Voortplanting
Processen bij de voortplanting van de mens.
Welke van onderstaande beweringen over de volgorde van een aantal processen bij de voortplanting van de mens is juist?
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
HAVO 1, HAVO 2, HAVO 3
NVON
cc-by-sa-40
Processen bij de voortplanting van de mens.
Welke van onderstaande beweringen over de volgorde van een aantal processen bij de voortplanting van de mens is juist?
Het geslacht van een kind.
Het geslacht van een kind wordt erfelijk bepaald op het moment dat
Gebeurtenissen bij het voortplantingsproces.
Bij het voortplantingsproces en de vroege ontwikkeling van de mens vinden onder andere plaats:
1. bevruchting,
2. ovulatie,
3. innesteling.
De juiste volgorde waarin dit gebeurt, is
De bevruchte eicel.
De eicel wordt slechts door één zaadcel bevrucht omdat
De eicel en zaadcel.
De eicel kan door de zaadcel bevrucht worden omdat
De weg van de zaadcel.
Gegeven de volgende delen van het voortplantingsstelsel bij man en vrouw:
1. trechtervormige opening,
2. testis,
3. eileider,
4. zaadleider,
5. urinebuis,
6. baarmoeder,
7. vagina.
De juiste volgorde van de wegen die een zaadcel vanaf zijn vorming moet afleggen om bij de eicel te komen, is:
Moment van bevruchting.
Op welk moment wordt bepaald of het embryo een jongetje of een meisje wordt en door wie?
De grootste kans op bevruchting.
Wanneer is normaal gesproken de kans op bevruchting het grootst bij de mens?
Op de
Processen bij de voortplanting van de mens.
Processen die bij de voortplanting van de mens een rol spelen zijn, in willekeurige volgorde:
1. spermacellen komen een eileider binnen,
2. een eicel komt vrij uit een eierstok,
3. er vindt innesteling in de baarmoeder plaats,
4. de kern van een eicel versmelt met de kern van een spermacel.
Welk proces is de bevruchting?
Eigenschappen van geslachtscellen.
Welke geslachtscellen van de mens zijn het grootst?
Welke geslachtscellen van de mens kunnen zelf bewegen?
afbeelding
Mannelijke en vrouwelijke voortplantingscellen vergeleken.
Mannelijke en vrouwelijke voortplantingscellen van de mens worden met elkaar vergeleken.
Welke van onderstaande uitspraken is juist?
Het transport van de eicel.
Het transport van de eicel geschiedt door
Een cel van de mens.
Zie figuur B 387 van de bijlage.
De tekening geeft weer een cel van de mens.
Waar ontstaat deze cel?
afbeelding
Beweringen over menselijke spermacellen.
De volgende beweringen gaan over menselijke spermacellen.
Menselijke spermacellen
1. bevatten veel reservevoedsel,
2. kunnen zich zelfstandig bewegen,
3. zijn na reductiedeling ontstaan,
4. zijn van de beide typen voortplantingscellen de grootste,
5. hebben elk een zweephaar.
Welke van deze beweringen zijn juist?
Een cel in een eileider.
In een eileider van een vrouw (2n = 46) bevindt zich een cel met 23 chromosomen waaronder één Y-chromosoom.
Welk soort cel is dit?
Een onbevruchte eicel en een bevruchte eicel.
Kan een onbevruchte eicel in een eileider van een volwassen vrouw voorkomen?
Kan een bevruchte eicel in een eileider van een volwassen vrouw voorkomen?
afbeelding
Typen voortplantingscellen bij mensen.
Zie figuur B 770 van de bijlage.
In de figuur staan schematisch vier verschillende voortplantingscellen van organismen getekend: twee eicellen en twee spermacellen. De letters X en Y geven aan welk geslachtschromosoom zich in de voortplantingscel bevindt.
Welke typen voortplantingscellen komen bij mensen voor?
afbeelding
Processen in een eierstok van een volwassen vrouw.
Welk van de volgende processen kan in een eierstok van een volwassen vrouw plaatsvinden?
Vorming de mannelijke voortplantingscellen.
De mannelijke voortplantingscellen bij de mens worden gevormd in
Kenmerken van menselijke spermacellen.
Welke van de volgende kenmerken hebben betrekking op menselijke spermacellen?
1. Deze cellen kunnen zich zelfstandig bewegen.
2. Deze cellen bevatten veel reservevoedsel.
3. Deze cellen zijn van beide typen voortplantingscellen de grootste.
4. Deze cellen hebben elk een zweephaar.
Die kenmerken zijn