmonoxide, ook wel bekend als kolendamp.
Een roker krijgt elke keer als hij een sigaret rookt een kleine hoeveelheid kolendamp binnen. Het blijkt dat koolstofmonoxide in het bloed op de plaats gaat zitten waar normaal zuurstof gebonden wordt. Het koolstofmonoxide gaat niet gemakkelijk van die plaats af.

Welk deel van het bloed van een roker bindt of welke delen binden koolstofmonoxide?

Ademhaling

Sigarettenrook.

Welk bestanddeel van sigarettenrook verhoogt de kans op het krijgen van kanker?
Door welk bestanddeel in sigarettenrook wordt de zuivering van de inademlucht minder?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Invloed van roken.

Tabaksrook bevat schadelijke stoffen, zoals teer, nicotine en koolmonoxide.
De teer in tabaksrook beschadigt onder andere de trilharen in de slijmvliezen.
Nicotine is een giftige stof die het zenuwstelsel beïnvloedt. Van nicotine kun je afhankelijk worden.
Koolmonoxide is een gas dat in het bloed wordt opgenomen. Hierdoor kan het bloed minder zuurstof opnemen.

In de tabel hieronder staan drie schadelijke gevolgen van roken genoemd.
afbeeldingafbeelding
Geef hieronder met ja of nee aan welke stof volgens de tekst elk gevolg vooral veroorzaakt.

hoesten: teer: [invulveld] nicotine: [invulveld] koolmonoxide: [invulveld]
minder uithoudingsvermogen: teer: [invulveld] nicotine: [invulveld] koolmonoxide: [invulveld]
verslaving: teer: [invulveld] nicotine: [invulveld] koolmonoxide: [invulveld]

Ademhaling

1/2 Invloed van roken.

In tabaksrook bevinden zich schadelijke stoffen zoals koolstofmonoxide, nicotine en teer.
Koolstofmonoxide is een gas dat in het bloed wordt opgenomen. Hoe meer koolstofmonoxide zich in het bloed bevindt, des te minder zuurstof kan het bloed opnemen.
Nicotine is een giftige stof die het zenuwstelsel beïnvloedt. Nicotine kan verslavend werken.
De teer in de tabaksrook beschadigt onder andere de wand van de longblaasjes en de trilharen in de slijmvliezen.

Twee schadelijke gevolgen van roken zijn: hoesten en minder uithoudingsvermogen.

Welke van de genoemde stoffen uit tabaksrook kan zowel hoesten als minder uithoudingsvermogen tot gevolg hebben?

Ademhaling

2/2 Invloed van roken.

Als een zwangere vrouw rookt, komt een deel van de schadelijke stoffen ook terecht in het bloed van de baby.
Zwangere vrouwen die roken krijgen daardoor gemiddeld kleinere baby's dan vrouwen die niet roken.

Waar worden deze schadelijke stoffen uit het bloed van de moeder overgedragen aan het bloed van de baby?

Ademhaling

2/2 Stoffen in tabaksrook.

Wie rookt, heeft een grotere kans op bepaalde ziekten.

Noem zo'n ziekte die vaak voorkomt bij rokers.

Ademhaling

1/2 Onderzoek naar de invloed van roken.

Iemand onderzoekt de invloed van roken op het gemiddelde geboortegewicht van baby's. In de tabel staan de resultaten van dit onderzoek.
afbeeldingafbeelding

Schrijf een conclusie op uit de resultaten van dit onderzoek.

Ademhaling

2/2 Onderzoek naar de invloed van roken.

Om de resultaten betrouwbaarder te maken wil de wetenschapper het onderzoek verbeteren.

Noem een verandering of een aanvulling van het onderzoek waardoor de resultaten betrouwbaarder worden.

Ademhaling

Een invloed van nicotine.

Nicotine heeft verschillende effecten op het lichaam van een mens. Eén van de gevolgen is het verhogen van de productie van een bepaald hormoon. Dit hormoon verhoogt de activiteit van de spieren, van de ademhaling en van de bloedsomloop.

Welke hormoonklieren maken dit hormoon?

Ademhaling

1/2 Tabaksrook en trilharen.

Tabaksrook bestaat onder andere uit een mengsel van gassen en teerdruppeltjes. Tabaksrook tast het slijmvlies in de luchtwegen aan. Hierdoor vermindert de werking van de trilharen van dit slijmvlies.

Wat is de functie van de trilharen van het slijmvlies?

Ademhaling

2/2 Tabaksrook en trilharen.

Het neusslijmvlies bevat trilharen.

Op welke andere plaats bevinden zich ook trilharen?