Oefentoets Biologie: Mitose-meiose | HAVO 4/HAVO 5 | variant 5

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Mitose - meiose

Celdelingen.

Drie delingsprocessen zijn: meiose I, meiose II en mitose. Voorafgaand aan een celdeling ontstaan identieke chromatiden door verdubbeling van een chromosoom. Eén chromosoom bestaat dan uit twee chromatiden. Er wordt aangenomen dat geen crossing-over optreedt.

Tijdens welke van de genoemde celdelingen kunnen deze identieke chromatiden van elkaar worden gescheiden?

Mitose - meiose

Kerndelingen.
Zie figuur B 3054 van de bijlage.

In de afbeelding zijn twee stadia van delingen van kernen van zoogdiercellen afgebeeld.
Over deze afbeelding worden de volgende beweringen gedaan.

1. Tekening P geeft een stadium weer van de mitose en tekening Q geeft een stadium weer van de meiose in twee verschillende cellen van dezelfde diersoort.
2. Tekening P en tekening Q geven twee opeenvolgende stadia weer van de meiose van een cel van dezelfde diersoort.
3. Tekening P en tekening Q geven beide een stadium weer van de mitose, maar in cellen van twee verschillende diersoorten.

Welke bewering kan of welke beweringen kunnen juist zijn?

afbeeldingafbeelding

Mitose - meiose

Chromosomen.

Bij een fruitvliegje (2n = 8) worden verschillende delingsstadia van cellen bestudeerd. Er treden geen mutaties op.

Komen in de meiose-I chromosomen voor die uit één chromatide bestaan?
En in de meiose-II?

Mitose - meiose

1/4 De bouw en werking van chromosomen.
Zie figuur C 340 van de bijlage.

In de afbeelding staat informatie over het menselijke genoom en de bouw van een DNA-molecuul.

Hoeveel DNA-moleculen komen voor in het getekende chromosoom?

afbeeldingafbeelding

Mitose - meiose

2/4 De bouw en werking van chromosomen.
Zie figuur C 340 van de bijlage.

Het in de afbeelding getekende chromosoom is tijdens de deling zichtbaar met een lichtmicroscoop als de cel wordt behandeld met een kleurstof.

Hoe komt het dat in niet-delende cellen een chromosoom na behandeling met de kleurstof niet zichtbaar is?

afbeeldingafbeelding

Mitose - meiose

3/4 De bouw en werking van chromosomen.

In een krantenartikel wordt opgemerkt dat de spierziekte myotone dystrofie veroorzaakt wordt door één gen. Mensen die drager van dit gen zijn, vertonen de ziekte niet.

Hoe vaak komt bij een drager in een lichaamscel in de G1-fase van de celcyclus, het allel (m) dat leidt tot myotone dystrofie voor en hoe vaak het allel (M) dat leidt tot gewone spieren?

Mitose - meiose

4/4 De bouw en werking van chromosomen.

Een diploïde menselijke cel bevat 23 chromosomenparen. De chromosomen die tot één paar behoren zijn niet identiek, ze vertonen vele verschillen.

Geef hiervoor een verklaring.

Mitose - meiose

1/3 Mutatie.

Biologen onderscheiden twee typen mutatie: somatische en erfelijke mutatie. Somatische mutatie komt alleen voor in lichaamscellen. De mutantgenen die daarbij ontstaan, kunnen dus verder voorkomen in alle cellen die door deling uit die lichaamscellen zijn ontstaan. Erfelijke mutatie vindt plaats in gameten of in cellen waaruit gameten ontstaan. De mutantgenen die daar het gevolg van zijn, kunnen van generatie op generatie worden doorgegeven.

Een leerling leest de volgende bewering:
"Mutatie is vaak het gevolg van fouten tijdens de verdubbeling van het DNA en soms het gevolg van fouten tijdens de kerndeling."

Geldt deze bewering uitsluitend voor erfelijke mutatie, uitsluitend voor somatische mutatie of voor beide typen mutatie?

Mitose - meiose

2/3 Mutatie.

Leerlingen die een literatuuronderzoek willen doen naar het optreden van mutatie tijdens kerndelingen, formuleren voor hun onderzoek de volgende hypothese:
"Gemiddeld genomen is de kans dat mutatie optreedt tijdens de vorming van gameten groter dan de kans dat er mutatie optreedt tijdens de vorming van lichaamscellen."

Leg uit dat een verschil tussen het aantal kerndelingen dat nodig is voor de vorming van een lichaamscel en het aantal dat nodig is voor de vorming van een gameet, deze hypothese ondersteunt.

Mitose - meiose

3/3 Mutatie.

Men zoekt naar mutatie in cellen van de volgende organen:

1 baarmoeder
2. eierstok
3. lever
4. zaadbal
5. zaadblaasje

In welke van de genoemde organen kan er sprake zijn van somatische mutatie?

Meiose

Meiose.
Zie figuur B 649 en figuur B 650 van de bijlage.

In deze figuur is de kern van een cel uit een voortplantingsorgaan weergegeven vóór de reductiedeling.

Welke van de figuren is dan een juiste weergave van de kern ná de reductiedeling?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Meiose

Meiose.
Zie figuur A 80 van de bijlage.

De figuren stellen stadia voor van kerndelingen van cellen uit hetzelfde organisme.

Welke van de figuren stellen een fase van de meiose voor en wat is het aantal chromosomen in diploïde cellen van het individu?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Meiose

Meiose.

In welk van onderstaande schema's wordt aangegeven wat er met het aantal chromosomen gebeurt tijdens de meiose II?

Meiose

Meiose.

I. In de meiose I liggen de chromosomen gepaard; elk paar geeft een chromosoom af aan elke pool.
II. In de meiose II wordt elk chromosoom in de lengterichting gesplitst; elk deel gaat naar een afzonderlijke pool.

Meiose

Meiose.
Zie figuur B 2515 van de bijlage.

Bij gewervelde dieren vindt de vorming van vrouwelijke voortplantingscellen plaats volgens één van de afgebeelde schema's.

Welk schema is het juiste?

afbeeldingafbeelding

Meiose

Meiose.
Zie figuur B 332 van de bijlage.

In een preparaat van een bepaald weefsel van een plant wordt een delingsstadium aangetroffen, zoals aangegeven in de tekening.

In welk soort organen kan dit weefsel worden gevonden en wat is het aantal chromosomen in een bladcel van deze plant?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Meiose

Meiose.
Zie figuur B 499 en figuur B498 van de bijlage.

Het schema stelt de drie chromosomenparen uit een zygote van een bepaalde diersoort voor.
In de voortplantingsorganen van een mannelijk dier van deze soort ondergaan spermamoedercellen meiose I en II.

In welk schema in figuur B 498 zijn de chromosomen die zich na de meiose II in één kern bevinden, juist weergegeven?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Meiose

Meiose.

In een bepaalde eicelmoedercel van de mens treedt tijdens de meiose I een mutatie op in één van de aanwezige chromatiden. Uit deze eicelmoedercel ontstaat één eicel die gaat rijpen.

Hoe groot is de kans dat de bij de beschreven mutatie ontstane erfelijke informatie in de rijpe eicel zal voorkomen?

Meiose

Meiose.

Bij een fruitvliegje (2n = 8) worden verschillende delingsstadia van cellen bestudeerd. Er treden geen mutaties op.

Komen in de meiose I chromosomen voor die uit één chromatide bestaan?
En in de meiose II?

Meiose

Meiose.

De kern van een stuifmeelkorrel bevat 36 chromosomen.

Hoeveel chromosomen zitten er dan in de kern van een opperhuidcel van die plant?