Oefentoets Biologie: Biologie algemeen | VWO 1/VWO 2 | variant 2

Deze digitale toets over de structuur en levensverschijnselen van organismen is ontworpen voor leerlingen in de biologie en biedt vragen over de grootte van cellen, organen en de kenmerken van leven en dood. Test je kennis over biologische structuren en de betekenis van termen in de bio-industrie. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Grootte van Organisme Delen

Organisatie.

Delen van een organisme zijn onder andere een cel, een orgaan, een organel en een weefsel.

Welk van deze delen is het grootst?
En welk is het kleinst?

afbeeldingafbeelding

Volgorde van biologische structuren

Organisatie.

In een organisme komen onder andere cellen, organellen, organen, organenstelsels en weefsels voor.

Wat is de juiste volgorde van deze delen, van groot naar klein?

Structuur van organismen: volgorde van onderdelen

Organisatie.

In een organisme komen onder andere cellen, organellen, organen en weefsels voor.

Wat is de juiste volgorde van deze delen, van groot naar klein?

Intensieve veehouderij en bio-industrie

Type veehouderij.

Hoe heet de veehouderij waarbij zoveel mogelijk dieren op een zo'n klein mogelijk oppervlak worden gehouden?

Bewerkingen over Organismen en Hun Kenmerken

Beweringen over organisme.

Geef aan of de volgende beweringen juist of onjuist zijn:

1. Een levend wezen wordt een organisme genoemd.
2. Een organisme is dood als het geen levensverschijnselen meer vertoont.
3. Een orgaan is een deel van een organisme met een of meer functies.
4. Een orgaanstelsel bestaat uit een aantal organismen.
5. Een cel bekijk je met een loupe.

Zie figuur B 1139 van de bijlage.

6. De afbeelding is een schematische tekening.

afbeeldingafbeelding

Beweringen over leven en dood

Beweringen over leven, levenloos en dood.

Geef aan of de bewering juist of onjuist is.

1. Alle levende wezens planten zich voort.
2. Levenloze dingen kunnen zich niet bewegen.
3. Alle levende wezens bewegen zich voort.
4. Er zijn organismen waar doorheen geen mediane doorsnede te maken is.
5. Een houten, gelijmde stoel is dood.
6. Bomen bewegen zich.
7. Je skelet is hetzelfde als je beenderstelsel.
8. Door een regenpijp kan je vele mediane doorsneden maken.
9. Door een regenpijp kan je vele dwarsdoorsneden maken.
10. Een studie van de natuur begint met waarnemingen doen.
11. Alle levende wezens voeden zich.
12. Het dijbeen hoort bij het spierstelsel.
13. Een cel zonder kern gaat dood.
14. Een beencel is een orgaan.
15. Organen zijn opgebouwd uit cellen. Zie verder onder
16. De dijbeenspier hoort tot het beenderstelsel.
17. Een cel is de kleinste levende bouwsteen van een orgaan.
18. Alle organismen bestaan uit meerdere cellen.
19. Organen kunnen meerdere functies hebben.
20. Alle doorsneden teken je met dubbele lijnen.
21. Natuurkunde is hetzelfde als biologie.
22. De vijf groepen organismen zijn:
- bacteriën,
- schimmels,
- planten,
- dieren,
- mensen.
23. In een tekening van een doorsnede moet je diepte tekenen.
24. Organellen vervullen in een cel een bepaalde functie.

Betekenis van woorden met 'bio'

Betekenis van woorden met bio.

Geef de meest letterlijke betekenis van de volgende woorden:

1. biografie
2. biogas
3. bio-industrie
4. biotechnologie
5. biotoop
6. bioscoop

Betekenis van woorden met 'bio'

Betekenis van woorden met bio.

Geef de meest letterlijke betekenis van de volgende woorden:

1. bioritme
2. biotechnologie
3. biochemie
4. biotoop
5. biografie

Mediane doorsnede uitleg

Type doorsnede.

Hoe heet een lengtedoorsnede precies door het midden waarbij 2 gelijke helften ontstaan?

Realistische tekeningen herkennen

Type tekening.

Hoe noem je een tekening die net echt lijkt? Deze heet een [invulveld] tekening.

Dwarsdoorsnede van een doosje lucifers

Type doorsnede.

Aan welke doorsnede van een doosje lucifers is te zien hoeveel lucifers er in het doosje zitten?

Levenloos: Definitie en betekenis

Definitie.

Hoe noemen wij iets dat nooit heeft geleefd? Dit noemen wij

Levend, dood of levenloos?

Levend, dood of levenloos?

Vul in: levend, dood of levenloos.

1. een gebakken vis
2. een zeepaardje
3. een houten raamkozijn
4. een potloodstift
5. een plastic schaaltje
6. een visvijver
7. een afgevallen blad
8. een apenkooi
9. een pas gelegd kippenei
10. een computerschijfje

Levend, dood of levenloos?

Levend, dood of levenloos?

Zijn de vermelde dingen op het antwoordblad levend, levenloos of dood?

1. kunstgebit
2. waterval
3. zand
4. een verse aardappel
5. een gouden ring
6. pasfoto van jezelf
7. bacterie in je mond
8. gekookte rijstkorrel

Levenstoestand van verschillende objecten

Dood, levend of levenloos?

1. een gekookte vis
2. een kunststof raamkozijn
3. een plastic schaaltje
4. een geelgeworden boomblad
5. een pasgelegd kippenei
6. een zeeanemoon
7. een potloodstift
8. een stuk vlees uit de winkel
9. een houten balk
10. een computerschijfje

Dood, levend of levenloos?

Dood, levend of levenloos?

afbeeldingafbeelding

Geef van het afgebeelde voorwerp aan of het dood, levend of levenloos is.

Levensverschijnselen van organismen

Levensverschijnselen.

Eén van de levensverschijnselen is ademhalen.

Noteer de overige zeven levensverschijnselen.

Levensverschijnselen en hun voorbeelden

Levensverschijnselen.

Geef één van de acht levensverschijnselen.

Vanmorgen werd ik wakker doordat ik de vogeltjes hoorde fluiten. Ik zag dat het al licht was. Horen en zien (en voelen en ruiken) noemen we ..
Ik sprong snel uit bed, kleedde me aan en liep naar beneden. Lopen en hollen noemen we ..
Ik ging snel naar de hond kijken want die zou jongen krijgen. Dat noemen we ..
Mijn boterhammen stonden al klaar. Ik ging eten en dronk de thee op. Dat noemen we ..
Doordat je eet en drinkt word je groter. Dat heet ..
Voordat ik naar school reed, moest ik even plassen. In de biologie noemen we dat ..
Ik reed erg snel naar school en daardoor begon ik te hijgen. Ik ging dus sneller ..

Organen en hun levensfuncties bij planten

Levenskenmerken.

Planten kunnen ademhalen, voedsel opnemen en zich voortplanten. Speciale organen voor deze taken zijn: blad, bloem en wortel.

Vul hieronder in, welk orgaan bij welke taak hoort.

ademhalen vooral met [invulveld]
voedsel opnemen vooral met [invulveld]
voortplanten vooral met [invulveld]

Waarnemingen over organismen en spiercellen

Beweringen over organismen en een spiercel.

I. Van alle organismen kan men een waarneming doen.
II. Een spiercel kan je zien met een loep.