Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aantal vragen
20
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
VMBO theoretische leerweg, 4
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Assimilatie_dissimilatie
Zetmeel in een zonnebloem.
Welke van de volgende twee beweringen over zetmeel in bladeren van een zonnebloem in de zomer is of welke zijn juist?
I. In een blad met fotosynthese neemt overdag de hoeveelheid zetmeel toe. II. 's Nachts neemt de hoeveelheid zetmeel in een blad af.
Assimilatie_dissimilatie
Een proefopstelling met verschillende organismen. Zie figuur B 838 van de bijlage.
De tekeningen stellen voor een proefopstelling met verschillende organismen. De erlenmeyers 1 en 3 bevatten leidingwater, 50 watervlooien en een waterplant met bladgroen. De erlenmeyers 2 en 4 bevatten leidingwater en 50 watervlooien. De erlenmeyers 1 en 2 staan in het donker. De erlenmeyers 3 en 4 staan in het licht.
In welke erlenmeyer neemt de hoeveelheid O2
het snelst af?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
O2
-verbruik en de O2
-productie door de cellen van een plant. Zie figuur B 852 van de bijlage.
In het diagram zijn het O2
-verbruik en de O2
-productie door de cellen van een plant op een bepaalde dag uitgezet tegen de tijd. De zon gaat op deze dag om half 6 op en om 21 uur onder.
Vier leerlingen trekken uit het diagram de volgende conclusies:
- Leerling 1 zegt dat de plant tussen half 6 en 7 uur alleen maar O2
verbruikt en geen O2
produceert. - Leerling 2 zegt dat de plant tussen half 6 en 14 uur alleen O2
aan de omgeving afgeeft en geen O2
opneemt. - Leerling 3 zegt dat de plant na 20 uur geen O2
meer produceert. - Leerling 4 zegt dat de plant na 20 uur geen O2
meer aan de omgeving afgeeft.
Welke leerling trekt de juiste conclusie?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
Stofwisseling planten bij verhoging van de temperatuur. Zie figuur B 858 van de bijlage.
Een plant met bladgroen wordt in een proefopstelling in het licht geplaatst. Bij verschillende omgevingstemperaturen tussen 5°C en 50°C wordt gemeten hoeveel O2
deze plant per uur afgeeft. De resultaten zijn in het diagram weergegeven.
Uit het diagram valt af te lezen, dat bij verhoging van de temperatuur de stofwisseling van deze planten
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
De zuurstofopname of zuurstofafgifte van een groene plant. Zie figuur B 327 van de bijlage.
Bij een groene plant wordt gedurende tien uur de zuurstofopname of zuurstofafgifte per uur gemeten. De eerste vijf uur staat de plant in het donker, de tweede vijf uur in het licht. De resultaten zijn weergegeven in het afgebeelde diagram.
Hoeveel bedraagt de totale hoeveelheid bij de fotosynthese geproduceerde zuurstof gedurende het laatste uur van de proef?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
Een aquarium in de zon.
Een aquarium met planten met bladgroen staat in het volle zonlicht. Regelmatig wordt het zuurstofgehalte van het water bepaald; het resultaat van de metingen wordt uitgezet in een diagram. Op tijdstip t zijn enkele vissen in het water gezet. Zie figuur B 675 van de bijlage.
Welke van de vier diagrammen is juist?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
Proef in vier afgesloten reageerbuizen. Zie figuur B 1019 van de bijlage.
Vier reageerbuizen (1, 2, 3 en 4) worden alle met een rubberstop afgesloten, nadat ze als volgt zijn gevuld:
buis 1 alleen met water; buis 2 met water en een groene waterplant; buis 3 met water en een groene waterplant; buis 4 met water en stukjes geschilde appel.
De buizen 1. 2 en 4 worden zes uur in het licht geplaatst. Buis 3 wordt zes uur in het donker gezet.
In welke buis zal na afloop van het experiment de meeste zuurstof aanwezig zijn?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
Plant met bladgroen in een afgesloten ruimte.
In een afgesloten ruimte bevindt zich een levende plant met bladgroen. De ruimte is gevuld met lucht en is zwak verlicht. Bij metingen gedurende een uur blijkt, dat de hoeveelheid O2
in de ruimte niet verandert.
Dit is te verklaren, doordat er in de cellen van deze plant
Assimilatie_dissimilatie
Zuurstofafgifte van een groene waterplant. Zie figuur B 1034 van de bijlage.
Van een groene waterplant wordt op een zonnige dag in het voorjaar de zuurstofafgifte gemeten. De gevonden waarden worden uitgezet in een diagram. De metingen worden van 6 uur 's morgens tot 18 uur 's avonds in het daglicht verricht.
Welk van de vier diagrammen geeft deze metingen juist weer?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
Vier reageerbuizen met groene waterplanten Zie figuur C 60 van de bijlage.
