Stofwisseling dieren
2/2 De galago.
Het omzetten van stoffen, zoals bij het eten, is een levenskenmerk.
Geef twee andere levenskenmerken die bij galago's kunnen voorkomen.
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VWO 1, VWO 2, VWO 3
NVON
cc-by-sa-40
2/2 De galago.
Het omzetten van stoffen, zoals bij het eten, is een levenskenmerk.
Geef twee andere levenskenmerken die bij galago's kunnen voorkomen.
Een goudvis.
Zie figuur B 4585 van de bijlage.
De lichaamstemperatuur van een goudvis wisselt met de omgeving. Zo gaat de lichaamstemperatuur van een goudvis omhoog als het water rond het dier warmer wordt. Hij wordt dan actiever en zwemt sneller heen en weer dan in koud water.
Verandert de snelheid van ademhaling van een goudvis als de lichaamstemperatuur hoger wordt?
afbeelding
1/2 Hartwormen.
Zie figuur B 4605 van de bijlage.
In een artikel staat:
Honden kunnen erg ziek worden door hartwormen. Larven van deze hartwormen leven in het lichaam van bepaalde muggen. Als zo'n mug een hond steekt, kunnen de hartwormen in de hond terechtkomen. Daar gaan ze op weg naar het hart van de hond. Ze groeien en vermeerderen zich sterk.
In de afbeelding zijn hartwormen in het hart van een hond te zien.
In welk deel van het hart zijn hartwormen te zien in de afbeelding?
afbeelding
2/2 Hartwormen.
Zie figuur B 4605 van de bijlage.
Door de grote hoeveelheid hartwormen kan bloedvat P uit de afbeelding verstopt raken.
Wat is de naam van P?
afbeelding
1/4 Jachtluipaarden.
In een boek staat het volgende:
"Een antilope staat rustig gras te eten. Een jachtluipaard rent naar de antilope. Als hij de antilope gevangen heeft, eet hij hem op."
Welke voedselketen wordt in de informatie beschreven?
2/4 Jachtluipaarden.
Een jachtluipaard is een vleeseter.
Welk type kiezen heeft een jachtluipaard?
3/4 Jachtluipaarden.
Zie figuur B 4609 van de bijlage.
In de afbeelding is een orgaanstelsel van een jachtluipaard te zien.
Welk type orgaanstelsel toont de afbeelding?
afbeelding
4/4 Jachtluipaarden.
Zie figuur B 4610 van de bijlage.
Een jachtluipaard heeft ogen die lijken op de ogen van een kat.
In een kattenoog en in een mensenoog is eenzelfde deel aangegeven met de letter P.
Wat is de naam van het deel dat is aangegeven met de letter P?
afbeelding
Dieren en temperatuur.
Zie figuur B 5035 van de bijlage.
In nevenstaand diagram staat het verband tussen de omgevingstemperatuur en de intensiteit van de stofwisseling bij twee dieren.
Wat stellen de Romeinse cijfers voor?
afbeelding
Kameleon.
Waardoor verandert de kleur van een kameleon?
Dolfijnen en zoet water.
Alle zoogdieren hebben zoet water nodig.
Sommige zoogdieren, bijvoorbeeld dolfijnen, leven in zee.
Hoe komen zij aan zoet water?
Giraffen drinken.
Hoe drinken giraffen zonder dat water hun neus uit loopt?
Een vogel in de kou.
Hoe voorkomt een vogel dat zijn pootjes bij felle kou bevriezen?
Zwemblaas.
Welke functie heeft de zwemblaas van een vis?
[invulveld]
Haaien en walvissen in de diepte.
In een zee zwemmen haaien en walvissen op een diepte van ongeveer 20 meter.
Welke van deze dieren kunnen het langst op deze diepte blijven zwemmen?
Mammoeten.
Zie figuur B 5083 van de bijlage.
Vroeger leefden er mammoeten. Dit waren enorme beesten, groter dan olifanten.
Ze hadden een huid met een dikke laag onderhuids vetweefsel van wel 8 tot 10 cm.
Leefden deze dieren in warme, tropische gebieden, in een gematigd klimaat zoals in Nederland of in koude gebieden met een regelmatig bevroren bodem of is dit op grond van deze gegevens niet te zeggen?
afbeelding
Vijf dieren.
De tabel hieronder toont van 5 dieren de lichaamstemperatuur, de hartslag en de maximale snelheid waarmee ze zich kunnen voortbewegen.
De nummers komen overeen met de volgende dieren: karper, mens, muis, olifant, en vleermuis.
afbeelding
Zet de dieren in de rechter kolom bij het juiste nummer in de linker kolom.
Kikkers en spitsmuizen.
Kikkers en spitsmuizen zijn ongeveer even groot. Ze leven op de grens tussen bos en weiland. Ze eten insecten. Naast deze overeenkomsten zijn er ook verschillen tussen beide soorten dieren. Zo zijn er verschillen in de voortplanting en zuurstofbehoefte. Een spitsmuis heeft op een koude zomerdag meer zuurstof nodig dan een kikker, ook al bewegen ze die dag evenveel en zijn ze even groot.
Door welke eigenschap hebben kikkers minder zuurstof nodig dan spitsmuizen?
Tegenstroom.
In de kieuwen van vissen is de richting van de waterstroom tegengesteld aan de stroomrichting van het bloed.
Dit systeem heeft voordelen ten opzichte van het in dezelfde richting stromen van water en bloed.
Een voordeel van het zogenaamde 'tegenstroomsysteem' is dat