Oefentoets Biologie: Ordening - algemeen | HAVO 1/HAVO 2/HAVO 3

Deze oefentoets bevat 26 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

26

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 1, HAVO 2, HAVO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ordening

Symmetrie.

Welke dieren staan bij de juiste symmetrie?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Ordening.
Zie de figuren B 955 en B 956 van de bijlage.

I. Het afgebeelde dier in figuur B 955 behoort tot de weekdieren.

II. Het afgebeelde dier in figuur B 956 behoort tot de holtedieren.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Ordening

Ordening.

Welke dieren staan bij de juiste symmetrie?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Ordening.

In onderstaand schema staan onder andere drie organen die voor de ademhaling gebruikt worden.

In welke regel staan de juiste organismen onder de juiste organen genoemd?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Ordening.

Bij het maken van een ordening van het dierenrijk kan men het beste letten op overeenkomsten in

Ordening

Ordening.

I. Een celwand regelt alles wat er in de cel gebeurt.
II. Het hebben van een kernmembraan wordt gebruikt als kenmerk om organismen in rijken te verdelen.

Ordening

Ordening.

I. Paddestoelen behoren tot het rijk van de schimmels.
II. Schimmels planten zich voort door middel van zaden.

Ordening

Ordening.

Bij een bepaald rijk hebben de organismen de volgende kenmerken:

- om de cellen bevinden zich celwanden;
- in elke cel bevindt zich een kern;
- in de cellen komen geen bladgroenkorrels voor.

Bij welk rijk hebben de organismen deze kenmerken?

Ordening

1/5 Een aantal dieren.
Zie figuur B 1964 van de bijlage.

De afbeelding geeft een aantal dieren weer. Hoewel ze ongeveer even groot zijn getekend, verschillen de dieren in werkelijkheid sterk in grootte.

Welk dier uit de afbeelding is een amfibie?

afbeeldingafbeelding

Ordening

2/5 Een aantal dieren.

In welk milieu kun je geleedpotigen aantreffen?

Ordening

3/5 Een aantal dieren.
Zie figuur B 1964 van de bijlage.

Welk van deze dieren is een weekdier?

afbeeldingafbeelding

Ordening

4/5 Een aantal dieren.

Welke dieren uit de afbeelding behoren tot de lagere dieren?

afbeeldingafbeelding

Ordening

5/5 Een aantal dieren.

Welk van deze dieren is een gewerveld dier?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Juist of onjuist?

Typ of de volgende beweringen juist of onjuist zijn.

1. De celkern geeft stevigheid aan de cel. [invulveld]

2. Bladgroenkorrels worden als kenmerk gebruikt om organismen in te delen in rijken. [invulveld]

3. Bacteriën zijn eencellig. [invulveld]

4.Bacteriën hebben celkernen. [invulveld]

5. Schimmels zijn opgebouwd uit lange, dunne draden. [invulveld]

6. Schimmels planten zich voort door middel van sporen. [invulveld]

7. Een champignon behoort tot het rijk van de planten. [invulveld]

8. Bij naaktzadigen groeien de zaden tussen de schubben van een kegel. [invulveld]

9. Dieren hebben cellen zonder celwanden. [invulveld]

10. De stekelhuidigen hebben een inwendig skelet met een wervelkolom. [invulveld]

11. Bij de tweekleppigen hebben de dieren meestal een gedraaide schelp. [invulveld]Zie verder onder

12. Bij de spinachtigen hebben de dieren 8 poten. [invulveld]

Ordening

Een vertakkingsschema.
Zie figuur C 66 van de bijlage.

Gegeven is een deel van het vertakkingsschema (boomdiagram) van de organismen. Enkele rijken, afdelingen en groepen zijn vervangen door nummers.

Noteer de namen van de rijken, afdelingen en groepen.

afbeeldingafbeelding

Ordening

1/5 Schimmels.
Zie figuur B 4581 van de bijlage.

Schimmels komen overal op de wereld voor. Wetenschappers denken dat er 1.500.000 verschillende soorten schimmels bestaan. Daarvan is maar een klein deel door hen beschreven (zie de afbeelding).

