Oefentoets Biologie: Bloed - Vaten | VWO 1/VWO 2 | variant 1

Deze digitale toets over spataders en bloedvaten is gericht op studenten in de gezondheidszorg en biedt inzicht in de anatomie en functie van bloedvaten, inclusief de rol van kleppen en de bloedsomloop. Ontdek belangrijke kenmerken van spataders, slagaders en haarvaten met bijbehorende illustraties en vragen. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Spataders en hun kenmerken

1/4 Spataders.
Zie figuur B 3248 van de bijlage.

Spataders komen bij mensen vooral voor in de benen. Ze ontstaan doordat het bloed in de aders niet goed terugstroomt naar het hart. De aders worden wijder en de kleppen in die aders sluiten niet goed meer.

In de afbeelding, zie figuur B 3248, zijn twee bloedvaten weergegeven. De vergroting is hetzelfde.

Welke tekening geeft een ader weer? Leg uit waaraan je dat in de afbeelding kunt zien.

afbeeldingafbeelding

Taak van kleppen in aders

2/4 Spataders.

Noem de taak van de kleppen in de aders.

Spataders en de bloedsomloop

3/4 Spataders.

Spataders komen vooral voor in de benen.

Zijn deze aders in de benen een deel van de grote bloedsomloop?
En zijn ze een deel van de kleine bloedsomloop?

Spataders en beroepsrisico's

4/4 Spataders.

Bij sommige beroepen is er een grotere kans op spataders.

Leg uit waardoor een kapster een grotere kans op spataders heeft dan een telefoniste.

Slagaders en hun kenmerken

1/2 Bloedvaten.
Zie figuur B 3103 en figuur B 3248 van de bijlage.

Soms heeft de wand van een slagader een zwakke plek. De slagader krijgt daar dan een uitstulping. Zo'n uitstulping kan gevaarlijk zijn, omdat hij kan knappen. Doktoren zijn steeds beter in staat om zo'n slagader te repareren.

In de afbeelding B 3248 zijn twee bloedvaten weergegeven. De vergroting is hetzelfde.

Welke tekening geeft een slagader weer? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Bloedverlies bij slagaders versus aders

2/2 Bloedvaten.

Behalve slagaders kunnen ook aders wijder worden. We noemen zulke aders dan spataders. Spataders zijn ongevaarlijk. Een bloeding van een spatader komt weinig voor en geeft haast geen bloedverlies. Dit is een groot verschil met een slagader die knapt.

Leg uit waardoor een geknapte slagader meer bloedverlies geeft dan een even grote geknapte ader

Identificatie van haarvaten in bloedvaten

1/2 Haarvaten.
Zie figuur B 3262 van de bijlage.

In het lichaam van een volwassen mens bevindt zich 100.000 km bloedvaten. Haarvaten vormen een groot deel hiervan.

In de afbeelding zijn drie bloedvaten weergegeven. De vergroting is hetzelfde.

Welk van deze bloedvaten is een haarvat? Leg uit waaraan je dat in de afbeelding kunt zien.

afbeeldingafbeelding

Bloeddruk in haarvaten versus slagaders

2/2 Haarvaten.

Tom vergelijkt de bloeddruk in haarvaten met de bloeddruk in slagaders.

Is er een verschil in bloeddruk?

Open been en staafdiagram maken

1/2 Open been.
Zie figuur A 778 van de bijlage.

Bij een open been heeft iemand een wond die slecht geneest. Vaak bevindt deze wond zich bij de enkel.
In de tabel is te zien dat een open been meestal ontstaat door problemen met bloedvaten.

afbeeldingafbeelding

Maak met de gegevens uit de tabel het afgebeelde staafdiagram, zie figuur A 778 af.

afbeeldingafbeelding

Open been: Identificeer de beenader

2/2 Open been.
Zie figuur B 3238 van de bijlage.

Meestal is een open been het gevolg van een slechte doorbloeding van beenaders.
In de afbeelding zijn een beenslagader en een beenader weergegeven. De vergroting is hetzelfde.

Welke tekening geeft een beenader weer? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Zuurstofrijk Bloed en Lichaamsdelen

Zuurstofrijk bloed.

Enkele delen van het lichaam van de mens zijn: de hartspier, een middenrifspier en een nier.

Welke van deze delen worden direct van zuurstofrijk bloed voorzien via één slagader?

Cholesterol en arteriosclerose

1/3 Arteriosclerose.

Bij het proces van arteriosclerose zijn de bloedvaten dichtgeslibd door een verbindweefselde verdikking van de bloedvatwand. Wanneer dit in de wand van het hart gebeurt, kan dit een hartinfarct tot gevolg hebben. Hierbij krijgt een deel van de hartspier niet meer voldoende zuurstof en sterft dan af.

Welke stof is verantwoordelijk voor het dichtslibben van bloedvaten?

Dichtslibben van bloedvaten bij hartinfarct

2/3 Arteriosclerose.

Welke bloedvaten zijn het meest waarschijnlijk dichtgeslibd bij iemand die een hartinfarct krijgt?

Haarvaten in de bloedsomloop

3/3 Arteriosclerose.

Maken de haarvaten in het weefsel van de hartspier deel uit van de grote of van de kleine bloedsomloop?

Identificatie van Bloedvaten in het Been

1/4 Bloedvaten.
Zie figuur B 2034 van de bijlage.

De afbeelding geeft twee bloedvaten weer uit een been van de mens. Om de binnenkant te kunnen zien, zijn de bloedvaten opengeklapt getekend.

Is bloedvat Q een ader, een haarvat of een slagader?

afbeeldingafbeelding

Bloedstroom in de benen van de mens

2/4 Bloedvaten.
Zie figuur B 2034 van de bijlage.

In welk vat of in welke vaten stroomt het bloed in een been van de mens van het hart af?

afbeeldingafbeelding

Zuurstofarm bloed in bloedvaten

3/4 Bloedvaten.
Zie figuur B 2034 van de bijlage.

In welk vat of welke vaten bevindt zich in een been van een mens zuurstofarm bloed?

afbeeldingafbeelding

Bloedvaten in de bloedsomloop

4/4 Bloedvaten.
Zie figuur B 2034 van de bijlage.

Horen de vaten P en Q in een been van een mens bij de kleine of de grote bloedsomloop?

afbeeldingafbeelding

Kenmerken van Bloedvaten

1/3 Bloedsomloop.

Voor een bepaald bloedvat van de mens gelden de volgende kenmerken:

- Het transporteert kooldioxide rijk bloed
- Bloed stroomt er snel doorheen
- Het bloedvat heeft een gespierde wand.

Dit bloedvat .

Analyse van Bloedwaarden in Spieren

Bloed.

Bloed uit de slagader en uit de ader van een bepaalde spier werd geanalyseerd. De betreffende spier vertoonde een grote activiteit. Het bloed werd op vier verschillende factoren onderzocht, te weten: temperatuur, zuurstofgehalte, kooldioxidegehalte en glucose (suiker)gehalte. Deze vier factoren uit zowel slagader als ader werden met elkaar vergeleken.

Hoe denk je dat de verhouding tussen slagader en ader was?

Ÿ De temperatuur in de slagader was .
Ÿ Het zuurstofgehalte in de slagader was .
Ÿ Het kooldioxidegehalte in de slagader was .
Ÿ Het glucosegehalte in de slagader was .