Vier reageerbuizen met groene waterplanten worden gevuld en opgesteld zoals in de tekeningen is aangegeven.
In welke van de reageerbuizen neemt de hoeveelheid zuurstof in het water toe?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
Twee soorten eencellige organismen in een glazen bak.
In een glazen bak met water bevinden zich twee soorten eencellige organismen. Soort 1 bevat bladgroen. Soort 2 bevat geen bladgroen. De bak staat in het zonlicht.
Door welke soort wordt zuurstof geproduceerd? Door welke soort wordt deze zuurstof verbruikt?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
Een plant met bladgroen in afgesloten ruimte. Zie figuur B 2203 van de bijlage.
Een plant met bladgroen wordt in een met lucht gevulde afgesloten ruimte in het licht geplaatst. Op tijdstip T wordt de opstelling in het donker gezet. Het zuurstofgehalte in de ruimte wordt regelmatig gemeten en de resultaten worden uitgezet in een diagram.
Welk diagram kan deze resultaten juist weergeven?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
Zuurstofproductie in een blad.
In een bepaalde cel van een blad wordt zuurstof geproduceerd.
Heeft deze cel bladgroen? Vindt tijdens de productie van zuurstof tegelijkertijd in deze cel verbranding plaats?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
Zuurstofproductie in een opperhuidcel.
In een bepaalde cel in de opperhuid van een blad wordt zuurstof geproduceerd.
Heeft deze cel bladgroen? Wordt tijdens de productie van zuurstof tegelijkertijd in deze cel ook zuurstof verbruikt?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
Het zuurstofgehalte in vier even grote bakken. Zie figuur B 2012 van de bijlage.
Vier even grote bakken worden met lucht gevuld en afgesloten. Zie de tekeningen. De bakken 1 en 3 staan in het licht, de bakken 2 en 4 staan in het donker. Alle bakken staan bij 20°C.
In welke bak zal na 24 uur het zuurstofgehalte het hoogst zijn?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
Twee omgekeerde jampotten gevuld met water. Zie figuur B 2016 van de bijlage.
In een glazen bak met water staan twee omgekeerde jampotten op een paar klosjes. In beide potten zit een beetje vocht, in iedere pot even veel. In pot 1 drijven enkele groene bladeren op het water. De bak staat in het licht. Na verloop van tijd is het water in pot 1 gezakt en in pot 2 niet (zie tekening). Dit komt doordat in pot 1 zuurstof gevormd is.
Is de gevormde zuurstof afkomstig van verbranding? Hebben de bladeren voor het produceren van de zuurstof water nodig?
afbeelding
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
Onderzoek naar watervervuiling.
Bij onderzoek naar de vervuiling van water gaat men onder andere na hoeveel zuurstof er door eencelligen in dit water wordt verbruikt. Hoe hoger dit zuurstofverbruik is, des te meer eencelligen er aanwezig zijn. De aanwezigheid van veel eencelligen betekent meestal dat er veel vervuilende stoffen zijn. Eencellige organismen die voorkomen zijn bijvoorbeeld algen en bacteriën. Algen zijn eencelligen met bladgroen. De bacteriën in het water zijn heterotrofe organismen. Het bepalen van het zuurstofverbruik gaat als volgt. Van het te onderzoeken water wordt het zuurstofgehalte bepaald. Daarna wordt dit water gedurende 5 dagen in een flesje in het donker bewaard en dan wordt opnieuw het zuurstofgehalte bepaald. Dit zuurstofgehalte na 5 dagen is lager doordat de eencelligen zuurstof hebben verbruikt.
Wordt zuurstof door de eencelligen verbruikt bij de fotosynthese? Wordt de zuurstof in het flesje in het donker alleen gebruikt door de heterotrofe organismen?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
Amoeben en oogdiertjes. Zie figuur B 784 van de bijlage.
In twee bakken ( 1 en 3) bevinden zich amoeben en oogdiertjes. In twee andere bakken 2 en 4 bevinden zich alleen oogdiertjes. Deze oogdiertjes zijn eencelligen met bladgroen. Het aantal organismen in iedere bak is even groot. De bakken 1 en 2 worden in het licht geplaatst. De bakken 3 en 4 in het donker.
Welke bak bevat na 24 uur de meeste zuurstof?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
In een afgesloten ruimte met een levende plant.
In een afgesloten ruimte bevindt zich een levende plant met bladgroen. De ruimte is gevuld met lucht en is zwak verlicht. Bij metingen gedurende een uur blijkt, dat de hoeveelheid O2
in de ruimte niet verandert.
Dit is te verklaren, doordat er in de cellen van deze plant
Assimilatie_dissimilatie
Een aquarium met vissen zonder planten.
Uit een aquarium met planten en vissen worden alle planten verwijderd.