Hoeveel procent van de verschillende soorten schimmels is beschreven?

afbeeldingafbeelding

Ordening

2/5 Schimmels.
Zie figuur B 4582 van de bijlage.

Een bepaalde soort schimmel kan zich voortplanten met sporen die allemaal hetzelfde zijn. Als zo'n spore op een goede groeiplaats terechtkomt, groeit daaruit een zwamvlok. Dit is een netwerk van draadvormige cellen.
Op verschillende plaatsen vormen zich bolletjes op de zwamvlok. Uit zo'n bolletje groeit een paddenstoel, die weer miljoenen sporen kan vormen.

Welke vorm van voortplanting wordt hierboven beschreven?

afbeeldingafbeelding

Ordening

3/5 Schimmels.
Zie figuur B 4583 van de bijlage.

Sommige paddenstoelen worden als voedingsmiddel gebruikt, bijvoorbeeld champignons. In de 17e eeuw ontdekte men dat champignons groeien op een mengsel van mest en stro. Er groeiden er meer als de mest werd begoten met water waarmee men champignons had gewassen.

Leg uit waardoor er meer champignons groeien als de mest wordt begoten met water waarmee champignons zijn gewassen.

afbeeldingafbeelding

Ordening

4/5 Schimmels.

Sommige mensen eten geen vlees. Ze zoeken daarom naar producten die vlees kunnen vervangen bij een maaltijd. Hieronder is een deel van de voedingsmiddelentabel weergegeven.
afbeeldingafbeelding

Zijn champignons goede vleesvervangers? Leg je antwoord uit met behulp van de informatie.

Ordening

5/5 Schimmels.
Zie figuur B 4584 van de bijlage.

De vorm van de spore is niet bij elke soort schimmel hetzelfde. Hieronder zijn vier verschillende sporen weergegeven. Ook is hieronder een determineerlijst voor sporen afgebeeld.

afbeeldingafbeelding

Spore 2 is van de champignon.

Wat is de Latijnse naam van de champignon? Gebruik de bovenstaande informatie.

afbeeldingafbeelding

Ordening

1/4 Het nijlpaard.
Zie figuur B 4591 van de bijlage.

Nijlpaarden zijn dieren die in Afrika in het wild leven.
Ze hebben een groot rond lichaam en korte poten.
De mannetjes kunnen ongeveer 3000 kg zwaar worden.
Nijlpaarden zijn overdag meestal in het water te vinden.
Als het in de avond wat koeler wordt, komen de nijlpaarden aan land.
Ze gaan dan op zoek naar planten zoals gras.
Hiernaast is een nijlpaard weergegeven.

Is het nijlpaard een consument, een producent of een reducent? Gebruik hierbij de bovenstaande informatie.

afbeeldingafbeelding

Ordening

2/4 Het nijlpaard.
Zie figuur B 4589 van de bijlage.

Een nijlpaard eet grasplanten.

Kunnen de afgebeelde cellen afkomstig zijn van een grasplant?
En kunnen deze cellen afkomstig zijn van een nijlpaard?

afbeeldingafbeelding

Ordening

3/4 Het nijlpaard.

Overdag zie je vaak alleen maar de ogen en de neusgaten van een nijlpaard boven het water uitsteken.
Af en toe sluit het dier de neusgaten en verdwijnt helemaal onder water.

Geef de naam van de ademhalingsorganen van een nijlpaard.

Dit zijn de [invulveld]

Ordening

4/4 Het nijlpaard.

Ademhalen is een levenskenmerk.

Noem nog twee levenskenmerken die bij een nijlpaard kunnen voorkomen.

Ordening

Schimmels.

Welke van de volgende twee beweringen over de bouw van een cel van een schimmel is juist?

1. Een cel van een schimmel heeft een celkern.
2. Rond een cel van een schimmel bevindt zich een celwand.

Ordening

Schimmels.

Welke van de volgende twee beweringen over de bouw van een cel van een schimmel is juist?

1. Een cel van een schimmel heeft een celkern.
2. Rond een cel van een schimmel bevindt zich een celwand.