Oefentoets Biologie: Bloed - transfusie | VWO 1/VWO 2

Ontdek de digitale toets over plasmaferese, gericht op studenten en professionals in de gezondheidszorg, waarin de soorten bloeddeeltjes, bloedstolling en immunisatie worden behandeld. Test je kennis met vragen over de werking van plasmaferese en de rol van bloeddeeltjes in het lichaam. - 7 vragen

Aantal vragen

7

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Soorten bloeddeeltjes in plasmaferese

1/7 Plasmaferese.
Zie figuur B 2991 van de bijlage.

Een bloeddonor is iemand die bloed geeft aan de bloedbank. Als de bloedbank een tekort heeft aan bloedplasma, worden bloeddonoren opgeroepen voor plasmaferese. Tijdens plasmaferese wordt het afgenomen bloed buiten het lichaam direct gescheiden in bloedplasma en bloeddeeltjes. Alleen het bloedplasma van de donor wordt verder gebruikt. De bloeddeeltjes worden weer teruggevoerd in het bloed van de donor.

Bloed bevat drie soorten bloeddeeltjes.

In de afbeelding, zie figuur B 2991 van de bijlage, is een microscopisch beeld van bloed weergegeven.

Geef de namen van de drie soorten bloeddeeltjes die met de letters P, Q en R worden aangegeven.

P =
Q =
R =

afbeeldingafbeelding

Bloedstolling en Plasmaferese

2/7 Plasmaferese.

In het bloedplasma bevindt zich een stof die betrokken is bij de bloedstolling.

Wat is de naam van deze stof?

Deze stof heet [invulveld]

Verschil tussen armader en armslagader

3/7 Plasmaferese.

Om bloed af te nemen wordt een naald in een armader van de donor geprikt. Een armader ligt dichter onder de huid en heeft een dunnere wand dan een armslagader.

Noem nog een ander verschil tussen een armader en een armslagader.

Bloedstroom na plasmaferese in het hart

4/7 Plasmaferese.
Zie figuur B 2992 van de bijlage.

In de afbeelding is een doorsnede van het hart weergegeven. Na de plasmaferese worden de bloeddeeltjes teruggevoerd naar het bloed in de armader. Dit bloed stroomt uiteindelijk weer naar het hart toe.

In welk deel van het hart komt dit bloed dan als eerste terecht?

afbeeldingafbeelding

Bloeddeeltjes die antistoffen produceren

5/7 Plasmaferese.

Uit het plasma dat bij de plasmaferese wordt opgevangen, worden verschillende eiwitten gehaald, onder andere antistoffen. Bepaalde antistoffen worden toegediend aan mensen met hepatitis.

Hoe heten de bloeddeeltjes die antistoffen maken?

Actieve of passieve immunisatie?

6/7 Plasmaferese.

Is de toediening van antistoffen actieve of passieve immunisatie? Leg je antwoord uit.

Nieuwe bloeddeeltjes en hun oorsprong

7/7 Plasmaferese.

Plasmaferese heeft minder gevolgen voor het lichaam van een donor dan gewone bloeddonatie, omdat de bloeddeeltjes weer teruggevoerd worden in het bloed van de donor. Het aanmaken van nieuwe bloeddeeltjes na een gewone bloedafname duurt ongeveer vier tot zes weken.

Welk weefsel maakt nieuwe bloeddeeltjes?