Ordening
Ordening.
Zie figuur B 1141 van de bijlage.
Tot welke groep van de geleedpotigen behoort het afgebeelde dier?
afbeelding
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VWO 1, VWO 2, VWO 3
NVON
cc-by-sa-40
Ordening.
Zie figuur B 1141 van de bijlage.
Tot welke groep van de geleedpotigen behoort het afgebeelde dier?
afbeelding
Warmbloedig.
Welke groepen van de gewervelde dieren zijn warmbloedig (hebben een constante lichaamstemperatuur)?
Ordening.
Wat hebben een mensaap, een kameel, een uil en een hagedis met elkaar gemeen?
Ordening.
Tot de gewervelde dieren behoren alle dieren die
Symmetrie.
Zijn de holtedieren niet-symmetrisch, tweezijdig symmetrisch of veelzijdig symmetrisch?
Ordening.
Tot welke afdeling van het dierenrijk behoort een amoebe?
Ordening.
Bij welk rijk kunnen de organismen bladgroenkorrels in de cellen hebben?
Ordening.
Bij welke groep van planten vindt de voortplanting plaats door middel van sporen die ontstaan in hoopjes aan de onderkant van de bladeren?
Ordening.
I. De zaadplanten worden verdeeld in de naaktzadigen en de bedektzadigen.
II. Bij de zaadplanten zitten de zaden altijd opgesloten in vruchten.
Ordening.
Vier voorbeelden van gewervelde dieren zijn:
- hagedissen,
- kikkers,
- padden,
- salamanders.
Welke van deze dieren behoren tot de reptielen?
Ordening.
Bij welke groep van de gewervelde dieren worden de slangen ingedeeld?
Ordening.
Welk dier is geen reptiel?
Ordening.
I. Paddestoelen behoren tot het rijk van de schimmels.
II. Schimmels planten zich voort door middel van zaden.
Ordening.
Bij een bepaald rijk hebben de organismen de volgende kenmerken:
- om de cellen bevinden zich celwanden;
- in elke cel bevindt zich een kern;
- in de cellen komen geen bladgroenkorrels voor.
Bij welk rijk hebben de organismen deze kenmerken?
Ordening.
Welke dieren hebben eieren met een schaal en broeden deze niet uit?
Ordening.
Welke kenmerken zijn van toepassing op hagedissen?
Ordening.
I. De meeste sponzen in het huishouden kwamen vroeger uit de zee; nu uit de fabriek.
II. Het skelet van sponzen bestaat uit kalkplaatjes.
Ordening.
I. Sponzen hebben een inwendig skelet, slechts één grote opening en leven altijd in de zee.
II. Sponzen zijn niet-symmetrisch, hebben soms een skelet van hoornstofnaalden en leven van plankton.
Ordening.
Bij welke afdeling worden de slangsterren ingedeeld?
Zeesterren.
I. Zeesterren nemen kleine voedseldeeltjes op uit het water via de zeefplaat.
II. Het watervaatstelsel staat in dienst van de voortbeweging.