Osmose
Waterverlies bij vier soorten waterdieren.
Bij een experiment worden vier dieren van ongeveer dezelfde grootte uit hun eigen milieu overgebracht naar een ander milieu:
1. een zoetwatervis wordt overgebracht naar zeewater;
2. een zeevis wordt overgebracht naar zoet water;
3. een zoetwaterschildpad wordt overgebracht naar zeewater;
4. een zeeschildpad wordt overgebracht naar zoet water.
De dieren kunnen zich niet aanpassen aan hun nieuwe milieu.
Welk dier zal na een half uur het meeste water hebben verloren?








